Thema 3 Gaswisseling en uitscheiding B2 Longventilatie

Thema 3 Gaswisseling en uitscheiding
B2 
Longventilatie
1 / 35
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 6

This lesson contains 35 slides, with interactive quiz, text slides and 8 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Thema 3 Gaswisseling en uitscheiding
B2 
Longventilatie

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Lesprogramma
  • Lesstarter (2 minuten)
  • Leerdoelen B2 Longventilatie (1 minuten)
  • Uitleg B2 deel 1 In- en uitademen (10 minuten)
  • Maak opdracht 14 t/m 16 maken (15 minuten)
  • Uitleg deel 2 Ademvolume en regeling ademfrequentie (10 minuten)
  • Maak opdracht 17 t/m 23 maken (15 minuten)
  • Lesafsluiter B2 (5 minuten)

Eerder klaar?
 Oefen de Flitskaarten en maak Test Jezelf als laatste
  • Neem context Leefwereld 'Vapen remt spermaproductie' en maak de bijbehorende opdrachten 24 t/ 26

Slide 4 - Slide

Leerdoel B2
14.2.1 Je kunt uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt

14.2.2 Je kunt beschrijven hoe het longvolume verandert tijdens ventilatiebewegingen

14.2.3 Je kunt beschrijven hoe de ademfrequentie wordt geregeld

Wanneer een diepzeeduiker na een lang verblijf onder water snel opstijgt, kan de caissonziekte optreden. Hierbij ontstaan stikstofbellen die afsluitingen veroorzaken in weefsels en bloedvaten. De duiker krijgt last van hoofdpijn, duizeligheid, spierpijn en verlammingen en kan zelfs overlijden.



Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Borstholte
  • Borstholte begrensd door middenrif aan onderkant
  • Zijkanten gevormd door ribben en binnenste en buitenste tussenribspieren
  • Long omgeven door 2 vliezen
  • Longvlies ligt tegen de longen aan en is ermee vergroeid
  • Borstvlies is vergroeid met de ribben, de binnenste tussenribspieren en middenrif
  • Interpleurale ruimte: dunne laag vloeistof in ruimte tussen longvlies en borstvlies

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Rustig inademen

Longventilatie zorgt voor het verversen van de lucht in de longen:

  • De buitenste tussenribspieren en de middenrifspieren trekken zich samen.
  • Hierdoor wordt het volume van de borstholte vergroot.
  • De luchtdruk in de longblaasjes wordt lager dan de druk van de buitenlucht.
  • Lucht stroomt de longen in

Slide 10 - Slide

Rustig uitademen

  • De tussenribspieren en de middenrif-spieren ontspannen zich en de ribben en het borstbeen keren terug naar hun oorspronkelijke stand. Door de druk in de buikholte keert het middenrif terug naar zijn koepelvormige stand.
  • Het volume van de borstholte en de longen wordt kleiner.
  • De luchtdruk in de longblaasjes wordt hoger dan de druk van de buitenlucht.
  • Lucht stroomt de longen uit.

Slide 11 - Slide

Diepe in- en uitademen
  • Voor een diepe inademing worden ook de halsspieren gebruikt
  • Voor een diepe uitademing worden de binnenste tussenribspieren ook aangespannen.
  • Spieren in de buikwand trekken zich ook samen.
  • Daardoor verhoogde druk in buikholte en wordt middenrif omhooggeduwd.

Extra

Slide 12 - Slide

Klaplong

Slide 13 - Slide

Plaatsing tussenribspieren

Slide 14 - Slide

Maak opdracht 14 t/m 16

Slide 15 - Slide

Leerdoel 2 en 3 B2

14.2.1 Je kunt uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt

14.2.2 Je kunt beschrijven hoe het longvolume verandert tijdens ventilatiebewegingen

14.2.3 Je kunt beschrijven hoe de ademfrequentie wordt geregeld





Slide 16 - Slide

Ademvolume
  • Ademvolume: de hoeveelheid lucht die bij een rustige ademhaling wordt in- en uitgeademd.
  • Dode ruimte: deel van de ingeademde lucht blijft in de luchtwegen en bereikt de longen niet. Deze wordt ongebruikt weer uitgeademd.
  • Vitale capaciteit: de hoeveelheid lucht die maximaal per ademhaling kan worden verplaatst.
  • VC omvat: ademvolume, inspiratoir reservevolume (extra in) en expiratoir reservevolume (extra uit)
  • Restvolume: blijft na een maximale uitademing achter in de longen.
  • Longcapaciteit (totale longvolume): vitale capaciteit + restvolume.
 BiNaS tabel 83B

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Regeling 
ademfrequentie (1)
  • Ademhalingscentrum in de hersenstam regelt de ademfrequentie.
  • Chemoreceptoren in de wand van de halsslagaders en aorta nemen de pCO2 van het bloed waar:
      – Vanuit chemoreceptoren gaan impulsen 
           via zenuwen naar ademhalingscentrum.
      – Vanuit ademhalingscentrum gaan impuls-
          en via zenuwen naar ademhalingsspieren.
      – De ademfrequentie en de diepte van de 
          ventilatie worden aangepast.

Slide 19 - Slide

Regeling 
ademfrequentie (2)
  • Chemoreceptoren beïnvloed door de pO2 van het bloed:
      – Bij lagere pO2 bloed worden de chemo- 
          receptoren gevoeliger voor pCO2 bloed.
  • In de longen bevinden zich rekreceptoren.
       – Bij uitrekking longen sturen rekrecep- 
           toren in bronchiën impulsen naar adem-
          halingscentrum inademing stopt en 
          uitademing volgt.
  • Grote hersenen kunnen snelheid en diepte van de ademhaling bewust veranderen.
Hyperventilatie
Bij hyperventilatie gaan personen te snel ademen, waardoor teveel CO2 uitgeademd wordt en het gehalte te laag wordt in het bloed.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Huiswerk
  • Maak opdracht 17 t/m 23

  • Oefen de Flitskaarten en controleer de leerdoelen 
van B2 met de Test Jezelf

Klaar?
  • Neem de Context 'Vapen remt spermaproductie' door en 
maak opdracht 24 t/m 26

Slide 23 - Slide

Lesafsluiter B2

14.2.1 Je kunt uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt

14.2.2. Je kunt beschrijven hoe het longvolume verandert tijdens ventilatiebewegingen

14.2.3 Je kunt beschrijven hoe de ademfrequentie wordt geregeld





Slide 24 - Slide

Slide 25 - Link

Slide 26 - Link

Slide 27 - Link

Oefentoets Ademhaling

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Link

Wat was je score?

Slide 30 - Open question

Longaandoeningen

Slide 31 - Slide

Oefenexamenvragen

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Link

Extra:

Hormonale regeling gaswisseling

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Video