Biologie

Biologie

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieSpeciaal OnderwijsLeerroute 1Leerroute 2Leerroute 3Leerroute 4Leerroute 5Leerroute 6

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Biologie

Planning

  • pen/potlood

  • schriftje

  • gum

wat heb je nodig?

wat gaan we doen?

  • organen

  • cellen

  • microscoop

  • oefenen

  • dierlijke en plantaardige cellen

  • dood, levend, levenloos

  • filmpje

organen

een orgaan is een deel van een organisme met een bepaalde taak. het hart laat bijvoorbeeld het bloed in je lichaam rondstromen en je botten zorgen voor stevigheid. die organen zitten allemaal in een ander orgaanstelsel. in het orgaan stelsel zitten alle organen met dezelfde functie. hierboven staan de 6 orgaanstelsels weergeven.


cellen

alle organismen bestaan uit cellen. cellen zijn de bouwstenen van een organisme. cellen zijn zo klein dat je ze alleen onder een microscoop kunt zien. onder een microscoop lijken cellen rond, maar in het echt hebben ze allerlei vormpjes. we gaan zo meteen onder de microscoop naar cellen kijken. maar hoe werkt een microscoop eigenlijk?

microscoop

een microscoop is er zodat de wetenschappers cellen van dichtbij kunnen onderzoeken. maar hoe werkt een microscoop? in het plaatje hiernaast word alles uitgelegd samen met de begrippen ernaast.

oefenen

nu je weet hoe een microscoop werkt, ga je er nu gebruik van maken. kies een preparaatje uit en leg het onder de microscoop. doe dan het lampje aan en zet de revolver op 4x. als je dat hebt gedaan kun je aan de hand van de grote en de kleine schroef het scherp stellen. kijk dan heel goed naar de cellen. pak dan je schrift en schrijf de naam van het preparaatje op. beschrijf daaronder hoe de cel eruit ziet. teken er desnoods een plaatje van.

dierlijke en plantaardige cellen

je hebt 2 soorten cellen: dierlijke en plantaardige cellen. wij mensen hebben natuurlijk dierlijke cellen, want wij stammen af van de aap. hieronder staan alle celorganellen die in een dierlijke cel en een plantaardige cel zitten.

plantaardige cel:

  • celmembraan

  • cytoplasma

  • vacuole

  • celwand

  • plastiden

  • celkern

dierlijke cel:

  • celmembraan

  • cytoplasma

  • celcern

levend, dood, levenloos

LEVEND:

als iets levend is heeft het de 7 levenskenmerken:

  • ademen

  • uitscheiden

  • bewegen

  • eten

  • slapen

  • groeien

  • voortplanten

LEVENLOOS:

als iets levenloos is dan heeft het nooit geleefd. het kan wel zijn dat datgene kan bewegen, zien en slapen maar het kan nooit uitscheiden, voortplanten of groeien. neem als voorbeeld een robot.

DOOD:

als iets dood is heeft het geleefd en is door iets of iemand gestorven.

meestal ligt het lichaam dan op de grond en wordt het door de bacteriën opgegeten.

filmpjeeee!!!!

EINDE