Katapult Target 6 les 12 - ongelijke verdeling

In deze les gaan we het hebben over 
ongelijke verdeling.

Dit is geen nieuwe les. We hebben vorige week al een aantal oefeningen opgelost in kijker 5 les 21.
Voor deze les heb je je rekenboek kijker 6 nodig bij les 12.
De kinderen die dit al onder de knie hebben, lopen even door de slides en beginnen dan onmiddellijk. De anderen volgen goed met mij mee. Akkoord?


1 / 21
next
Slide 1: Slide
WiskundeLager onderwijs

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

In deze les gaan we het hebben over 
ongelijke verdeling.

Dit is geen nieuwe les. We hebben vorige week al een aantal oefeningen opgelost in kijker 5 les 21.
Voor deze les heb je je rekenboek kijker 6 nodig bij les 12.
De kinderen die dit al onder de knie hebben, lopen even door de slides en beginnen dan onmiddellijk. De anderen volgen goed met mij mee. Akkoord?


Slide 1 - Slide

1. Ongelijke verdeling wanneer de som of het verschil gegeven is zijn.
een voorbeeld hiervan is:
Katarina en Jessica hebben samen 10 knikkers.
Katarina heeft er 2 meer dan Jessica
of Jessica heeft er 2 minder dan Katarina.
Hoeveel hebben ze elk?
We maken een schema. We noteren de 10 achteraan. We geven de 2 knikkers al aan Katarina.
We hebben dus 10 - 2 = 8 knikkers over.
Die moeten we nu verdelen onder de 2 kinderen:
8 : 2 = 4. Die 4 noteren we in de 2 hokjes bij elk kind.
We zien dus dat Katarina er 6 heeft en Jessica 4.
Samen hebben ze er 10 en Katarina heeft er 2 meer.

Slide 2 - Slide

Probeer nu in je rekenboek p. 15 bij nr. 1 de eerste 2 oefeningen in te vullen.
Lees de oefening. 
  • maak een schema met de 2 namen
  • naast de 2 gegevens zet je hokjes.
  • wat hebben ze samen? Noteer dit achter de accolade 
  • hoeveel heeft het ene meer? noteer dit achter het juiste gegeven  (achter de +)
  • maak de berekening: het verschil van wat ze samen hadden met wat de ene meer heeft.
  • dit getal deel je nu door het aantal gegevens
  • het quotiënt zet je in de hokjes.

De werkwijze zie je nog eens in de volgende slides.

Slide 3 - Slide

oefening 1

Slide 4 - Slide

begrepen? 
dan maken we oef. 2 op dezelfde manier.

Slide 5 - Slide

oefening 2

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Lees de derde oefening goed. Doe dan met mij mee. 
Over wie gaat het? Familie A, B en C. Deze noteren we onder elkaar.
Wat is het gezamenlijk bedrag? €205   
Dit noteren we achter de accolade. 

Wat weten we nog? 
Familie A  moet €15 meer betalen en familie C betaalt €10 meer. Dit noteren we op de juiste plaats. We maken de bewerking in het schema. 
We trekken de 2 bedragen af van €205. We houden nog €180 over. 
Die gaan we verdelen over de 3 families. Ook die bewerking noteren we in het schema. We noteren onze uitkomst in de 3 vakjes. Klopt de rekening?

Bekijk de oplossing in de volgende slide.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Lees nu vraag 4 van nummer 1 zeer goed. Dit is een moeilijke oefening maar samen zal het ons wel lukken.
Zoals je weet gebruiken we een schema.
Wat weet je al. Er zijn 3 nummers, samen zijn ze 865. In ons schema zetten we nr 3, 2 en 1 onder elkaar.(zie tip) We tekenen al 3 hokjes ernaast. Wat verder tekenen we een accolade. Daarachter schrijven we 865.
Wat weten we nog?
Nr 1 is 225 meer dan nr 2. Dat noteren we al bij nr 1 (+225)
Nr 2 is 20 meer dan nr 3, maar ook dan nr 1. 
Dit noteren we ook. (+20 bij nr 2 en nr 1)
We berekenen nu onder het schema: 
865 - 245 - 20 = 600
600 gaan we verdelen in 3 dus 600 : 3 = 200
 Dit noteren we in de hokjes.
De nummers zijn dus: 200, 220 en 445
Als je de getallen samen elt kom je aan 865

Slide 10 - Slide

 2. ongelijke verhouding als de som en de verhouding zijn gegeven.
een voorbeeld.
Katarina en Jessica hebben nog steeds 10 knikkers.
Katarina heeft er 4 keer meer dan Jessica.
Hoeveel knikkers hebben ze elk?

We beginnen weer met ons schema.
We noteren K en J onder elkaar, we tekenen al 2 gelijke hokjes en we trekken een accolade. Naast de accolade schrijven we 10. Volgens ons schema nu hebben ze evenveel maar dat klopt niet. K heeft er 4 keer meer. Dus tekenen we voor haar 4 hokjes in totaal. Samen zie je nu 5 hokjes. We verdelen nu 10 in 5 gelijke delen = 2 
K heeft er dus 8 en J maar 2. Samen hebben ze er 10. K heeft er 4 keer maar dan J. De rekening klopt!

 

Slide 11 - Slide

Nu is het terug aan jullie.
rekenboek p. 16 nr 2
Denk er aan: 

beetje ongerust?
Dan help ik wel even mee.

Slide 12 - Slide

Lees eerst  vraag 1.  
Nu weet je al de eerste stap: noteren van de namen en wat ze samen hebben.
Als je elk 1 hokje geeft, hebben ze evenveel. Dat klopt niet. Birma heeft 1/4 , dus heeft Nel 4 keer zoveel. Dat zijn dus 4 hokjes.
Nu is het aan jou!

Slide 13 - Slide

Lees nu de 2de vraag
  stap 1: noteren van de namen en wat ze samen hebben.
 stap 2: 4 ten opzichte van 3 wil zeggen: de ene heeft er 3 en de andere 4
 stap 3: verdelen en noteren
 stap 4: bewerking en antwoord. Klopt de vraag?

Slide 14 - Slide

Lees nu de 3de vraag.  
 stap 1: noteren van de namen en wat ze samen hebben. 
 stap 2: er zijn 5 keer meer jongens dan meisjes. Als je ieder 1 hokje geeft, zijn er in beide groepjes evenveel en dat mag niet. Bij de jongens zijn er 5 keer zoveel, dus krijgen de jongens 5 hokjes. In totaal zijn er dan 6 hokjes.
 stap 3: verdelen en noteren 
 stap 4: bewerking en antwoord. Klopt de vraag?

Slide 15 - Slide

vierde en laatste vraag goed lezen.
stap 1: er zijn 3 soorten kralen. Die noteren we onder elkaar. Ook het aantal 56 schrijven we al.
stap 2: hokjes tekenen - 4 rode, 1 witte en 3 blauwe
Er zijn in totaal 8 hokjes.
stap 3: verdelen en noteren  
 stap 4: bewerking en antwoord. Klopt de vraag? 

Slide 16 - Slide

Neem de verbetersleutel en
corrigeer je les met groene balpen.
 Noteer onderaan IV (individueel verbeterd)
Voor de kinderen die deze oefeningen alleen gemaakt hebben:

Slide 17 - Slide

Neem een foto van p. 15 en stuur door.

Slide 18 - Open question

Neem een foto van p. 16 en stuur door.

Slide 19 - Open question

Wil je nog een extra inoefening?
Neem dan je scheurblok en maak les 12 :-)
Laat je niet ontmoedigen want het was niet zo gemakkelijk.


Tot de volgende les!

of toch zin in een mopje?

Slide 20 - Slide

Vader 1: ‘Wat doet jouw zoon tegenwoordig?’ 
Vader 2: ‘Die zit op de universiteit!’ 
Vader 1: ‘Zo, en wat studeert hij daar?’ Vader 2: ‘Niets, hij repareert het dak!’

Slide 21 - Slide