Was symbolen

D&P klas 2
1 / 34
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

D&P klas 2

Slide 1 - Slide

Afspraken in de klas
1. Telefoons + oortjes zijn weg
2. Je zit op de plek zoals aangeven op de plattegrond
3. Je spullen zijn op orde (laptop,oplader,pen,potlood)
4. Als je een vraag hebt steek je, je vinger op
5. Je gaat niet in discussie met de docent of met klasgenoten
6. Je loopt niet onnodig door het lokaal
7. Je mag naar de toilet als de bel gaat tijdens het blokuur


Slide 2 - Slide

Wat als je de afspraak niet nakomt?

1. Je naam gaat op een andere kleur, je komt aan het einde van de dag je melden bij de docent.

2. Een streepje betekend dat je de les kan verlaten

Slide 3 - Slide

Tijdsplanning
11.00 tot 11.30 stukje theoretische uitleg
11.30 werken aan de opdrachten
11.45 tot 12.00 uur werken in stilte.

Slide 4 - Slide

w
A
S

S
Y
O
L
E

Slide 5 - Slide

Leerdoel

Aan het eind van deze les weet je wat de meest voorkomende wassymbolen betekenen en kan je ze uitleggen.


Slide 6 - Slide

We zijn zuinig op onze kleding, vooral als ze nieuw zijn. Maar het lijkt wel of onze kleding na een paar keer wassen er steeds slechter uit gaat zien. En dat is zonde. Daarom gaan we het vandaag hebben over de wassymbolen. Dan weet je hoe je je kleding moet wassen. 
Op die manier blijft je kleding het langste mooi.  

Slide 7 - Slide

Wasvoorschrift
Is een beschrijving van hoe je de was moet verzorgen.

Deze staat op een label in het stuk textiel. 

Slide 8 - Slide

Kan jij het label in je kleding vinden?

Wat staat er 
op?

Slide 9 - Slide

Was symbool
Een afbeelding dat aangeeft hoe je het textiel moet verzorgen

Slide 10 - Slide

Waarom is het belangrijk dat je de symbolen op de labels kent?

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Video

Op welke temperatuur mag je deze trui wassen?
A
30
B
40
C
60
D
90

Slide 13 - Quiz

Mag deze trui in de droger?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Wat betekent dit symbool?
A
Stomen
B
Drogen
C
Bleken zonder chloor
D
Bleken toegestaan

Slide 15 - Quiz

Wat zie je hier?
A
Manieren van wassen
B
Manieren van drogen
C
Manieren van strijken
D
Manieren van bleken

Slide 16 - Quiz

Wat betekenen de streepjes onder de afbeelding?
A
Dat het heel voorzichtig gewassen moet worden
B
Dat je een kortere was moet draaien
C
Dat er niet zoveel was in de trommel mag zitten
D
Dat het een antikreuk programma is

Slide 17 - Quiz

timer
1:30
wat weet je over de
was sorteren?

Slide 18 - Mind map

Instructie video.

Slide 19 - Slide

De was sorteren


Voordat je het wasgoed kunt wassen moet je het sorteren en de was voorbereiden. Dit voer je uit in een aantal stappen.

Stap 1: de was sorteren. De was kan op de volgende kleuren gesorteerd worden.
• Witte was: Al het was wat wit is.
• Donkere was : zwarte/grijze kledingstukken
• Gekleurde was (bonte was): Alle gekleurde kledingstukken.
• Fijne was: Kleding die gemaakt is van fijne vezels zoals overhemden, blouses, linnen, lingerie en wollen kledingstukken.

Het is belangrijk dat je hier goed bij oplet, als er perongelijk een gekleurd T-shirt bij de witte was terecht komt dan kan het zijn dat de witte was gekleurd uit de wasmachine komt.

.



Slide 20 - Slide

bonte was
fijne was 
witte was 
donkere was

Slide 21 - Drag question

Het sorteren van de was.
stap 2 : Let op een aantal punten tijdens het sorteren

• De vuilgraad: Hoe vies is het kledingstuk? Als een kleding stuk een hoge vuilgraad heeft, moet je het niet samen met de andere kledingstukken wassen, omdat het vuil dan overgaat naar de andere kledingstukken. Behandel deze kledingstukken eerst voor.

• Materiaal: Van wat voor materiaal is het kledingstuk gemaakt?

• Aangegeven temperatuur: Wat is de aangegeven temperatuur? Als je het kledingstuk warmer wast dan de aangegeven temperatuur  op het etiket, dan kan het zijn dat de kledingstukken krimpen.

Slide 22 - Slide

zijde
wol
katoen
vlasplant

Slide 23 - Drag question

De uitvoering.
• Controleer het wasgoed.
• Haal zakken in broeken en hemden leeg.
• Doe ritsluitingen dicht om te voorkomen dat ze ander wasgoed beschadigen of dat de ritsen stukgaan.
• Keer kledingstukken binnenstebuiten om te voorkomen dat ze vaal worden.
• Repareer kleding als er iets kapot is. Anders gaan ze door het wassen nog meer kapot.
• Verwijder eerst vlekken.
• Maak ceinturen en gespen los.
• Stroop mouwen af en haal sokken uit elkaar.

Slide 24 - Slide

Sleep de onderdelen in de juiste volgorde zodat je de was juist kunt uitvoeren:
stap 1
stap 2
stap 3
stap 4
stap 5
stap 6
Was sorteren
Was ophangen
Wassen
Was controleren
Was strijken
Was opvouwen

Slide 25 - Drag question

Quiz 

Slide 26 - Slide

Bij welke was behoort een rood T-shirt?
A
Bij de witte was.
B
Bij de donkerbontewas.
C
Bij de lichtbontewas.
D
Bij de rode was.

Slide 27 - Quiz

Zet de volgende handelingen in de goede volgorde.
Stap 1: De was voorbereiden, onder andere zakken controleren.
Stap 2: Temperatuur en wasprogramma kiezen.
Stap 3: Wasmiddel kiezen.
Stap 4: De was drogen.
Stap 5: De was in de wasmachine doen.
Stap 6: De was sorteren, bijvoorbeeld op kleur.

Slide 28 - Open question

Bij welke was behoort een licht roze T-shirt?
A
Bij de witte was.
B
Bij de donkerbontewas.
C
Bij de lichtbontewas.

Slide 29 - Quiz

Kan ik een broek of een trui warmer wassen dan dat aangegeven is op het etiket? Waarom wel of waarom niet? Leg uit.

Slide 30 - Open question

Alle witte kledingstukken kunnen bij elkaar in de wasmachine.
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quiz

Opdracht
Maak de opdrachten in het opdrachtenboekje
1.  Wassymbolen kaart
2. Waskwartet
beiden opdrachten zijn voor een cijfer.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide