This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Oefentoets De Opstand
Slide 1 - Slide
Wat betekent 'Renaissance'?
Slide 2 - Open question
Noem twee factoren die de verspreiding van het humanisme naar Noord-Europa bevorderden.
Slide 3 - Open question
Komt het schilderij uit de Renaissance of Middeleeuwen?
Slide 4 - Open question
Gebruik de bron. Leg met een bronelement uit dat deze tekst past bij het humanisme
Slide 5 - Open question
Wat was het doel van Erasmus?
A
Een nieuw geloof starten
B
De paus zijn macht ontnemen
C
Een zuivere vorm van het geloof maken
D
De kardinalen beter opleiden
Slide 6 - Quiz
Hoe heette het bekendste boek van Erasmus?
A
Adagia
B
Lof der Zotheid
C
Colloquia
D
Novum Instrumentum
Slide 7 - Quiz
Wie was niet blij met de kritiek van Erasmus?
A
De schilders
B
De Kerk
C
De Humanisten
D
De wetenschappers
Slide 8 - Quiz
Maak de juiste combinaties.
Erasmus
Luther
Karel V
Filips II
Hertog Alva
Willem van Oranje
Humanist
Begon Reformatie
Heilige Roomse rijk
Terreur in de Nederlanden
Leider van de Opstand
Koning van Spanje
Slide 9 - Drag question
Welke uitspraak hoort bij de Renaissance?
A
Memento mori
B
Carpe diem
Slide 10 - Quiz
Carpe diem betekent
A
YOLO
B
pluk de dag
C
gedenk zij die sterven
D
leve de renaissance
Slide 11 - Quiz
Welke bron is geschreven door
Maarten Luther en welke bron door Calvijn?
Maarten Luther
Johannes Calvijn
Slide 12 - Drag question
Katholieke kerk
Luther
Calvijn
aflatenhandel
alleen door goed leven ga je naar de hemel
kerk bestuurt door een raad
Paus aan het hoofd van de kerk
eerste hervormer
God bepaalt bij de geboorte of je naar de hemel gaat
Slide 13 - Drag question
Filips II wil de kerk niet veranderen. Welk geloof heeft Filips II?
A
katholiek
B
protestant
C
Luthers
D
Calvinistisch
Slide 14 - Quiz
Wat hoort NIET bij Karel V?
A
Hij was streng katholiek.
B
Hij voerde een centraal bestuur in de Nederlanden in.
C
Hij heerste over een groot rijk.
D
Hij was stadhouder.
Slide 15 - Quiz
De centralisatiepolitiek van Karel V is....
A
mentaal
B
cultureel
C
politiek
D
economisch
Slide 16 - Quiz
Wat is het tegenovergestelde van centralisatiepolitiek?
A
privileges
B
ketters
C
particularisme
D
enthousiasme
Slide 17 - Quiz
Wat is GEEN oorzaak van de Nederlandse Opstand?
A
Godsdienst
B
Centralisatiepolitiek
C
De Tiende Penning
D
De komst van Alva
Slide 18 - Quiz
Wat is de Tiende Penning?
A
Het betalen voor het behouden van je Protestantse geloof
B
Een belasting ingevoerd door de Spanjaarden
C
De Nederlandse munt in de 16e eeuw
D
Een belasting ingevoerd door Willem van Oranje
Slide 19 - Quiz
Wat zijn plakkaten?
A
soort poster waar wetten op staan
B
een soort smeekschrift
C
een afkoopbriefje van de kerk
D
een paspoort
Slide 20 - Quiz
Hoe noemt men de rechtbanken die ketters veroordelen?
A
Inquisitie
B
ketterbank
C
Kerkbank
D
Aflaat
Slide 21 - Quiz
De 'Opstand' was van
A
1548 - 1628
B
1568 - 1648
C
1588 - 1668
D
1608-1688
Slide 22 - Quiz
Bekijk de afbeelding. Welk jaartal hoort bij de afbeelding?
A
1566
B
1568
C
1579
D
1581
Slide 23 - Quiz
Het gevolg was het smeekschrift.
Maar wat was het smeekschrift?
A
Brief die je kocht bij de
kerk voor vergeving van zonden.
B
De brief met 95 punten van Luther tegen de katholieken.
C
Brief waarin edelen vragen om meer vrijheid van godsdienst.
D
Brief voor Filips II om minder streng te zijn.
Slide 24 - Quiz
Hagenpreken zijn?
A
Kerkdiensten in een gebouw
B
Kerkdiensten in de buitenlucht
C
Preken onder een heg
D
Kerkdiensten onder een heg
Slide 25 - Quiz
Wat waren de oorzaken van de Nederlandse Opstand?
Sleep de oorzaken naar de juiste plek.
Religieus
economisch
politiek
Raad van Beroerten
Vervolgingen van protestanten
Tiende Penning
Centralisatiepolitiek
adel raakt zijn macht kwijt
Slide 26 - Drag question
Goed of fout?
Filips wilde dat iedereen protestant was
Centralisatie was een oorzaak voor de Nederlandse Opstand
Willem van Oranje was de leider van de opstand
De Hertog van Alva werd meteen erg populair
Goed
Fout
Slide 27 - Drag question
Zet in de juiste volgorde van de tijd.
1
2
3
4
De Nederlandse Opstand
Beeldenstorm
Vervolgen van Ketters
De Reformatie
Slide 28 - Drag question
In dit document werd gevraagd aan landvoogdes Margaretha van Parma om de bloedplakkaten minder streng uit te voeren.
A
Smeekschrift (der Edelen)
B
Apologie
C
Pacificatie van Gent
D
Acte van Verlatinghe
Slide 29 - Quiz
V
O
L
G
O
R
D
E
?
Alva komt naar de Nederlanden
De vrede van Munster
De Beeldenstorm
Spaanse Furie
De Noordelijke Nederlanden worden een republiek
Slide 30 - Drag question
Meningen van Willem van Oranje en Filips II
Beeldenstorm
Positief
neutraal
Negatief
Slide 31 - Drag question
Tekst
Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde
Unie van Atrecht
Spaanse Furie
Beeldenstorm
Pacificatie van Gent
Smeekschrift
Slide 32 - Drag question
"Wanneer hij dat niet doet, maar in plaats daarvan zijn onderdanen onderdrukt, te zwaar belast en hun vrijheden, privileges en oude gebruiken ontneemt, moet hij niet worden beschouwd als een vorst, maar als een tiran". Deze uitspraak is gebaseerd op de ideeën van.....
A
Maarten Luther
B
Willem van Oranje
C
Johannes Calvijn
D
Filips II
Slide 33 - Quiz
Wat hield de Unie van Atrecht in?
A
Enkele Noordelijke gewesten en enkele Zuidelijke sloten zich aaneen.
B
Enkele Zuidelijke gewesten sloten zich aaneen en erkenden Filips als landsheer.
C
Enkele Zuidelijke gewesten besloten alleen het katholicisme toe te staan.
D
Enkele Noordelijke gewesten besloten de katholieke godsdienst te verbieden.
Slide 34 - Quiz
Unie van Utrecht ontstond in...?
A
1576
B
1579
C
1581
D
1648
Slide 35 - Quiz
Wanneer werd Filips II officieel afgezworen als koning door de Noordelijke Nederlanden? (Acte/ plakkaat van Verlatinge)
A
1578
B
1581
C
1588
D
1648
Slide 36 - Quiz
Welke gebeurtenis wordt gezien als startpunt van de Nederlandse Opstand?
A
Verovering van Den Briel
B
Unie van Utrecht
C
Beeldenstorm
D
Acte van Verlatinghe
Slide 37 - Quiz
Waar lagen de gewesten die de Unie van Atrecht vormden? In het...
A
Noorden
B
Zuiden
C
Oosten
D
Westen
Slide 38 - Quiz
Wat was de Unie van Utrecht?
A
een verbond tussen zuidelijke gewesten
B
een verbond tussen opstandige gewesten
C
een bondgenootschap dat op economisch gebied samenwerkte
D
een bondgenootschap met aparte legers
Slide 39 - Quiz
Wie is Willem van Oranje?
A
Koning van het Spaanse rijk.
B
Hij kwam in opstand tegen het Spaanse leger.
C
Hij ontdekte Indië.
D
Hij begon met het houden van Hagenpreken.
Slide 40 - Quiz
Zet de namen en functie bij de juiste persoon
Filips II
Willem van Oranje
maakt hem stadhouder
Slide 41 - Drag question
Op welke plek stond wie in de Republiek?
Stadhouder
Landsheer
Landvoogd
Slide 42 - Drag question
Zet in de juiste volgorde van belangrijkheid!
Stadhouder
Adel
Filips II
Landvoogd
Slide 43 - Drag question
Wie was de voorzitter van de Staten-Generaal?
A
De vergadering
B
De Republiek
C
De gewestelijke staten
D
De raadspensionaris
Slide 44 - Quiz
Een stadhouder....
A
werd benoemde door een stad
B
werd benoemd door de 7 gewesten samen
C
werd benoemd door Willem van Oranje
D
werd benoemd door Karel V en later Filips II
Slide 45 - Quiz
Wat was de taak van een stadhouder?
A
Het besturen van een stad.
B
Het besturen van het land.
C
Het besturen van een gewest.
D
Het aanvoeren van het leger.
Slide 46 - Quiz
De Staten-Generaal besloot over
A
De wetten en de koning
B
Nieuwe wetten
C
Buitenlandse politiek en oorlog
D
Oorlog en Vrede
Slide 47 - Quiz
Tijdens de opstand werd Nederland een republiek (Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden). Wat is een republiek?
A
Land waarbij de koning gekozen wordt door het volk
B
Land waarbij elk gewest een vertegenwoordiger stuurt om het land te besturen
C
Land waarbij het volk direct mag stemmen op de beslissingen in het land
D
Land waarbij de het volk haar eigen volksvertegenwoordigers mag kiezen