Beweiding les 6

Grasland les 6
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BeweidingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Grasland les 6

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Waarom heeft gras een groeipunt dat laag bij de grond zit?
A
Dat is zomaar het geval, er is geen duidelijk verklaring voor.
B
Als het groeipunt in de top ligt verschroeit het in de zon
C
Vanuit groeipunt groeit gras zowel naar wortels als omhoog
D
Als gras afgegraasd/gemaaid wordt kan het door het laag liggende groeipunt weer snel uitlopen

Slide 17 - Quiz

De koe scheidt eitjes uit via de mest
De eitjes ontwikkelen zich tot trilhaarlarven
Het leverbotslakje neemt de trilhaarlarven op
De trilhaarlarven worden staartlarven
De staartlarven hechten zich aan het gras
Gras net de staartlarven worden opgenomen door de koe

Slide 18 - Drag question

Wat is het nut van klaver in grasland?
A
Subsidie vangen
B
Klaver levert een hoge voederwaarde in de kuil
C
Klaver houd insecten die schadelijk zij voor het gras weg bij gras
D
Klaver bind stikstof uit de lucht en geeft deze af aan de wortels

Slide 19 - Quiz

Welke maatregelen kun je nemen om het gras goed de winter in te laten gaan?
A
Geef het gras een laagje mest zodat het de winter goed overleeft.
B
Zorg dat gras niet te lang de winter in gaat evt door middel van schapen.
C
Wiedegg het in de herfst zodat het in de lente meteen kan gaan groeien.
D
Zorg dat gras in de winter voldoende beschikking heeft tot vocht

Slide 20 - Quiz

Welke maatregen kun je nemen om je land goed te ontwateren?
A
Sloten en greppels voldoende open houden
B
Bij her inzaai heel diep ploegen
C
Het land zo vlak mogelijk kilveren zodat en geen plassen blijven staan

Slide 21 - Quiz

Wat is er aan de hand als je PH onder de 5 zit?
A
Dan is de grond te basis
B
Dan heeft de grond een goede zuurtegraad
C
Dan is de grond te zuur
D
Dan heeft de grond een stikstof gebrek

Slide 22 - Quiz

Wanneer begint gras met groeien?
A
als het bemest is
B
als de bodem een bepaalde temperatuur heeft
C
als het niet te warm is
D
als het gras genoeg water heeft gehad

Slide 23 - Quiz

Wat kan je met NLV?
A
Dat weet je hoe droog de bodem is
B
Dan weet je of je moet herinzaaien of doorzaaien
C
Dan weet je hoeveel organische stof er in de bodem zit
D
dan weet je hoe je moet bemesten

Slide 24 - Quiz

Grasland kun je het best vernieuwen in welk seizoen?
A
winter
B
herfst
C
lente
D
zomer

Slide 25 - Quiz

Vanaf welke temperatuur groeit gras?
A
5 graden
B
7 graden
C
8 graden
D
10 graden

Slide 26 - Quiz

Wat is verhouting?
A
Het gras wordt stengelig
B
Het gras breekt af
C
Het gras schiet in de bloei

Slide 27 - Quiz