V3a - Periode 1, Les 8 HERHALING UNIDAD 3 - GSE (13-11-2026)

Bienvenidos

LESSONUP: ga naar lessonup.app -> klascode V3a: cvdgk
OF meld je aan via de link in magister. De link staat bij je eerste les Spaans van dit schooljaar.


1 / 27
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bienvenidos

LESSONUP: ga naar lessonup.app -> klascode V3a: cvdgk
OF meld je aan via de link in magister. De link staat bij je eerste les Spaans van dit schooljaar.


Slide 1 - Slide

Reglas
  1. Binnen? Groeten, op je eigen plaats gaan zitten, spullen gereed.
  2. Spullen en huiswerk in orde.
  3. Vragen? hand opsteken.
  4. Als docent spreekt, ben je stil.
  5. Respecteer elkaar en zit niet aan elkaars spullen
  6. Opgeladen laptop in je rugzak. Computer alleen gebruiken voor de les, en alleen indien de docent dat vraagt (dus geen andere bestanden, sites, magister, mail of meldingen open hebben staan)
  7. ....

Slide 2 - Slide

Objetivos Período 1 (doelen)
Hoofdstuk 1: 
  • Je leert jezelf voorstellen, je leert praten over je vakantie en je stad/dorp.
  • Je leert waar in de wereld Spaans wordt gesproken.
Hoofdstuk 2: 
  • Je leert vertellen over je school, schoolspullen, vakken,  en over Spaanse scholen. 
  • Je leert vertellen of je iets leuk of niet leuk vindt, en of iets van jou is of van iemand anders.
Hoofdstuk 3: 
  • Je leert vertellen hoe je woont en met wie.
  • Je leert hoe je je familieleden en vrienden kunt beschrijven.


Toetsen: toets H1 + toets H2 + toets H3 + minipresentatie Mi amigo

Slide 3 - Slide

El programa 
  1. Info, deberes (15m)
  2. Herhaling  werkwoorden (15m)
  3. Herhaling woordenschat 3.2 en 3.3, korte kahoot (15m)
  4. Herhaling grammatica -> online oefenen (15m)
  5. Evaluación, deberes (= toets leren)

Slide 4 - Slide

Comprobar los deberes
leren: 
frases clave 3 + vocab. 3.3 + gram nr. 2, 6, 35

maken:
herhalingsoefeningen werkwoorden online
bez. vnw. voc. p.13 oef 6
y/pero/ni voc. p.14 oef 3

Slide 5 - Slide

Los verbos: el presente (tegenw. tijd)
Escucha los vídeos, copia y completa el esquema
Cant-ar
(zingen)
Com-er
(eten)
Escrib-ir
(schrijven)
Ser
(zijn)
yo
tú
él, ella, usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos, ellas, ustedes

Slide 6 - Slide

Repaso: tener + los números
1. El verbo 'tener' (= hebben)
  • HACER: completa la lista
               yo tengo, tú tienes, etc......

2. Los números 0-20
  • ESTUDIAR TB p.23 onderaan
  • APRENDER de memoria (uit het hoofd leren)

3. Vertaal: 'Ik ben 13 jaar, mijn vriend(in) is 12 jaar. En jij, hoeveel jaar ben jij?'


timer
3:00

Slide 7 - Slide

Schrijf de vertalingen op in je schrift: 
  1. Mijn vriendin is heel knap en intelligent.
  2.  Ze heeft rood haar, ze heeft krullen, en bruine ogen.
  3.  Ik woon in Hoogland met mijn ouders, mijn broer en onze huisdieren.
  4. Onze hond heet Senna.
  5. Mijn opa is gek van voetbal.

Slide 8 - Slide

 Vocabulario 

- Voca 3.2 en 3.3 
- Frases clave 3 p. 7
- Leer het in beide richtingen.

Leer in stilte!


timer
7:00

Slide 9 - Slide

Kahoot: carácter, familia

Slide 10 - Slide

Herhaling
Bestudeer de volgende slides, totdat je bij de online oefeningen komt 
'practicar en internet'. Oefen daarna online. 
LET OP: je gebruikt je device alleen voor deze oefeningen.

- bijvoeglijk naamwoord (guapo, inteligente, rubio ...)
- bijwoord van hoeveelheid (un poco, muy...)
- bezittelijk voornaamwoord (mi, tu, su ...)
-werkwoorden

Slide 11 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord 



Een knappe man.
Un hombre guapo.

Slide 12 - Slide

let op: m/v en ev/mv
la chica guapa - las chicas guapas
el chico guapo - los chicos guapos

el libro original - los libros originales

Slide 13 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord enkelvoud
mi coche               - mijn auto
tu coche                - jouw auto
su coche               - zijn/haar/uw auto
nuestro coche    - onze auto                        nuestra casa - ons huis
vuestro coche    - jullie auto                         vuestra casa  - jullie huis
su coche               - hun/uw auto

Slide 14 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord meervoud
mis coches                           - mijn auto's
tus coches                            - jouw auto's
sus coches                            - zijn/haar/uw auto's
nuestros coches                 - onze auto's                  nuestras casas - onze huizen
vuestros coches                - jullie auto's                     vuestras casas - jullie huizen
sus coches                           - zijn/haar/uw auto's

Slide 15 - Slide

Bezittelijk voornaamwoord: Samengevat.......
  • Je kijkt naar het zelfstandig naamwoord wat achter het bezittelijk voornaamwoord staat. 
  • Is het zelfstandig naamwoord meervoud, dan is ook het bezittelijk voornaamwoord meervoud.
  • Bij nuestro/-s en vuestro/-s verandert het in nuestra/-s en vuestra/-s als het zelfstandig naamwoord wat erachter komt vrouwelijk is. 

Slide 16 - Slide

Bijwoorden v. hoeveelheid
Met de woorden muy, bastante, un poco, no, nada geef je aan in hoeverre iemand een bepaalde eigenschap bezit.

María es muy alta. 
Su hermana es bastante inteligente. 
Martín no es muy guapo.
Twee eigenschappen niet? Martín no es (ni) alto, ni gordo.

'Un poco' gebruik je alleen bij een negatieve eigenschap.
La casa es un poco fea.


Slide 17 - Slide

VERBOS

Slide 18 - Slide

verbos -ar,-er,-ir
yo
tú
él/ella/usted

nosotros/-as
vosotros/-as
ellos/ellas/ustedes
-AR
hablo
hablas
habla

hablamos
habláis
hablan
-ER
-o
-es
-e

-emos
-éis
-en

-IR
-o
-es
-e

-imos
-ís
-en

Slide 19 - Slide

verbos: ser / tener
yo
tú
él/ella/usted

nosotros/-as
vosotros/-as
ellos/ellas/ustedes
ser
soy
eres
es

somos
sois
son
tener (ie)
tengo
tienes
tiene

tenemos
tenéis
tienen

Slide 20 - Slide

llamarse
yo
tú
él/ella/usted

nosotros/-as
vosotros/-as
ellos/ellas/ustedes
me 
te
se
            +
nos 
os 
se 
llamo
llamas
llama

llamamos
llamáis
llaman

Slide 21 - Slide

 Practicar en Internet (online)

Oef Werkwoorden (verbuga)

Klik aan bij werkwoorden: vivir, comer, hablar, ser, tener, llamarse
Klik aan bij tijden: presente

Slide 22 - Slide

Welke tips heb je voor het leren van
woordjes en/of grammatica?

Slide 23 - Mind map

Deberes
Toets Hoofdstuk 3
LEERSTOF VOOR TOETS: 
  • vocab 3.1 t/m 3.3 in beide richtingen
  • frases clave 1, 2, 3 (= VOC p.5-6-7) in beide richtingen
  • grammaticaboekje op classroom: nr 1, 2, 3, 6 + bez. vnw (nr. 8) + bijv nw (nr 10ab) + bijw van hoeveelheid (nr. 19) + werkwoorden nr 25 t/m 28 + nr. 35. Leer ook de voorbeeldzinnen in de grammatica.
  • getallen 0-20 (TB. p.97)

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

10 min - Hacer ejercicios 


¿Qué?              Somos gen.: p. 9 ej 3 + 4, p. 13 oef 6 

¿Cómo?          Individualmente

¿Tiempo?      5 min 
¿Meta?           Practicar con la gramática

¿Listo?            Estudiar el vocabulario 3.1, 3.2, 3.3
timer
10:00

Slide 26 - Slide

Tu familia (stamboom) 
Maak een stamboom van je familie:
  • schrijf de Spaanse woorden voor opa en oma en zet de namen erbij (kies zelf je moeders of vaders kant)
  • Teken lijntjes als in een stamboom en voeg familieleden toe

Klaar? Leer de frases clave 2 +3

Slide 27 - Slide