Les 4: Observeren Signaleren en Rapporteren - Observatiegegevens registreren

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 4, deel 1
Observatieplan ontwerp en gegevens ordenen, deel 1



Lesduur: 90 min
1 / 32
next
Slide 1: Slide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 4, deel 1
Observatieplan ontwerp en gegevens ordenen, deel 1



Lesduur: 90 min

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Energizer..
Kijk goed naar het middelpunt van de cirkel en blijf kijken, wat gebeurt er na verloop van tijd?

Slide 2 - Slide

Antwoord: Het zwarte gat lijkt te groeien als je blijft kijken, toch is het een stilstaande afbeelding.
Programma- vandaag

Deel 1 (45 min)

  • AWR
  • Lesdoelen vandaag
  • Algemene planning
  • Terugblik vorige les 
  • Observatiegegevens registeren - Theorie
  • Vragen?

    Deel 2 (45 min.)
  • Keuzemoment - Observatieplan uitwerken of Extra uitleg
  • Afsluiting 

Le
Lesuren: 2 (45 min x 3) 
Lesweken : 4
Go: 9 oktober
Eindopdracht: 13 november

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van deze les kun jij:
- De basisbegrippen waarnemen, observeren, signaleren, rapporteren, objectief en subjectief,  concreet waarneembaar gedrag in eigen woorden uitleggen. 
- Uitleggen waar je op let bij het schrijven van je observatieplan 
- Benoemen welke onderdelen er in je observatieplan moeten terugkomen 

- Uitleggen en kunnen toepassen van het registeren van de observatiegegevens.

- De theorie vanuit de afgelopen lessen van de module vastleggen in een observatieplan voor je praktijksituatie 







Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Planning

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les- check je kennis! 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Dit is een objectieve observatie:
''Meneer R. kijkt nerveus om zich heen''
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een subjectieve observatie?
A
'De cliënt eet zijn bord leeg.'
B
'De patiënt haalt zijn wenkbrauwen op.'
C
'De patiënt is snel boos.'
D
'De patiënt huilt.'

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Bij een niet-participerende observatie.......
A
Observeer je midden in de situatie
B
Observeer je de situatie van een afstand

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Een participerende observatie betekent dat de observator zelf deel neemt aan de situatie(observatie).
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke methode kun je het beste toepassen wanneer de observatievragen nog niet concreet zijn?
A
Vrije observatie
B
Gestructureerde observatie
C
Intervalobservatie
D
Contextuele observatie

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet de manier van observeren waar je ook let op de omgeving en mensen rondom de cliënt?
A
Event sampling
B
Protocollaire observatie
C
Contextuele observatie
D
Interval observatie

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Vragenronde? Nog vragen voor we met nieuwe theorie starten? 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Theoretische gedeelte

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Observatiegegevens registeren

Je moet ook nadenken hoe je de observatie gaat vastleggen.
Dit is afhankelijk van je hoofd- en deelvragen. 

Ga je: 
- Beschrijven (Wat zie je? beschrijf feitelijk de observatie) 

- Turven / tellen 

- Verbanden leggen. 

Voor je  eerste observatie raden we aan om te starten met beschrijven, of turven en tellen. 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ordenen en verwerken (registeren) van de observatiegegevens 
Als je een observatiemethoden hebt gekozen en weet hoe je gaat observeren bijv. tijdens een kookactiviteit waarin je participeert dan is de volgende stap dat je gaat vastleggen in je plan hoe je dit gaat verwerken. 

In de theorie- Methodisch begeleiden 3.6- spreken we van een aantal manieren: 
  • Beschrijven (ook wel ''continue observatie''genoemd)
  • Tellen en turven (ook wel ''time''/''event'' sampling genoemd) 
  • Verbanden leggen 

    Op de volgende dia lopen we dit per onderdeel door. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: ''beschrijven''
  • Beschrijven (ook wel ''continue observatie''genoemd) (meest gebruikte optie!) 
    Je schrijft tijdens een observatie alle opvallende punten die gebeuren op. Dit doe je zo objectief en volledig mogelijk. Vaak eerst steekwoorden, na je observatie omzetten tot een observatieverslag.  
Voordeel = compleet beeld van de situatie/cliënt krijgen
Nadeel= tijdrovend, gevaar subjectiviteit.


08.30-09.00u - observatie tijdens bewegingsactiviteit met mevrouw X (84 jaar) 
Mevrouw X zit achteraan op een stoel. AB'er geeft aan dat ze met een zachte bal gaan gooien. Mevrouw X geeft aan dat ze dit niet kan. Mevrouw X legt de bal op de grond en herhaalt dat ze het niet kan. Mevrouw X  mompelt en beweegt met haar handen ze kijkt weg van de AB'er. etc etc. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: ''turven/tellen''
  • Tellen en turven (ook wel ''time''/''event'' sampling genoemd) 
    Van tevoren zet je je observatievragen om in gedragskenmerken/aspecten. 
    Tijdens het teamoverleg wordt er besproken dat een client een gedragsverandering laat zien of er is bijvoorbeeld bij een client sprake van moeilijk verstaanbaar gedrag. 
    Je gaat kijken hoe vaak en wanneer de situatie zich voordoet. 

  • Voordeel : objectief en door meerdere
    collega's kunnen de observatie doen 
  • Nadeel: doordat het in het schema al geordend is,
    gaat er mogelijk ook informatie verloren 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: verbanden leggen
Je kunt informatie verwerken door verbanden te leggen tussen de gegevens die je hebt verzameld. Als je verbanden legt, kun je een ander beeld krijgen van een situatie.

Voorbeeld vanuit de theorie: 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Plan van Aanpak
Noteer ook in je observatieplan je plan van aanpak door vast te stellen onder welke omstandigheden er geobserveerd wordt.

- De ruimte waar geobserveerd wordt; 
-Situaties (tijdens welke activiteit) waarin geobserveerd wordt; 
- Data; 
- Tijdstippen; 
- Personen die meewerken aan de observatie.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Tellen en turven doe je door
A
Objectief op te schrijven wat je hebt geobserveerd.
B
Aantallen bijhouden/streepjes zetten

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is het bij tellen/turven een nadeel dat je alleen het gedrag kunt vastleggen?
A
Je bent dan niet kritisch genoeg
B
Het is geen nadeel; het is juist handig!
C
Op die manier kan informatie verloren gaan
D
Je kunt geen verbanden leggen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Vragenronde? Nog vragen voor starten met het volgende onderdeel? 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Ik weet voldoende van de eindopdracht en het observatieplan!

Ik ga rustig zelfstandig aan de slag om deze af te ronden voor de GO op 9 oktober!
Ik wil nog wel graag een keer de theorie horen!

Aan de hand van een casus gaan we hiermee aan de slag!

Schuif door naar voren!

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 1: Reden
- Jullie hebben allemaal een cliënt
 uitgekozen op je stage. Vandaag ga je weer verder met het  observatieplan uitschrijven. 
-  Reden van observatie: 
Waarom wil je de cliënt observeren?

LET OP! je observeert altijd GEDRAG! 
Voorbeeld: onrustig tijdens eetmomenten,  onrustig tijdens naar bed gaan,  observeren van gedrag bij binnenkomst na school bijv. , observeren van contact in groep, observeren
van vaardigheden tijdens een activiteit etc. 

Wie heeft er een voorbeeld? 


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 2: Doel
- Als je de reden weet waarom je de cliënt
gaat observeren dan ga je een doel stellen. 
Wat wil je aan het einde van de observatie weten?  
Voorbeeld hiernaast of bijv. 
''Observeren of er redenen zijn dat meneer R. onrustig is 
tijdens het eetmoment in de middag''  
(Meneer R. woont in een verzorgingstehuis en heeft beginnende dementie) 
Observatievraag: Wat zijn mogelijke redenen/oorzaken dat meneer R. onrustig is tijdens het eetmoment? 

Opdracht aan de klas: 
Wat zouden deelvragen kunnen zijn? Bedenk er in je tweetal 
twee. 



Slide 26 - Slide

Laat de studenten even worstelen met de deelvragen. 
Dit is soms best lastig. 
Laat ze in tweetallen of in groepjes hier mee werken. 

Bij de volgende dia staan een aantal voorbeelden.  10- 15 min. 
Verschil tussen observatievraag en deelvragen:
Je deelvragen zijn extra vragen die helpen om je observatievraag (hoofdvraag) stapsgewijs te beantwoorden. Meestal is een observatievraag te complex om in één keer te beantwoorden en daarom gebruik je deelvragen om stap voor stap tot het antwoord op de hoofdvraag te komen.

Slide 27 - Slide

Studenten maken vaak een groot observatieplan. Ondersteun ze bij het maken van een concreet en klein observatiedoel. 
Het gaat immers echt om de oefening met observeren en het plan! 

Hebben studenten geen stage?? 
Laat ze dan oefenen met een observatieplan schrijven aan de hand van een casus. Deze geldt niet als eindopdracht maar mochten ze stage hebben dan kunnen ze meteen aan de slag met de opdracht. 

Observatieplan 3: Vraag en deelvragen
Observatievraag: Wat zijn mogelijke redenen/oorzaken dat meneer R. onrustig is tijdens het eetmoment?

Voorbeeld van deelvragen :
1. Hoe uit zich het onrustige gedrag van meneer R tijdens het eten (specifieke gedragingen- fysiek, verbaal?) 
2. Wordt de onrust mogelijk veroorzaakt door omgevingsfactoren ( personen, geluid, licht)?
3.Hoe lang duurt de periode van onrustig gedrag van meneer R tijdens het eetmoment?

4. Hoe is het contact van meneer R. met de andere bewoners en/of personeel? 
5. Wat zijn mogelijke manieren om het onrustige gedrag van meneer R tijdens eetmomenten te verminderen (werkt afleiding)? 


Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 4
- Heb je je observatiedoel en vragen helder? 
- Hoofdvraag en Deelvragen ook? 
- Dan ga je een observatiemethode en techniek kiezen. 
(Methode: contextueel, gestructureerd, vrije, protocollaire, interval) - (Techniek: Participerend en niet-participerend)
- Daarna kies je een manier om je observatiegegevens te registeren (beschrijvend, tellen of turven of verbanden leggen)

Plan van aanpak: Waar, wanneer, tijd? 
- Als je weet waar je op gaat letten dan ga je een dag en tijd vaststellen om de observatie uit te voeren.
Je hebt misschien al een observatie moment/ dag ingepland in overleg met je BPV begeleider. 



Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen check: Wat heb jij tot nu toe geleerd?


Korte ronde: 

  • Wat heb jij geleerd tijdens de laatste 4 lessen?

  • Welke tip/ top heb je voor de docent als het gaat om de inhoud?

  • Welke tip/ top heb je voor de docent als het gaat om het lesgeven?











Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting 
- Zorg dat je een client in beeld heb, bespreek de opdracht met je praktijkbegeleider.

- Maak deze week je observatieplan af, vraag feedback aan de docent
om een GO- te kunnen krijgen!!

Les gemist?? Lees rustig de lesson-up lessen en de theorie in 
it's learning nog eens terug!


Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions