zoo animals
zoo animals
Open met het idee dat leerlingen sommige dieren al kennen in het Nederlands, en dat ze vandaag de Engelse woorden leren herkennen en zeggen.
I'm going to learn this
I can recognize and name some zoo animals in English, and understand simple features of these animals.
This item has no instructions
Which English animal names do you already know?
Laat leerlingen losse woorden noemen, ook als ze nog niet zeker zijn. Gebruik de uitkomsten om voorkennis te activeren.
we are going to learn 6 animals
This item has no instructions
Elephant
elephant = olifant
big and gray=groot en grijs
has a long trunk=heeft een lange slurf
Spreek duidelijk uit: 'EL-uh-funt'. Laat leerlingen vooral het woord koppelen aan het bekende dier.
Snake
snake = slang
long and winding=lang en kronkelend
has no legs=heeft geen poten
Spreek uit als 'sneek'. Benadruk het herkenbare kenmerk: glijden en kronkelen.
Monkey
monkey = aap
climbs and swings= en slingert
has arms and legs=heeft armen en benen
Spreek uit: 'MUN-kie'. Koppel het woord aan bewegen in bomen of touwen.
Polar bear
polar bear = ijsbeer
groot en wit
leeft in de kou
Spreek rustig uit: 'PO-lur bear'. Maak duidelijk dat dit niet zomaar een beer is, maar een ijsbeer.
Kangaroo
kangaroo = kangoeroe
springt hoog
heeft sterke achterpoten
Spreek uit: 'kang-uh-ROE'. Het springende kenmerk is hier het belangrijkste geheugensteuntje.
Penguin
penguin = pinguïn
zwart en wit
loopt en zwemt
Spreek uit: 'PENG-gwin'. Benoem dat een pinguïn een vogel is die niet vliegt.
song
we're going to learn a song that also includes animal names
This item has no instructions
Dieren herkennen
We koppelen het Engelse woord aan wat we zien.
groot, grijs, slurf → elephant
lang, kronkelend, geen poten → snake
klimt en slingert → monkey
Deze slide bundelt de eerste drie woorden. Leg uit dat kenmerken helpen om het juiste Engelse woord te onthouden.
Which English word goes with big, gray, and a trunk?
snake
monkey
elephant
penguin
Controleert of leerlingen kenmerken kunnen koppelen aan elephant.
Vul de woorden in
An elephant is big and gray. A snake is long and has no legs. A monkey ..climbs and swings.
De woorden komen uit het eerste blok met elephant, snake en monkey.
Nog meer dieren herkennen
Ook hier helpen kenmerken bij het woord.
wit, groot, koud → polar bear
springt, sterke poten → kangaroo
zwart-wit, zwemt → penguin
Bundel de laatste drie dieren nog eens samen in betekenisvolle kenmerken.
De woorden bij elkaar
elephant = olifant
snake = slang
monkey = aap
polar bear = ijsbeer
kangaroo = kangoeroe
penguin = pinguïn
Gebruik deze slide als kort overzicht van alle doelwoorden van de les.
Welk dier is zwart-wit en zwemt?
penguin
kangaroo
polar bear
monkey
Controleert de koppeling tussen kenmerk en woord bij penguin.
Vul de woorden in
De polar bear is wit en leeft in de kou. De kangaroo springt hoog. De penguin loopt en zwemt.
De woorden komen uit het tweede blok met polar bear, kangaroo en penguin.
Welk Engels dierwoord onthoud jij het best?
Verwachte elementen: één Engels dierwoord uit de les, bijvoorbeeld elephant, snake, monkey, polar bear, kangaroo of penguin.
Wat hielp jou om de woorden te leren?
Laat leerlingen benoemen wat hielp: plaatje, kenmerk, herhalen, uitspraak of vergelijken met Nederlands.
Woordenlijst
elephant - Engels woord voor olifant
snake - Engels woord voor slang
monkey - Engels woord voor aap
polar bear - Engels woord voor ijsbeer
kangaroo - Engels woord voor kangoeroe
penguin - Engels woord voor pinguïn
trunk - slurf van een olifant
Het extra woord 'trunk' sluit aan bij het kenmerk van de olifant en blijft eenvoudig genoeg voor deze doelgroep.