1.3 en 1.4

Nederlands
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 13 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Nederlands

Slide 1 - Slide

We kijken naar de losse woorden
Benoem de woordsoorten die je al kent:

1. werkwoord
2. .....
3.....

Slide 2 - Slide

Grammatica en spelling (B-boek)
H 1                    WOORDSOORTEN (blz. 150 e.v.)

1.1                      Werkwoorden
1.2                     Naamwoorden
1.3                     Voornaamwoorden
1.4                     Voegwoord en voorzetsel

Slide 3 - Slide

Lesdoel
1.3 Je herkent het persoonlijk, het bezittelijk en het aanwijzend voornaamwoord

1.4 Je herkent voegwoorden en voorzetsels

Slide 4 - Slide

pers.vnw en bez.vnw

Slide 5 - Slide

Aanwijzend voornaamwoord
  • mensen, dier, dingen, planten, plaatsen, namen
     Bijv.: timmerman, aap, emmer, sanseveria, Breda, Sanne
  • meestal kun je er een lidwoord voor zetten
    Bijv.: de dokter, de kat, het kastje, de cactus etc.

Slide 6 - Slide

Voegwoord
  • Geeft extra informatie over een znw                                                                       
Het was een gezellige avond.

  • bnw staat meestal voor een znw
      Die rode auto daar, is van mij.

  • Maar soms staat het ook meer achteraan 
      De tandartsassistente is altijd erg lief voor mij.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Voorzetsels
  • Persoonsvorm
  • Infinitief
  • Voltooid deelwoord
  • Tegenwoordig deelwoord

Slide 9 - Slide

Aan de slag
GS 1.3, opdracht 3, 5
GS 1.4, opdracht 1, 4

KLAAR?
De extra opdrachten


timer
20:00

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

tot de volgende les

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide