Aan het einde van de les kan ik:
1. voorbeelden noemen van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
2. schematische lichtstralen tekenen.
3. uitleggen hoe je voorwerpen om je heen kunt zien die zelf geen licht geven.
4. de schaduw van een voorwerp tekenen.
5. uitleggen welke schaduwbeelden ontstaan als een voorwerp verlicht wordt door één lamp of door twee lampen.