5V P1 Woche 1

Willkommen!
5-VWO   Stunde 1
1 / 45
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Willkommen!
5-VWO   Stunde 1

Slide 1 - Slide

Herrn Riippi  kennenlernen

Slide 2 - Slide

Lernziel Stunde 1
* Je kunt een kort kennismakingsgesprek met een medeleerling voeren.

* Planning P1 + werkwijzer samen bekijken.
Aan het eind van de les weet je wat er voor Duits PTA van je wordt verwacht.

Slide 3 - Slide

... Zurück in der Schule... Neue Klasse 
Einander kennenlernen!

Slide 4 - Slide

Speeddate 
Wat zijn ook alweer de vraagwoorden in het Duits?

Slide 5 - Slide

W Fragen auf Deutsch?

Slide 6 - Mind map

Die W-Fragen
wann - wanneer
was - wat
wer - wie
wie - hoe 
wo -waar
woher - waarvandaan
warum - waarom
welche - welke

Slide 7 - Slide

Speeddate 
Welke vragen stel je  in het Duits als je iets wilt weten over
Name?
Wohnort?
Alter?
Hobbys/ Freizeit?
Nebenjob? 
Urlaub?
nach dem Examen?




Slide 8 - Slide

Speeddate - vragen
Welke vragen stel je  in het Duits als je iets wilt weten over
Name? -  Wer bist du? Wie heißt du?
Wohnort? - Wo wohnst du?
Alter? - Wie alt bist du?
Hobbies/ Freizeit? - Welche Hobbys hast du? Wann machst du das?
Nebenjob? Hast du einen Nebenjob? Was ist das? Wo machst du das?
Urlaub? Wohin bist du im Urlaub gefahren? Wie bist du dort hingefahren?Nach dem Examen? Was möchtest du nach dem Abitur studieren? Wo?




Slide 9 - Slide

Speeddate 
Hoe antwoord je in het Duits als je iets wilt zeggen over
Name?
Wohnort?
Alter?
Hobbies/ Freizeit?
Nebenjob? 
Urlaub?
nach dem Abitur?




Slide 10 - Slide

Speeddate - antwoorden
Hoe antwoord je in het Duits als je iets wilt zeggen over
Name? ich heiße/ mein Name ist...
Wohnort? ich wohne in...
Alter? Ich bin..... Jahre alt.
Hobbies/ Freizeit? Meine Hobbies sind.... in meiner Freizeit treibe ich gern Sport.                       Jeden Mittwoch/ am Mittwoch um... Uhr trainiere ich.
Nebenjob? Ich arbeite in einem Restaurant
Urlaub? Ich bin in Spanien gewesen. Ich bin mit meiner Familie mit dem Flugzeug geflogen.
Nach dem Abitur? Ich will in die Hotelschule/ Ich will Wirtschaft in Amsterdam studieren.
Ich nehme ein Lückenjahr.




Slide 11 - Slide

Voorbereiden Speeddate 
Je gaat een kort gesprek voeren in het Duits (vraag en antwoord)
Je krijgt eerst  5 minuten om je gesprekje voor te bereiden. Zoek op de computer de woorden op die je nodig hebt om zelf antwoord te geven op alle vragen.
denk aan hobby's, werkwoorden, beroepen, studies etc.
timer
5:00

Slide 12 - Slide

 Speeddate in tweetallen (5min)
Ronde 1
- je interviewt je buurman/buurvrouw en maakt aantekeningen mbt antwoorden in je schrift.
- je wordt zelf ook  geïnterviewd.
timer
5:00

Slide 13 - Slide

Wie lief es? Hoe ging het?
 Welke woorden heb je nog nodig?
 Kun je de werkwoorden vervoegen?
Wat heb je nodig om het in ronde 2 beter te doen?

Slide 14 - Slide

voorbereiden  terugkoppeling
Ronde 2:
je vertelt straks aan je medeleerling wat je net te weten bent gekomen over deze medeleerling (eerder interview):   er/sie....   sein Name /ihr Name...
Schrijf 7 zinnen in het Duits in je schrift over de persoon waarover je iets gaat vertellen.
timer
5:00

Slide 15 - Slide

uitvoeren terugkoppeling (4min)
je vertelt aan je medeleerling wat je net te weten bent gekomen.
Lees de zinnen uit je schrift zo goed mogelijk voor
er/sie....
sein/ihr....

timer
4:00

Slide 16 - Slide

Ik weet welke W-vraag woorden ik kan gebruiken in een interview.
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Ik kan de werkwoorden in de tegenwoordige tijd in het Duits gebruiken bij de gegeven opdracht
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

An die Arbeit...
  1. Wortschatz:  maken A2b, A3 (S. 9) in je schrift
  2. Grammatik: Maken nog eens "die grünen Seiten" 1a,1b (S. 11) und 5 (S. 13).

HW Lernen:  Rückblick (S. 34)Wichtige Redemittel D1 (N-D&D-N) *Über sich selbst sprechen
*Tätigkeiten

Slide 19 - Slide

5V Deutsch P1   Stunde 2

Slide 20 - Slide

Was machen wir heute?

  1. Herhalen HW Wortschatz Rückblick (S. 34) Über sich selbst sprechen + Tätigkeiten + uitingen positief/negatief
  2. Werkwoorden Präsens (=o.t.t.) herhalen

Slide 21 - Slide

1 Herhalen HW Wortschatz Tätigkeiten A3  + uitingen positief/negatief
Was hältst du davon?
Was hältst du von.... ?

Ich finde das toll/ nicht toll   

Slide 22 - Slide

toll - leuk
cool - cool
topp - top
wunderbar - geweldig
lustig - grappig
angenehm - aangenaam 
witzig - geestig
amüsant - amusant
komisch - (leuk) gek
schön - mooi
klasse - fantastisch
nett - aardig
unterhaltsam - onderhoudend 
nicht toll - niet leuk
dumm - dom
doof - stom
langweilig - saai
unangenehm - onaangenaam
ärgerlich - vervelend
nervig - irritant
schrecklich - verschrikkelijk
furchtbar - afgrijselijk
blöd - stom
enttäuschend - teleurstellend
uninteressant - oninteressant
schlecht - slecht

Slide 23 - Slide

je kunt deze woorden versterken/afzwakken met:
sehr , super, ganz, recht  - heel erg
ziemlich, etwas, ein bisschen, relativ - een beetje

Slide 24 - Slide

Was hältst du von... spinner
schlafen
einkaufen gehen
im Stau stehen
Vorlesungen besuchen
mit Verwandten telefonieren
Hausaufgaben machen
sich mit Freunden treffen
einkaufen gehen
Essen kochen
an einer Weihnachtsfeier im Betrieb teilnehmen
Fatbikes



Slide 25 - Slide

Ich finde das....
(positiv)

Slide 26 - Mind map

Ich finde das....
(negativ)

Slide 27 - Mind map

Nachbesprechung Werkwoorden Präsens 
nakijken: Grammatik_B  Aufgaben 1a/b + 5 - zijn er nog vragen? onduidelijkheden? 


HW lernen: Aufgabe A3 Tätigkeiten - uitingen positief/negatief

Slide 28 - Slide

Ik kan de werkwoorden in de tegenwoordige tijd in het Duits toepassen in een zin.
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

5V Deutsch P1   Stunde 3

Slide 30 - Slide

DUITS SPREKEN - makkelijk?

ja want....
nee want....
bedenk tijdens filmpje bij iedere zin een reden..

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Link

Was machen wir heute?
  1. Nakijken zinnen Verben Präsens
  2. Herhalen theorie Verben Präsens
  3. Wortschatz Treffend!  in stilte

Slide 33 - Slide

Lernziel
  1. Je kent de woorden met het thema Persoonsgegevens
  2. Aan het eind van de les kun je je eigen niveau GOED inschatten op het gebied van vervoegen en toepassen van Duitse werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

Slide 34 - Slide

nakijken HW

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Extra oefenen en/of uitleg?
Verben Präsens - tegenwoordige tijd
Nee ik kan de vormen goed toepassen
Nee, ik moet thuis nog even een keer alles goed doornemen
Ja, ik kan wel extra uitleg gebruiken
ja, ik wil graag wat extra oefenmateriaal

Slide 37 - Poll

2 herhalen Verben Präsens
 Korte Wiederholung Verben Präsens
zijn er nog vragen? onduidelijkheden? 
zo ja, DIT is het moment om te vragen!
samen oefenen mein Tagesablauf, zet in de 3e persoon ev.
klassikaal

Slide 38 - Slide

1 Wortschatz Treffend! B1 1.1 Personalien 20 minuten
ga naar Quizlet en wordt lid van onze klas via link in Teams
1 oefen de set Treffend! 1.1. die Personalien D/N en N/D 5 min
2 Schrijf nu de geleerde vertaling van de Duitse woorden op in je bundeltje.
3 Maak opgave 1.1,1.2,1.3 en 1.4


timer
10:00

Slide 39 - Slide

quizletlive

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

W Fragen auf Deutsch?

Slide 42 - Mind map

Wie lief es?
Hoe ging het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 43 - Poll


Als je moet kiezen...
Je moet iedere dag drie uur Duits praten
als je een hond hoort blaffen, moet je terugblaffen

Slide 44 - Poll

Lernziel
  1. Je weet wat je deze periode moet doen en waar alles te vinden is...
  2. Je kent verschillende Duitse woorden om aan te geven of je iets leuk of niet leuk vindt
  3. je weet weer in grote lijnen hoe je de tegenwoordige tijd van een werkwoord vormt....

Slide 45 - Slide