4.1 Thuis met elkaar

Hoofdstuk 4 thuis in je huis

4.1 Thuis met elkaar

blz. 214-220

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 10 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 4 thuis in je huis

4.1 Thuis met elkaar

blz. 214-220

Leerdoelen

Je kunt enkele vormen van samenleven noemen.
Je kunt beschrijven wat mantelzorg is.

Je kunt beschrijven wat emancipatie is en wat de taakverdeling in een gezin is.

Huishouden

Je woont waarschijnlijk samen met meerdere mensen. Je vormt samen met die mensen een huishouden.


In dat huishouden worden allemaal taken uitgevoerd zoals opruimen, schoonmaken en koken.

Vormen van samenleven

Er zijn verschillende vormen van samenleven:

– gehuwd samenwonen: een getrouwd stel
– ongehuwd samenwonen: twee mensen die bij elkaar wonen
– gezin: ouders met kind(eren)
– samengesteld gezin: (stief)vader, (stief)moeder met kinderen
– eenoudergezin: vader of moeder met kind(eren)
– woongroep: groep mensen die bij elkaar woont
– grootfamilie: meerdere generaties uit één familie die bij elkaar wonen

  • Latrelatie: Wel in een relatie zitten, maar alleen wonen.

  • Co-ouderschap: Ouders zijn gescheiden, maar zorgen samen voor de kinderen verdeeld.

Mantelzorg

Sommige volwassene zorgen niet alleen voor hun kinderen, maar ook voor hun vader of moeder. Dit heet mantelzorg.

Je zorgt dan langere tijd voor een familielid of vriend onbetaald.

Taakverdeling en emancipatie

Al het geld wat binnenkomt zijn de inkomsten.

Al het geld wat je uitgeeft zijn uitgaven.

Om geld binnen te krijgen moet je betaald werken.

Vroeger hadden mannen en vrouwen een vaste rolverdeling. dit noem je traditionele man-vrouwrolpatroon.

Dit is veranderd door emancipatie. Gelijke kansen en rechten voor elk mens.

Wie doet de was?

1

Moeder

2

Vader

3

Ik

4

Broer/zus

5

Iemand anders

6

Iedereen

Wie doet de vaatwasser uitruimen?

1

Moeder

2

Vader

3

Ik

4

Broer/zus

5

Iemand anders

6

Iedereen

Wie doet het meeste in het huishouden?

1

Moeder

2

Vader

3

Ik

4

Broer/zus

5

Iemand anders

6

Iedereen

Aan de slag

Maak de opdrachten van 4.1