polymeren - sacharide, lipide, proteine, nuclotide

polymeren
1 / 72
next
Slide 1: Slide
ChemieMBOMiddelbare schoolStudiejaar 1

This lesson contains 72 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

polymeren

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Polymeren
1. Eigenschappen van koolwaterstoffen: alkenen, alcoholen, carbonzuren, aminen, amiden 
      1.1 De oplosbaarheid van organische stoffen? 
      1.2 Smelt en kookpunt 

2. (poly)sachariden, lipiden, proteïnen, polynucleotiden 

3. kunststoffen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten (proteïnen)
  • De meest voorkomende moleculen in cellen
  • Het zijn ook de belangrijkste bouwstoffen voor een cel. Dit staat al in de naam: proteïnen. Pro = eerste of belangrijkste in het Grieks

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten (proteïnen)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Waterstof-bruggen
Zwavel-bruggen
Samenvoegen van meerdere polypeptide ketens

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Polypeptide
Primaire (1ste) structuur
Eiwit
Quaternaire (4e) structuur

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Veel verschillende soorten eiwitten
  • Enzymen: versnelt reacties, bijv. in het spijsverteringskanaal
  • Structuureiwitten: steun en stevigheid, bijv. collageen in botten
  • Opslageiwitten: opslag van aminozuren, bijv. melkeiwit (casseïne)
  • Transporteiwitten: vervoer van stoffen, bijv. hemoglobine
  • Hormonen: regulatie, bijv. insuline
  • Receptoreiwitten: reactie op prikkels, bijv. op zenuwcellen
  • Contractiele eiwitten: beweging, bijv. actine voor aantrekking spieren
  • Afweereiwitten: bescherming tegen ziekten, bijv. antistoffen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wat is er nodig om van de secundaire naar de tertiaire structuur te gaan?
A
Waterstofbruggen
B
Langere polypeptide
C
Zwavelbruggen
D
Meer polypeptide

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Aminozuren
  • Er zijn 28 aminozuren, waarvan er 22 gebruikt worden voor de opbouw van eiwitten
  • De meeste aminozuren kunnen organismen zelf maken met voedingsstoffen uit voedsel, maar niet altijd
  • De essentiële aminozuren moeten kant en klaar uit het voedsel halen, kunnen dus niet zelf gemaakt worden

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Lading aminozuren
  • Aminozuren kunnen ook een lading hebben, dan zijn ze geïoniseerd, afhankelijk van de zuurgraad
  • Bij een neutraal milieu (pH 7) zijn zowel de carboxylgroep als de aminogroep geïoniseerd
NH2 wordt NH3+
COOH wordt COO-

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Dit heet het zwitterion

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Di-, tri- en polypeptide
  • Net zoals sachariden aan elkaar kunnen binden, kunnen aminozuren dat ook
  • Twee aan elkaar is een dipeptide
  • Drie aan elkaar is een tripeptide
  • Een lange keten is een polypeptide
Zo'n binding heet een peptidebinding

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Polypeptide-keten

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet het proces van het vorige plaatje bij koolhydraten?
A
Hydrolyse
B
Condensatie
C
Sacharidebinding
D
Polysacharide

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Er zijn 22 aminozuren, hoeveel eiwitten zijn er dan, maak je hiermee?
A
22
B
22*22 = 484
C
22^22 = 3,4 *10^29
D
Eindeloos veel

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Denaturatie
  • Eiwitten zijn alleen functioneel in de tertiaire (3e) of quaternaire (4e) structuur
  • Als een eiwit ontvouwt door veranderingen in bijvoorbeeld temperatuur, pH, zoutconcentratie dan verliest het zijn functie
  • Dit is een onomkeerbaar proces
Vandaar dat hoge koorts zo gevaarlijk is!

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Restgroep
Aminogroep
Carboxylgroep

Slide 24 - Drag question

This item has no instructions

Wat is een ander woord voor vetten?
A
Vetzuren
B
Triglyceriden
C
Nucleïnezuren
D
Lipiden

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Lipiden (vetten)
  • Heterogene groep van organische verbindingen
  • Niet of slecht oplosbaar in water, omdat het overgrote deel van het molecuul bestaat uit C- en H-atomen en de structuur apolair is.

Onderscheidt men in drie groepen: triglyceriden, fosfolipiden en steroïden

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Lipiden (vetten)
  • Fosfolipide

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Lipiden (vetten)
  • Triglyceride

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Lipiden (vetten)
  • Steroïde

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Bestaat uit een steraanskelet: drie zesringen en een vijfring, totaal 17 C-atomen

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Steroïden
  • Chemische structuur wijkt sterk af van fosfolipiden en triglyceriden
  • Geen glycerol en vetzuurketens

  • Bestaat uit een steraanskelet: drie zesringen en een vijfring, totaal 17 C-atomen
  • Door zijketens veranderen functies


Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Waar kennen we steroïden van?
A
Celwand
B
Eiwitten
C
Hormonen
D
Worden gemaakt in ribosomen

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Cholesterol
De belangrijkste steroïden in dierlijke organismen zijn cholesterol, galzuren en steroïdhormonen
  • Cholesterol zit in het celmembraan en bepaalt de ''vloeibaarheid'' van het celmembraan
  • Galzuren worden gevormd uit cholesterol en uitgescheiden naar de dunne darm, waar ze rol spelen bij spijsvertering
  • Steroïdhormonen zijn geslachtshormonen en hormonen van de bijnierschors, zoals cortisol
Anabole steroïden zijn gesynthetiseerde mannelijke hormonen

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Cholesterol
Testosteron

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Triglyceriden
  • Alle vetten, oliën, wassen en alles hier verwant aan
  • Verschil vetten en oliën: oliën zijn bij kamertemp. vloeibaar en vetten een vaste stof zijn onder dezelfde omstandigheden

  • Functie: energieopslag
  • Wordt opgeslagen in vetweefsel, functioneert ook als steunmateriaal zoals het vet om onze nieren en isolatie
  • Daarbij is het de belangrijkste voedingsbron voor de in vet-oplosbare noodzakelijke vitaminen

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Glycerol is hydrofiel en de vetzuren hydrofoob. Wat gebeurt er met het molecuul in een bekerglas met water?

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Verzadigd en onverzadigd
  • Dierlijke vetten hebben een hoog percentage enkele bindingen tussen de C-atomen. Dit zijn verzadigde vetzuren

  • Onverzadigde vetzuren hebben één (enkelvoudige) of twee of meer (meervoudige) dubbele bindingen tussen de C-atomen Dit komt vooral voor in plantaardige vetten

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Fosfolipiden
  • Bij fosfolipiden zijn 1 van de vetzuren vervangen door een fosfaatgroep
  • Je hebt dan dus een glycerol, twee vetzuren en een fosfaatgroep
  • De fosfaatgroep maakt het uiteinde nóg hydrofieler terwijl de vetzuren hydrofoob blijven
  • Vandaar de opbouw van het celmembraan

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

De algemene structuur van polymeren

Slide 45 - Slide

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions


A
(poly)sacharide
B
(poly)lipide
C
(poly)nucleotide
D
(poly)peptide

Slide 53 - Quiz

This item has no instructions

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Sachariden
trage en snelle suikers

Slide 55 - Slide

This item has no instructions


A
B
C
D
Koolhydraten?
A
D-A-B-C
B
A-D-C-B
C
D-C-B-A
D
C-D-A-B

Slide 56 - Quiz

This item has no instructions

Koolhydraten?
A
B
C
D
minste aan 
Snelle suikers
A
A: Latte
B
B: pakje soep
C
C: minute soep
D
D: fruitsap

Slide 57 - Quiz

This item has no instructions

19,4g in 200ml
Enkel snelle suikers: 17g

Slide 58 - Slide

This item has no instructions

10g in 200ml
Enkel snelle suikers: 1,5g

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

8,8g in 200ml
Enkel snelle suikers: 2,4g

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

6g in 200ml
snelle suikers: 5,8g

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten en hun biologisch belang

Slide 62 - Slide

This item has no instructions

Waar in ons lichaam zijn eiwitten onmisbaar?

Slide 63 - Mind map

This item has no instructions

Slide 64 - Link

This item has no instructions

Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Even herhalen

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

Welke van de brutoformules kan wijzen op een sacharide
C()[?]
A
B
C
D

Slide 67 - Quiz

A = oleinezuur (olijfolie) => weinig zuurstof tegenover suiker niet tegenstaande ook CHO als rbutoformule
B = stikstof aanwezig, aminozuur leucine
C = lactose
D = Desoxyadenosinedifosfaat of dADP

Wat is een monomeer van een protëine?
A
Hystidine
B
Amylase
C
Oleïnezuur
D
Aldosteron

Slide 68 - Quiz

This item has no instructions

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Slide 70 - Slide

This item has no instructions

Slide 71 - Video

This item has no instructions

Slide 72 - Slide

This item has no instructions