Kennisquiz zakelijke brief

Hallo!!!!

Start de laptop op en ga naar:

Lessonup.app

1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hallo!!!!

Start de laptop op en ga naar:

Lessonup.app

Slide 1 - Slide

Brieven schrijven

Kennisquiz

Slide 2 - Slide

INLEIDING BRIEF

Slide 3 - Mind map

SLOT VAN DE BRIEF

Slide 4 - Mind map

In de volgende gevallen schrijf je een zakelijke brief
A
sollicitatie, brief naar een familielid, klacht
B
klacht, sollicitatie, informatie inwinnen

Slide 5 - Quiz

DE HANDTEKENING HOEF JE TEGENWOORDIG NIET MEER TE PLAATSEN
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 6 - Quiz

TUSSEN ALLE ONDERDELEN VAN EEN ZAKELIJKE BRIEF MOET EEN WITREGEL
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 7 - Quiz

Bij welke onderdelen van een zakelijke brief moet een komma?

Slide 8 - Open question

Wie is de geadresseerde?
A
Degene aan wie je de brief schrijft.
B
Degene die de brief schrijft.

Slide 9 - Quiz

Kies de juiste schrijfwijze voor de plaats en de datum in een zakelijke brief
A
Amsterdam 2 november 2016
B
Amsterdam, 2 November 2016
C
Amsterdam, 2 november 2016
D
Amsterdam, 2-11-2016

Slide 10 - Quiz

Kies de juiste aanhef als je de geadresseerde niet kent
A
Geachte heer mevrouw,
B
Geachte heren en mevrouwen
C
Geachte heer, mevrouw,
D
Geachte heer/mevrouw,

Slide 11 - Quiz

De eerste zin van de brief begint met een hoofdletter.
A
Niet waar, de aanhef eindigt met een komma en daarna krijg je nooit een hoofdletter.
B
Waar. In de zakelijke brief begint de eerste zin toch met een hoofdletter.

Slide 12 - Quiz

In de tekst van een zakelijke brief gebruik je geen alinea’s.
A
Waar: je schrijft alles achter elkaar zonder witregels.
B
Niet waar: je gebruikt 3 alinea’s: inleiding , middenstuk en een slot.

Slide 13 - Quiz

Kies de juiste schrijfwijze voor de slotformule
A
Met Vriendelijke Groet,
B
Met vriendelijke groet,
C
Met vriendelijke groet
D
Met vriendelijke groeten,

Slide 14 - Quiz

Onder de slotformule volgen je eigen voor- en achternaam, je adres, postcode
en woonplaats.

A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

In een zakelijke brief gebruik je formele taal.
A
Waar.
B
Niet waar.

Slide 16 - Quiz

Kies het juiste adres:
A
Strandzicht College Postbus 10 6622 AB EDE
B
Strandzicht College Postbus 10 6622 AB Ede
C
Strandzicht College Postbus 10 6622AB Ede

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Slide