What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Klare taal les 32-33 voltooide tijd, reg VD
Klare Taal les 32
Grammatica
voltooid deelwoord
leren
1 / 33
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
33 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
2 videos
.
Lesson duration is:
31 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Klare Taal les 32
Grammatica
voltooid deelwoord
leren
Slide 1 - Slide
Wat is de voltooide tijd?
Voltooid
betekent dat iets al gebeurd is in het
verleden
en dat de activiteit nu
klaar
is.
Mijn fiets
is gestolen
.
Voltooide tijd
gebruik je als je informatie geeft over
vroeger.
Je stelt een
feit
vast.
Nu leer ik Nederlands.
Vroeger
heb
ik Engels
geleerd
.
In 2014
ben
ik naar Nederland
gekomen
.
Eerst
heb
ik in een opvangcentrum
gewoond
.
Slide 2 - Slide
De eenvoudige uitleg.
De voltooide tijd bestaat uit twee delen:
Het
eerste werkwoord
.
Een (hulp)werkwoord met
hebben
of
zijn
.
Het
tweede werkwoord
.
Een voltooid deelwoord begint vaak
met
ge- be- of ver-.
Ik
ben
naar school
gefietst
.
Slide 3 - Slide
Voorbeelden:
Ik
ben
naar school
gelopen
.
Ik ben er nu, het is klaar.
Werkwoord 1 = zijn.
Werkwoord 2 = lopen.
Ge
lopen.
Ik
ben
ziek
geweest
.
Nu ben ik niet meer ziek. Het is afgelopen.
Werkwoord 1 = zijn.
Werkwoord 2 = zijn. Geweest.
Slide 4 - Slide
En nu jij.
Maak een zin in de voltooide tijd.
Slide 5 - Open question
IS DE GRAMMATICA DUIDELIJK? ZIJN ER VRAGEN?
Slide 6 - Slide
Samen oefenen
Slide 7 - Slide
Hij luistert.
Wat is de voltooide tijd?
A
Hij luisterte.
B
Hij hebt geluistert.
C
Hij heeft geluisterd.
D
Hij luisterde.
Slide 8 - Quiz
Hij rekent.
Wat is de voltooide tijd?
A
Hij heeft gerekend.
B
Hij hebt gerekend.
C
Hij heeft gerekent.
D
Hij rekende.
Slide 9 - Quiz
Ik lach.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik lachte.
B
Ik heb gelachen.
C
Ik hebt gelachen.
D
Ik heb gelacht.
Slide 10 - Quiz
Ik teken.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik heb getekend.
B
Ik heb getekent.
C
Ik is getekend.
D
Ik tekende.
Slide 11 - Quiz
Wanneer
hebben
en wanneer
zijn
?
Hebben
bij regelmatige werkwoorden (= meestal).
bij beweging zonder doel. Alleen actie:
Ik heb een stukje gefietst.
Zijn
bij vervoeging van de volgende werkwoorden:
beginnen
blijven
komen
gaan
worden
zijn
bij verandering van situatie:
Hij is getrouwd.
bij beweging met een doel:
Ik ben naar het station gefietst.
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Video
Slide 14 - Video
Klare Taal:
-blz. 88 bestuderen
-blz. 89 maken
Slide 15 - Slide
Nakijken
Slide 16 - Slide
Klare Taal les 33
We gaan de
spelling
van het
voltooid deelwoord
leren.
Slide 17 - Slide
regelmatige en onregelmatige
voltooid deelwoorden
Regelmatig
blijven in een andere tijd hetzelfde klinken: sp
e
len --> ik heb gesp
ee
ld
Onregelmatig
hebben de kracht om in de verleden tijd van klank te veranderen: dr
i
nken --> ik heb gedr
o
nken Onregelmatige werkwoorden moet je leren!
Slide 18 - Slide
regelmatige werkwoorden:
t of d?
1. Doe 'en' bij infinitief weg en kijk naar de letter die dan overblijft (=stam).
2. Zit de laatste letter in
x soft ketchup
?
3. ja? = t
nee? =d
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
IS DE GRAMMATICA DUIDELIJK? ZIJN ER VRAGEN?
Slide 21 - Slide
Samen oefenen
Slide 22 - Slide
Ik poets mijn tanden.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik poetste mijn tanden.
B
Ik heb mijn tanden gepoetsd.
C
Ik ben mijn tanden gepoetst.
D
Ik heb mijn tanden gepoetst.
Slide 23 - Quiz
Ik fiets
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik fietste.
B
Ik heb gefietst.
C
Ik ben gefietst.
D
Ik heb fietsen.
Slide 24 - Quiz
Ik studeer Nederlands.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik studeerte Nederlands.
B
Ik heb Nederlands gestudeert.
C
Ik studeerde Nederlands.
D
Ik heb Nederlands gestudeerd.
Slide 25 - Quiz
Ik maak mijn huiswerk.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik heb mijn huiswerk gemaakt.
B
Ik heb mijn huiswerk gemaakd.
C
Ik ben mijn huiswerk gemaakt.
D
Ik ben mijn huiswerk gemaakd.
Slide 26 - Quiz
Ik sport tijdens de sportles.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik heb gespord.
B
Ik ben gesport.
C
Ik heb gesport.
D
Ik ben gespord.
Slide 27 - Quiz
Ik heb het blikje cola (openen).
Slide 28 - Open question
Wij hebben met mevrouw
Olena (rekenen).
Slide 29 - Open question
Wanneer
hebben
en wanneer
zijn
?
Hebben
bij regelmatige werkwoorden (= meestal).
bij beweging zonder doel. Alleen actie:
Ik heb een stukje gefietst.
Zijn
bij vervoeging van de volgende werkwoorden:
beginnen
blijven
komen
gaan
worden
zijn
bij verandering van situatie:
Hij is getrouwd.
bij beweging met een doel:
Ik ben naar het station gefietst.
Slide 30 - Slide
Jullie (hebben / zijn)
naar Utrecht (fietsen).
Slide 31 - Open question
Klare Taal:
-blz. 92 lezen
-blz. 93 maken
Slide 32 - Slide
Nakijken
Slide 33 - Slide
More lessons like this
1KB periode 2 les 15
July 2025
-
20 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
De grote kennisquiz
August 2024
-
44 slides
Duits
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Quiz!
Present Perfect
June 2022
-
37 slides
Engels
Middelbare school
vmbo, havo
Leerjaar 2,3
Talent 3,8 Voltooid deelwoord van ww
November 2023
-
44 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2,3
Spelling de infinitief en het voltooid deelwoord
June 2019
-
24 slides
Steunles spelling
Middelbare school
vmbo, mavo
Leerjaar 1
3TL periode 1 les 3
July 2025
-
19 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
1KB periode 2 les 18
July 2025
-
14 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
2TL periode 1 les 3
July 2025
-
15 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1