Wi 1 A2 TC 4.11 en 4.12

sneeuw
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 2

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

sneeuw

Slide 1 - Slide

blauw

Slide 2 - Slide

opnieuw

Slide 3 - Slide

waarschuwen

Slide 4 - Slide

trouwen

Slide 5 - Slide

schaduw

Slide 6 - Slide

duwen

Slide 7 - Slide

jouw

Slide 8 - Slide

uw

Slide 9 - Slide

benieuwd

Slide 10 - Slide

vul in
Mevrouw, is deze tas van u?

Ja, die tas is van ...

Slide 11 - Slide

Vul in
Is dit boek van mij?

Ja, dat boek is van ...

Slide 12 - Slide

vul in
wil je deze snoepjes aan je kinderen geven?

Goed, ik geef die snoepjes aan ...

Slide 13 - Slide

vul in
Komen jullie morgen bij mij op bezoek?

Ja, we komen morgen bij ... op bezoek.

Slide 14 - Slide

4.12  Het ontbijt is klaar. - Olga zet het op tafel.

Slide 15 - Slide



In 4.4 heb je geleerd dat je over dingen kunt praten met de woordjes hij, het en ze.
Hij, het en ze staan op de eerste plaats in de zin.

Je kunt ook over dingen praten met de woordjes hem, het en ze.
Deze woordjes staan in de rest van de zin.

Slide 16 - Slide

  • Mijn fiets is kapot. Hij staat in de schuur. Ik breng hem straks naar de fietsenmaker.
  • Het ontbijt is klaar. Het is lekker. Olga zet het op tafel.
  • Ik heb schoenen besteld. Ze zijn bruin. Ik heb ze nog niet betaald.

  • Mijn fiets is kapot. Hij staat in de schuur. Ik breng hem straks naar de fietsenmaker.
  • Het ontbijt is klaar. Het is lekker. Olga zet het op tafel.
  • Ik heb schoenen besteld. Ze zijn bruin. Ik heb ze nog niet betaald.

de woorden: de fiets              ->    hem
het-woorden: het ontbijt      ->    het
meervoud: de schoenen      ->     ze

Slide 17 - Slide