Les 4: Imperativo

1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

We starten in 5 minuten met de les.

Slide 2 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
A. Opstarten: les en absentie
B. Doornemen: imperativo
C. Oefenen: imperativo
D. Aflsuiting 


Después de la clase... 
  • Ken je hoe de imperativo wordt gevormd in het Spaans.
  • Kan je zinnen identificeren die in de imperativo zijn geschreven.
  • Kan je de werkwoorden correct kunnen vervoegen in het imperativo voor verschillende personen



 

Los deberes para la próxima clase:
  1. Leren: Bron 1.1, 1.2 & 1.3 pagina 44 & 45
  2. Maken: Opdracht 30 c, d en e pagina 34


Lesprogramma

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

De gebiedende wijs
Imperativo
Wat is de gebiedende wijs(imperativo)?
Wat is de vorm van de gebiedende wijs(imperativo)?

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wanneer wordt de imperativo gebruikt?

Slide 8 - Open question

De gebiedende wijs
Imperativo
Spaanse gebiedende wijs, zijn werkwoordsvormen die gebruikt worden om iemand een verzoek, opdracht, bevel of advies te geven. 




- praat luider.
- kom om 9 uur naar mijn huis
- ga rechtsaf.
- rook niet, het is slecht

Slide 9 - Slide

De gebiedende wijs
Imperativo
4 verschillende vormen:
tú- usted- vosotros-ustedes

Slide 10 - Slide

De gebiedende wijs
Imperativo
Tú vorm- jij vorm

habla!
come!
escribe!
hablar
comer
escribir

Slide 11 - Slide

De gebiedende wijs
Imperativo
vosotros vorm- jullie vorm

hablad!
comed!
escribid!
hablar
comer
escribir

Slide 12 - Slide

Als je de gebiedende wijs ontkennend gebruikt, dan gebruik je de volgende vormen:

Slide 13 - Slide

¡A practicar!



Maken: Opdracht 8 en 9 a pagina 13

Slide 14 - Slide

De gebiedende wijs
Imperativo
infinitivo
 imperativo afirmativo
 imperativo negativo
correr/tú 
hablar/vosotros
escribir/tú
cantar/vosotros
aprender/tú

Slide 15 - Slide

Imperativo (vosotros)
vivir
A
vivo
B
vivid
C
vive
D
viva

Slide 16 - Quiz

Imperativo: hablar (tú)
A
habla
B
hablas
C
hablo
D
hablamos

Slide 17 - Quiz

Imperativo: comer (tú)
A
comes
B
comemos
C
como
D
come

Slide 18 - Quiz

Imperativo: escribir (tú)
A
escribo
B
escribes
C
escribe
D
escriben

Slide 19 - Quiz

Imperativo comer (vosotros)
A
comas
B
comed
C
coma
D
como

Slide 20 - Quiz

Imperativo: beber (tú)
A
bebes
B
bebemos
C
bebo
D
bebe

Slide 21 - Quiz

Imperativo (tú)
vivir
A
vivo
B
vivi
C
vive
D
vives

Slide 22 - Quiz


Wat heb je van 
deze les geleerd?

Slide 23 - Open question

Huiswerk
Los deberes:
 
Leren: Bron 1.1, 1.2 & 1.3 pagina 44 & 45
Maken: Opdracht 30 c, d en e pagina 34



Slide 24 - Slide


Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

¡Hasta la próxima clase!

Slide 26 - Slide