Nieuwsbegrip Ramadan

Nieuwsbegrip
Tijd voor de ramadan
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 7

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Nieuwsbegrip
Tijd voor de ramadan

Slide 1 - Slide

Ramadan

Slide 2 - Mind map

We lezen de tekst samen!

Slide 3 - Slide

1. Wat is de ramadan?

Slide 4 - Open question

2. Hoe komt het dat de ramadan ieder jaar eerder begint?

Slide 5 - Open question

3. Waarom is het vasten zwaarder in de zomer? Noem twee redenen.

Slide 6 - Open question

4. Welke drie belangrijke ideeën zitten er achter de ramadan?

Slide 7 - Open question

5. Wie hoeven er niet te vasten?

Slide 8 - Open question

6. Wat hoort er allemaal bij het Suikerfeest? Noem vijf dingen.

Slide 9 - Open question

Wat betekent 'de beproeving' in regel 11?
A
een ernstige situatie
B
een nare gebeurtenis
C
een simpele oplossing
D
een zware test

Slide 10 - Quiz

In r. 18-19 staat dat: Het is een tijd van bezinning.

Wat betekent de bezinning?
A
het helpen
B
het nadenken
C
het ontdekken
D
het schrijven

Slide 11 - Quiz

Lees r. 22-24. Wat geldt er voor mensen die niet kunnen of hoeven te vasten?
A
Ze moeten een offer brengen
B
Ze moeten vasten als de zon onder is
C
Ze moeten vaker bidden

Slide 12 - Quiz

Kijk in het stukje Suikerfeest. Wat staat er vooral in dit stukje?
A
waarom veel mensen Suikerfeest vieren
B
wat er dit jaar anders is bij het Suikerfeest
C
wat het Suikerfeest allemaal inhoudt
D
welke cadeaus mensen elkaar geven met het Suikerfeest

Slide 13 - Quiz

De tekst gaat over de ramadan. Welk stukje in de tekst is niet zo belangrijk en zou je dus kunnen weglaten?
A
r. 6-9 De t/m gevast.
B
r. 17-20 Ten t/m anderen.
C
r. 27-29 Vasten t/m rol.
D
r. 31-34 De t/m geld.

Slide 14 - Quiz

Wat kun je afleiden uit de laatste zin van de tekst?
Door de maatregelen...
A
kunnen er minder zoete dingen gegeten worden
B
kunnen mensen elkaar geen cadeaus geven
C
kunnen mensen er niet voor zorgen dat armen ook genoeg te eten hebben
D
kunnen mensen het feest niet met veel vrienden en familie samen vieren

Slide 15 - Quiz