2BL B3 grammatica

Welkom
Ga rustig zitten en pak je leesboek.
timer
10:00
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom
Ga rustig zitten en pak je leesboek.
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Blok 3 grammatica
- pv en wwg
- wwg met 'te'
- onderwerp
- lijdend voorwerp

Slide 2 - Slide

Opdracht 1 bespreken

Tijdens de les Nederlands heeft de docent een spannend leesboek besproken.

Wij zullen hem binnenkort ontmoeten.

Reken jij straks af?

Onze school heeft een uitgebreide website.

De spits van de tegenstander schoot de bal keihard in het doel.

Slide 3 - Slide

Opdracht 1 bespreken

Zal ik je vanmiddag komen helpen?

De huiswerkbegeleiding wordt gegeven in lokaal 112.

Mijn moeder kleedt mijn kleine zusje warm aan.


Slide 4 - Slide

Wat is in deze zin de pv?
Waar trainen de spelers van het Nederlands elftal?

Slide 5 - Open question

Wat is in deze zin het wwg?
Waar trainen de spelers van het Nederlands elftal?

Slide 6 - Open question

Wat is in deze zin het ond?
Waar trainen de spelers van het Nederlands elftal?

Slide 7 - Open question

Aantekening
Grammatica - zinsontleding
PV - tijdproef
            - Let op! Splitsbare werkwoorden
Strepen zetten - in ieder geval om de pv, wat kan verder voor de pv?
WWG - alle ww in de zin
            - Let op! Te + heel ww hoort bij het WWG!
OND - wie of wat + WWG ? / Wie doet het?
LV - wie of wat + WWG + OND ? / Wat doet die?
            - Let op! Hoeveelheden en tijden tellen niet mee!

Slide 8 - Slide

Uitleg
Werkwoordelijk gezegde met te
Als er te voor een heel werkwoord staat, hoort te ook bij het werkwoordelijk gezegde.

Bijvoorbeeld:
De kat ligt de hele tijd te spinnen.
Aan de slag
Maken opdracht 2 op het werkblad.
Klaar? Bijspijkeren grammatica 3.4 en 3.5
Theorie
Bladzijde 114 in je boek

Slide 9 - Slide

Uitleg
Zinsdelen tellen
Het werkwoordelijk gezegde telt als één zinsdeel. 

Bijvoorbeeld:
Soumiya | wil | graag | helpen. wwg = wil helpen
Kijkt | de leraar | de toets | na? wwg = kijkt na
Theorie
Bladzijde 114 en 115

Slide 10 - Slide

Uitleg
Lijdend voorwerp
Wie of wat + gezegde + onderwerp ?

Soms heeft een zin een lijdend voorwerp nodig.
Bijvoorbeeld:
Ik metsel iets.
Ik blaas iets op.
Ik lees iets.
Theorie
Bladzijde 117
Oefenen
Liggen
Lopen
Borstelen
Duiken
Opzoeken
Repareren
Regenen
Ontvangen
Kopiëren
Zwemmen

Slide 11 - Slide

Uitleg
Lijdend voorwerp
Wie of wat + gezegde + onderwerp ?

Let erop dat een lijdend voorwerp niet in iedere zin staat! 
Het lijdend voorwerp meot echt antwoord geven op Wie? of Wat?
Theorie
Bladzijde 117
Aan de slag
Opdracht 11 maken op je werkblad.
Klaar? Bijspijkeren grammatica 3.4 en 3.5 

Slide 12 - Slide

Bespreken opdracht 11

1. De kat heeft een muis gevangen.

2. De dj draait goede muziek.

3. Wil jij mijn jas aangeven?

4. Hebben jullie je wekker gezet?


Slide 13 - Slide

Bespreken opdracht 11

5. De politie hield de automobilist aan.

6. Mijn vader zit een lekker broodje te eten.

7. Ik bel mijn opa op.

Slide 14 - Slide

Wat is in deze zin de pv?
De dokter onderzoekt de patiënt.

Slide 15 - Open question

Wat is in deze zin het wwg?
De dokter onderzoekt de patiënt.

Slide 16 - Open question

Wat is in deze zin het ond?
De dokter onderzoekt de patiënt.

Slide 17 - Open question

Wat is in deze zin het lv?
De dokter onderzoekt de patiënt.

Slide 18 - Open question