T4 VLAKKE FIGUREN herhaling

HERHALING
vlakke figuren

1 / 35
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

HERHALING
vlakke figuren

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je leert hoeken uit te rekenen van platte figuren. 
  • Je leert de eigenschappen van bijzondere driehoeken. 
  • Je leert de eigenschappen van bijzondere vierhoeken. 

Slide 2 - Slide

Voorkennis
Wat weet je al?

LOG IN

Slide 3 - Slide

Weet je twee hoeken van een driehoek, dan kun je de derde hoek...
A
meten
B
berekenen
C
tekenen
D
schatten

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide

Welke hoek wordt ook wel een rechte hoek genoemd?
A
180 graden
B
30 graden
C
90 graden
D
45 graden

Slide 6 - Quiz

Dit figuur heet...
A
een rechthoek
B
een parallellogram
C
een gelijkbenig trapezium
D
gewone vierhoek

Slide 7 - Quiz

Een rechte hoek geef je aan met een .....
A
rondje
B
hoekje
C
pijl
D
twee strepen

Slide 8 - Quiz

Een gelijkbenige driehoek heeft .........
gelijke benen
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

Hoeveel graden is hoek D ?
A
90 graden
B
180-84-60 = 36 graden
C
60 graden (gelijkbenige driehoek)
D
84 + 60 = 144 graden

Slide 11 - Quiz


A
Rechthoekige gelijkbenige driehoek
B
Rechthoekige driehoek
C
Gelijkzijdige driehoek
D
Gelijkbenige driehoek

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide


A
Gelijkbenige driehoek
B
Rechtbenige driehoek
C
Gelijkzijdige driehoek
D
Rechthoekige driehoek

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

hoe heet deze driehoek?
A
gelijkzijdige driehoek
B
Gelijkbenige driehoek
C
rechthoekige driehoek
D
gewone driehoek

Slide 16 - Quiz

Welke driehoek heeft deze hoek?

A
gelijkbenige driehoek
B
gelijkzijdige driehoek
C
rechthoekige driehoek
D
ongelijkzijdige driehoek

Slide 17 - Quiz

Hoeken
berekenen in
een driehoek

Slide 18 - Slide

Hoe heet dit figuur:
A
Trapezium
B
Vlieger
C
Parallellogram
D
Vierhoek

Slide 19 - Quiz

Koppel het juiste aantal graden aan de hoeken
100 graden
20
graden
160
graden
80
graden

Slide 20 - Drag question

Hiernaast zie je een vierhoek.
Hoeveel graden is hoek A?
A
285 graden
B
-105 graden
C
105 graden
D
75 graden

Slide 21 - Quiz

Alle hoeken van een vierhoek zijn samen
A
180 graden
B
Altijd verschillend
C
540 graden
D
360 graden

Slide 22 - Quiz

Welk vlakke figuur is dit?
A
trapezium
B
parallellogram
C
vlieger
D
vierhoek

Slide 23 - Quiz

Een symmetrie as deelt een figuur precies in tweeen
A
ja
B
nee

Slide 24 - Quiz

Hoeveel symmetrie-assen heeft dit figuur?
A
1
B
3
C
6
D
8

Slide 25 - Quiz

Bereken de kleinste draaihoek
A
90
B
180:3 = 60
C
360:6=60
D
360:3=120

Slide 26 - Quiz

Welke driehoek is een vergroting van driehoek ABC?
A
driehoek PQR
B
driehoek KLM
C
driehoek DEF

Slide 27 - Quiz

Als twee driehoeken gelijkvormig zijn, dan......................
Meerdere antwoorden zijn goed!

A
zijn alle hoeken even groot
B
zijn ze even groot
C
zijn alle drie zijden even lang
D
hebben vergelijkbare zijden dezelfde verhouding

Slide 28 - Quiz

Zet in de tabel de zijden die overeenkomstig zijn onder elkaar.
ABC
CDE
AB
BC
AC
CE
CD
DE

Slide 29 - Drag question

Overstaande hoeken zijn even groot (hebben hetzelfde tekentje, hier een x en een o)

Slide 30 - Slide

hoeken met x zijn even groot
hoeken met o zijn even groot
hoeken met x zijn even groot
hoeken met o zijn even groot
F- hoeken en Z- hoeken

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Een rechthoek heeft twee paar evenwijdige lijnen.
Hoe zie je welke lijnen bij elkaar horen?
A
aantal pijltjes
B
aantal lijnen
C
niet
D
kleur

Slide 33 - Quiz


Welke strategie pas je toe om LP1 te berekenen?
A
F-hoeken
B
Z-hoeken
C
Hoekensom driehoek
D
Gestrekte hoek

Slide 34 - Quiz

   regels voor hoeken                                       
  • De som van de 3 hoeken van een driehoek is 180°
  • De som van de 4 hoeken van een vierhoek is 360°
  • De basishoeken van een gelijkbenige driehoek    
       zijn gelijk aan elkaar 
  • alle hoeken van gelijkzijdige drIehoek zijn gelijk aan elkaar (en dus 360:3=60 graden)
  • Overstaande hoeken zijn gelijk aan elkaar
  • Een volle hoek is 360°
  • Een gestrekte hoek is 180°
  • Een rechte hoek is 90°
  • f/z hoeken
  • schuifsymmetrie
Denk eraan: gelijke tekentjes = gelijke hoeken of gelijke zijden of evenwijdig!

Slide 35 - Slide