Shakespeare

1 / 25
next
Slide 1: Slide
DramaSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijs,Technisch secundair onderwijsLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide


Iedereen verspreid door de ruimte.

Neutraal lopen. Loop gewoon. Geen personage, geen verhaal. Niet praten. Kijk naar de ruimte. Kijk niet naar elkaar. Zorg dat je niet steeds naast dezelfde persoon loopt.

Dan kleine impulsen:

verander van richting
stop
verander tempo
maak jezelf groter
maak jezelf kleiner
kijk iemand aan en loop verder
blijf plots staan alsof je iets ontdekt


  • Liefde

Slide 2 - Slide

Muziek aan. Neutraal lopen.

- Je ziet iemand die je heel graag wilt spreken.

- Maar je mag niet naar die persoon toe.

- Die persoon ziet jou.

- Je moet doen alsof je hem/haar niet ziet.

  • Jaloezie

Slide 3 - Slide

- Je ziet iemand met de persoon die jij graag wilt.

- Je mag niet laten merken dat je jaloers bent als je naar de persoon kijkt.

- Als je wegkijkt, kijk je heel jaloers.
  • Macht

Slide 4 - Slide

Muziek aan.
- Eén persoon begint langzaam meer ruimte in te nemen (eventueel aanwijzen).
 - De anderen merken het.
- Ze proberen die persoon tegen te houden, zijn ruimte in te nemen. Zonder aanrakingen.
- Het lukt niet. Die persoon wordt machtiger.
- Iedereen onderwerpt zich aan de persoon.

Freeze.


  • Ambitie

Slide 5 - Slide

- Kies een simpele beweging die iets uitbeeldt.
- Zorg dat de beweging duidelijk is.
- Je ziet iemand die iets beter kan dan jij.
 -Je wilt dat ook kunnen.
- Je mag die persoon niet aanraken.
- Je probeert het beter te doen.

Freeze.



  • Wraak

Slide 6 - Slide

- Iemand heeft jou iets aangedaan.
- Je ontmoet deze persoon. 
- Je mag elkaar niet aanraken.
  • Dood

Slide 7 - Slide

- Loop.
- Iemand die je goed kent is er niet meer.
- Je probeert verder te lopen alsof er niets gebeurd is.

Dan:
 - Stop.
- Kijk naar de plaats waar die persoon had moeten staan.
- Wat voel je?

Freeze.
  • Waanzin

Slide 8 - Slide

Iedereen gedraagt zich volkomen normaal. Behalve... leerling x. Dan weer iedereen normaal. Behalve... leerling y.

Aan het eind iedereen gek.
  • Magie 

Slide 9 - Slide

Normaal.
Een  kracht trekt je aan. Je probeert ertegen te vechten maar de kracht is sterker dan jij. 
LOVE
POWER
JEALOUSY
AMBITION
REVENGE
DEATH
MADNESS
MAGIC

Slide 10 - Slide

Jullie hebben net Shakespeare gespeeld zonder dat jullie één woord Shakespeare hebben gesproken.

Shakespeare gaat eigenlijk steeds over dit soort dingen: liefde, macht, jaloezie, ambitie, wraak, dood, waanzin en magie.
Welke toneelstukken van William Shakespeare ken je?

Slide 11 - Mind map

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Shakespeare's beroemdste stuk is waarschijnlijk Hamlet. Welke beroemde zin komt hieruit?
A
May the force be with you
B
All of our dreams can come true if we have the courage to pursue them
C
To be or not to be, that's the question
D
I'm gonna make him an offer he can't refuse

Slide 13 - Quiz

Het vertelt het verhaal van de Deense prins Hamlet, de protagonist van het stuk, die zint op wraak nadat hij van de geest van zijn overleden vader vernomen heeft dat deze door zijn eigen broer Claudius vermoord is. Claudius heeft vervolgens zijn plaats ingenomen, zowel op de troon als naast zijn vrouw Gertrude. Hamlet is zowel held als antiheld. Het stuk werd rond 1600 geschreven.

Zijn of niet zijn, dat is de vraag.

Slide 14 - Slide

Groepjes 4

Dit is één van de beroemdste zinnen uit de toneelgeschiedenis. De leerlingen krijgen 5 minuten om er een moderne scène van te maken. Ze mogen zelf bepalen wat deze zin betekent.
scène maximaal 1 minuut
de zin moet letterlijk worden uitgesproken
de zin mag maar één keer worden gezegd
het moet een moderne situatie zijn


Voorbeelden:

Een leerling voor een examen:
"Ga ik spieken of niet?"
→ "Zijn of niet zijn..."

Een relatie:
"Maak ik het uit of blijf ik?"

Een sporter:
"Ga ik die wedstrijd spelen of niet?"

Een sollicitatie:
"Neem ik deze baan aan?"

Een tiener:
"Ga ik naar dat feestje of blijf ik thuis?"

Maar misschien maakt iemand er iets heel absurds van.

En dat is precies de bedoeling.

Daarna onthul je Shakespeare

Als iedereen gespeeld heeft, zeg je:

"Jullie hebben allemaal dezelfde zin gebruikt, maar jullie hebben allemaal een ander verhaal verteld."

En dan:

"Dat is precies wat Shakespeare doet."

Pas nu vertel je:

Hamlet – William Shakespeare

En heel kort:

Hamlet twijfelt of hij moet leven of sterven, handelen of niets doen. Hij staat voor een fundamentele keuze.

Je kunt eventueel het beroemde origineel laten horen/zien:

To be, or not to be, that is the question.



Slide 15 - Video

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

1. De onzichtbare draad

Tweetallen.

A loopt door de ruimte. B volgt A alsof er een onzichtbare draad tussen hen zit. A verandert voortdurend richting, tempo, hoogte, beweging. B moet onmiddellijk volgen.

Na een minuut:

B neemt over zonder dat A weet wanneer.

Dan moeilijker:

De draad kan:

trekken
duwen
breken
elastisch zijn
heel zwaar zijn
gevaarlijk zijn

 2. Freeze 
De Shakespeare-energizer: "Ik ben..."

Iedereen loopt. Jij noemt een woord:

PRINS
KONING
BESTE VRIEND
HEKS

Iedereen moet in één seconde een fysiek beeld vinden.

Daarna:

bediende
verrader
geliefde
vijand
soldaat
geest
moordenaar
slachtoffer
hofnar
erfgenaam

Daarna abstractere woorden:

macht
schuld
verlangen
jaloezie
angst
wraak
liefde

Shakespeare

  • Elk groepje krijgt een stuk van William Shakepeare.
  • Bij het stuk hoort een thema/probleem.
  • Elk groepje krijgt een zin.
  • Maak een stilstaand beeld dat het stuk samenvat.
  • Het beeld komt tot leven zonder tekst.
  • Laat je inspireren door het originele stuk.
  • Maak een scène van 2 minuten.
  • De beroemde zin moet erin voorkomen.
  • De zin is een belangrijk moment en mag maar één keer worden uitgesproken.
  • De scène mag zich afspelen in het heden.
  • Je krijgt een theatrale beperking.

Slide 17 - Slide

Theatrale beperking: 

🎭 SPEEL ZONDER TE ZITTEN

🎭 SPEEL DE SCène in mime


🎭 SPEEL DE SCÈNE TWEE KEER: EERST SERIEUS, DAN ALS KOMEDIE

🎭 GEBRUIK ÉÉN OBJECT DAT EEN BELANGRIJKE ROL KRIJGT

🎭 DE PERSONAGES MOGEN ELKAAR NOOIT AANRAKEN

  • Liefde: Romeo en Julia
  • Onmogelijke liefde
  • O Romeo, Romeo, waarom moet jij Romeo zijn?

Slide 18 - Slide

De thema's zijn de grote thema's uit Shakespeare.

Muziek aan. Laat de muziek iets met je lichaam doen.

- Je ziet iemand die je heel graag wilt spreken.

- Maar je mag niet naar die persoon toe.

- Die persoon ziet jou.

- Je moet doen alsof je hem/haar niet ziet.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

  • Waanzin: King Lear
  • Macht verliezen
  • O, dwaasheid! Dwaasheid! Ik zal gek worden!

Slide 20 - Slide

- Iedereen loopt normaal.

Dan:

"Jij hoort iets wat de anderen niet horen."

De rest blijft normaal.

"Nu zien jullie iets wat hij/zij niet ziet."

"Niemand weet nog wie gelijk heeft."

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

  • Ambitie: Macbeth
  • Hoe ver ga je om te krijgen wat je wil?
  • Is dit een dolk die ik daar voor mij zie?

Slide 22 - Slide

- Kies een simpele beweging die iets uitbeeldt.
- Zorg dat de beweging duidelijk is.
- Je ziet iemand die iets beter kan dan jij.
 -Je wilt dat ook kunnen.
- Je mag die persoon niet aanraken.
- Je probeert het beter te doen.

Freeze.



Slide 23 - Slide

This item has no instructions

  • Magie: Een midzomernachtdroom
  • Verliefd op de verkeerde
  • Wat zijn die stervelingen toch dwazen!

Slide 24 - Slide

"Er is iets veranderd in de ruimte."

"Jullie weten niet wat."

"Eén persoon kan het zien."

"Die probeert de anderen ervan te overtuigen."

"Nu kunnen jullie het allemaal zien."

Slide 25 - Slide

This item has no instructions