Bindingen in en tussen moleculen
Binding tussen atomen IN moleculen (herhalen 2.1)
Eigenschappen van moleculaire stoffen
Binding tussen moleculen
Vanderwaalsbinding
dipoolbinding
Waterstofbruggen
Apolaire moleculen
Bindingen in en tussen moleculen
Binding tussen atomen IN moleculen (herhalen 2.1)
Eigenschappen van moleculaire stoffen
Binding tussen moleculen
Vanderwaalsbinding
dipoolbinding
Waterstofbruggen
Apolaire moleculen
Bindingen in en tussen moleculen
Binding tussen atomen IN moleculen (herhalen 2.1)
Bindingen in en tussen moleculen
Eigenschappen van moleculaire stoffen
Binding tussen moleculen
Vanderwaalsbinding
dipoolbinding
Waterstofbruggen
Apolaire moleculen
Eigenschappen van moleculaire stoffen
Geleid geen elektriciteit (want bevat geen vrij bewegende geladen deeltjes)
Oplosbaarheid (wel/niet in water)
Smeltpunt, kookpunt
Binding tussen moleculen
Bij smelten en verdampen gaan moleculen steeds meer langs en daarna van elkaar af bewegen waardoor de afstand tussen de moleculen groter wordt. De atoombindingen blijven intact.
Wat is het verband?
Binding tussen moleculen
Wat kan je makkelijker van elkaar los duwen: 2 baby's van 3 kg of 2 sumo-worstelaars van 250 kg?
Wat zal lastiger langs elkaar bewegen: 2 moleculen van 16u of 2 moleculen van 72 u?
Hoe zwaarder de moleculen hoe sterker de bindingen tussen moleculen zijn, des te moeilijker is het om langs en van elkaar te bewegen ==> hoe te hoger zijn het smeltpunt en het kookpunt
Hoe kan dit, is toch allebei C5H12?
aantrekkende krachten
Wat heeft meer gezamenlijk contactoppervlak?
2 plankjes van 72 g
of
2 tennisballen van 72 g?
Vanderwaalsbinding
Alle moleculen hebben een aantrekkende kracht op elkaar; deze heet de vanderwaalskracht (ook wel vanderwaalsbinding)
Zowel hogere molecuulmassa als groter molecuuloppervlak
maken de binding sterker
Dipool-dipoolbinding
Binding tussen polaire moleculen ("dipolen").
(paragraaf 2.1) Hoe bepaal je of een binding/molecuul polair is ??
Binding tussen en van verschillende moleculen
Voorbeeld: SO2
Als het verschil in elektronegativiteit (T40)
< 0,4 is noemen we de binding:
covalent of apolair.
Als 0.4 < verschil elektronegativiteit < 1,7 (T40) noemen we de binding polair en krijgen we hele kleine + of - lading op de atomen (zie hiernaast).
Als het verschil in elektronegativiteit (T40)
> 1,7 noemen we de binding ionogeen en is er echte + of - lading op de atomen.
1 atoombinding = elektronenpaar
(herhalen 2.1) Welke binding is polair?
C-C
C-H
Na-F
N-H
(herhalen 2.1) Welke binding is polair?
O=O
C=O
Cl-Cl
N=N
Dipool-dipoolbinding
Binding tussen polaire moleculen ("dipolen")
Binding tussen en van verschillende moleculen
Voorbeelden: HCl en H2O
Een molecuul heeft een dipool/is een dipoolmolecuul als
- er polaire atoombindingen aanwezig zijn
- er geen symmetrie in het molecuul is waardoor de
ladingen elkaar niet 'opheffen' oftewel netjes gezegd: het centrum van de + en - lading ligt dan niet op elkaar
dus H2O wel en CO2 geen dipoolmolecuul !!
Waterstofbrug
Bij polaire bindingen met een H-atoom in een -OH of -NH kunnen moleculen
waterstofbruggen vormen
Voorbeeld: H2O
(En alle andere moleculen
met N-H of O-H groepen)
- - - - - -
- - - - - -
Waterstofbrug
Ander Voorbeeld: H2O met ethanal, dat kan ook!
Dus: 1 polaire binding met H (hier: O-H) en
een andere polaire binding met of zonder H (hier: C=O)
- - - - - -
Waterstofbruggen
Waterstofbruggen geven ijs een
kenmerkende structuur met veel
lege ruimte,
vandaar de lage dichtheid!
waterstofbrug (H - O)
Waterstofbruggen
Teken de waterstofbruggen tussen ammoniak-
en watermoleculen
Waterstofbruggen
De waterstofbruggen tussen ammoniak-
en watermoleculen
Apolaire moleculen
Als een molecuul geen polaire bindingen heeft is er geen dipool en het molecuul is apolair !
Voorbeeld: CH4
Polaire bindingen maar Apolaire moleculen
Soms kunnen polaire bindingen in een molecuul elkaar precies tegenwerken. Er is dan netto geen dipool en het molecuul is apolair !
Voorbeeld: CO2
0
Heeft dit molecuul een dipool?
Ja, er is een netto dipool want de ladingen heffen elkaar niet op.
Nee, er is een netto dipool want de ladingen heffen elkaar niet op.
Ja, er is geen netto want de ladingen heffen elkaar op dipool.
Nee, er is geen netto dipool want de ladingen heffen elkaar op.
Heeft waterstofchloride een dipool (en is het dus een dipoolmolecuul) ?
Ja
Nee
Oplosbaarheid in water
Moleculen die een -OH of een -NH groep bevatten en dipoolmoleculen kunnen oplossen in water
Op microschaal: moleculen die een -OH of -NH groep bevatten kunnen waterstofbruggen maken met -OH groepen van watermoleculen en zullen oplossen in water.
Polaire moleculen zullen een dipool-dipool binding maken met watermoleculen en dus oplossen in water
Oplosbaarheid in water
Moleculen die geen -OH of een -NH groep bevatten of geen dipoolmolecuul zijn kunnen niet oplossen in water
Op microschaal:
moleculen die geen -OH of -NH groep bevatten of geen dipoolmolecuul zijn kunnen niet oplossen in water want ze kunnen geen H-brug maken of dipooldipoolinteractie hebben met watermoleculen (maar wel in een apolair oplosmiddel zoals benzine).
Polaire molecuul
Apolair molecuul
Waterstof (H2)
Methaan (CH4)
Methanol (CH3OH)
Waterstofchloride
(H-Cl)
Koolstofdioxide (O=C=O)
Water
(HOH)
ammoniak
H-N-H
|
H
wateroplosbaar molecuul
niet wateroplosbaar molecuul
Waterstof (H2)
Methaan (CH4)
Methanol (CH3OH)
Waterstofchloride
(H-Cl)
Koolstofdioxide (O=C=O)
Water
(HOH)
ammoniak
H-N-H
|
H
Als een molecuul een -OH of -NH groep bevat of een dipoolmolecuul is ontstaat er een extra interactie tussen deze moleculen onderling en met watermoleculen. Wat zal er met het kookpunt van de moleculen gebeuren: zal dit hoger/gelijk/lager zijn dan moleculen met een zelfde molmassa maar zonder deze extra interactie
Aan de slag
Lezen/herhalen/samenvatten H2.2
Maken opdrachten uit de planner + test jezelf
PWW = hfst 1 + hfst 2