21 januari

Wat doen we vandaag?
  • Vragen Grammatica en/of toetsweek?
  • Vragen cultuurtekst?
  • Serie 2.  
1 / 34
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen Grammatica en/of toetsweek?
  • Vragen cultuurtekst?
  • Serie 2.  

Slide 1 - Slide

Vragen grammatica?

Slide 2 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 3 - Slide

1D: ABCD

Slide 4 - Slide

ὅτε οὐδεὶς τῶν τέκνων ἤκουεν, ὁ φοβερὸς Ἀλέξανδρος
τῇ ἀδελφῇ ἔλεξεν·

Slide 5 - Open question

οὐδεὶς νῦν ἡμῶν ἀκούει.

Slide 6 - Open question

τί οὐ τὴν θύραν τοῦ θαλάμου τῷ μοχλῷ κλῄομεν;

Slide 7 - Open question

εὖ λέγεις, ὦ Ἀλέξανδρε, ἡ ἀδελφὴ τῷ ἀδελφῷ
ἔλεξεν.

Slide 8 - Open question

τοῦτο ἐποίησαν, καὶ οὕτως τοὺς ἀνθρώπους μάλα ὤργισαν·

Slide 9 - Open question

οἱ δὲ κακοῦργοι ἄνθρωποι τὴν θύραν βίᾳ
ἔῳξαν.

Slide 10 - Open question

ἔπειτα τὰ τέκνα ἔλαβον καὶ ἔδησαν.

Slide 11 - Open question

ἐξαίφνης δὲ εἷς τῶν κακούργων ἔλεξεν·

Slide 12 - Open question

μὰ Δία, ἡ τύχη ἡμῶν
κακή ἐστιν· ἡ κόρη τυφλή ἐστιν.

Slide 13 - Open question

ὁ δ’ ἄλλος ἔλεξεν·

Slide 14 - Open question

εὖ λέγεις· τοῦτο καὶ ἐγὼ νῦν
γιγνώσκω.

Slide 15 - Open question

διὰ τοῦτο τὸν νεανίσκον μόνον ἀποκόμιζε.

Slide 16 - Open question

τὸν δὲ δοῦλον καὶ τὴν κόρην αὐτοῦ λεῖπε, τὸν μὲν
δοῦλον ὅτι γεραιός ἐστιν, τὴν δὲ κόρην ὅτι τυφλή
ἐστιν.

Slide 17 - Open question

καὶ ὁ μὲν τὸν δοῦλον εἰς τὸν θάλαμον ἔφερε καὶ
ἐνταῦθα σὺν τῇ κόρῃ ἔλειπεν·

Slide 18 - Open question

ὁ δὲ τὸ στόμα τοῦ νεανίσκου ἔκλῃσεν καὶ ἐν δερματίνῳ ἀσκῷ ἔκρυψεν αὐτόν.

Slide 19 - Open question

ἔπειτα οἱ κακοῦργοι τὸν ἀσκὸν ἔξω εἷλκον καὶ
ἐν μέρει αὐτὸν ἔφερον.

Slide 20 - Open question

Oefening 1 (1)
  • 1 zij deden 
  • 2 wij verlaten
  • 3 draag, breng 
  • 4 hij keek
  • 5 jullie zien in,weten/ zie in, weet

Slide 21 - Slide

Oefening 1 (2)
  • 6 zij hoorden (aor.)
  • 7 zij sturen
  • 8 jij blijft, wacht
  • 9 zij hadden, hielden
  • 10 hij deed, maakte (aor.)

Slide 22 - Slide

Oefening 2(1)
  • 1 dat. ev 
  • 2 acc. ev
  • 3 gen. mv
  • 4 dat. mv
  • 5 gen. ev

Slide 23 - Slide

Oefening 2(2)
  • 6 dat. ev
  • 7 nom. mv
  • 8 acc. ev
  • 9 gen. ev
  • 10 acc. mv

Slide 24 - Slide

Oefening 3
  • ὁ δοῦλος λέγει ὅτι ὁ πατὴρ καὶ ἡ μήτηρ αὖθις ἐπὶ Λεβάδειαν βαίνουσιν.
  • De slaaf zegt dat de vader en de moeder opnieuw naar Lebadeia gaan.

Slide 25 - Slide

Oefening 4
  • δέ
  • ἀλλὰ
  • γὰρ
  • καὶ
  • οὖν

Slide 26 - Slide

Oefening 5
  • 1 ἡ μήτηρ 
  • 2 σύ 
  • 3 οἱ δοῦλοι 
  • 4 ὁ πατήρ
  • 5 οἱ ἄνθρωποι
  • 6 ὁ ἀδελφὸς
  • 7 τὸ τέκνον

Slide 27 - Slide

Oefening 6 (1)
  • 1 οἱ δοῦλοι 
  • De slaven doen het werk goed.
  • 2 κακή 
  • Ons lot is slecht.
  • 3 τοῦ ἀνθρώπου. 
  • Niemand hoorde de man

Slide 28 - Slide

Oefening 6(2)
  • 4 τοῖς ἀνθρώποις, τὸν δοῦλον. 
  • De zus zei tegen de mannen: “maak de slaaf los”.
  • 5 ἡ ἀδελφὴ 
  • De zus schreeuwde met luide stem.
  • 6 οἱ ἄνθρωποι 
  • De mannen laten het meisje in het huis achter.

Slide 29 - Slide

Oefening 6(3)
  • 7 φόβον 
  • Wij hebben geen angst.
  • 8 τὴν οἰκίαν 
  • Bewaak /Jullie bewaken het huis goed, slaven.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Aan het werk. 
  • Vertaal 2A.
  • Leer voor de toetsweek.


Slide 32 - Slide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 33 - Open question

Wat is nog onduidelijk?
Waar wil je meer over weten?

Slide 34 - Open question