La négation II

1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide


niet /geen ( ne.... pas) heb je in de brugklas al geleerd.

Er komen nu nog een aantal onkenningen bij. Als je nog weet hoe dit werkt kun je heel snel door de volgende slides.(t/m slide 8) 

(







Slide 2 - Slide

Eerst een herhaling van klas 1

Slide 3 - Slide



Slide 4 - Slide

De ontkenning 

In het Nederlands: niet en geen

In het Frans altijd twee woorden: ne..... pas


Ne staat vóór de persoonsvorm

Pas staat direct achter de persoonsvorm

Dus: ontkenning deel 1 + pv + ontkenning deel 2


Slide 5 - Slide

de ontkenning - voorbeelden
Ik werk - Je travaille

Ik werk niet - Je ne travaille pas

Hij zingt - Il chante

Hij zingt niet - Il ne chante pas

Het is een zwembad - C'est une piscine

Het is geen zwembad - Ce n'est pas une piscine

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Stappenplan bij ontkennend maken:
  1. Zoek de persoonsvorm - dit is altijd een werkwoord
  2. Schrijf de persoonsvorm op (de hamburger)
  3. Zet ne ervoor en pas erachter  (de broodjes)
  4. Begint pv met klinker? verander ne in n'
  5. Zet onderwerp weer in de zin (verander Je in j' als dat kan)
  6. Zet overige zinsdelen in de zin
  7. Lees de zin nog een keer door.

Slide 9 - Slide


Naast niet /geen zijn er nog meer ontkenningen. Meestal gebruik je die op dezelfde manier als 


Ne.............pas

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide


Maak exercice 1 op de volgende slide en klik op het eind op "valider". Je kunt zien wat de goede antwoorden waren door onder de opdracht op "montrer les réponses " te klikken. je kunt op het groene  blokje drukken , na de opdracht om te luisteren naar het antwoord.

Na deze opdracht krijg je nog een paar vragen.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Maak op de juiste manier ontkennend:
Il y a encore des problèmes.
A
Il n'y a rien de problèmes
B
Il y n'a plus de problèmes
C
Il n'y a plus de problèmes
D
Il n'y a plus encore de problèmes

Slide 15 - Quiz

Geef ontkennend antwoord op de vraag: Est-ce qu 'il dit quelque chose?
A
Il ne dit rien
B
Il ne dit pas encore
C
Il ne dit quelque chose pas
D
il ne dit jamais

Slide 16 - Quiz

Zeg het tegenovergestelde:
Je comprends tout.
A
Je ne comprends pas
B
Je ne comprends pas encore
C
Je ne comprends plus
D
je ne comprends rien

Slide 17 - Quiz

Tu comprends?

Slide 18 - Slide

Tu as encore des questions?

Slide 19 - Open question