Engels lesweek 8, lockdown week 3, lockdown 2

GOOD MORNING !
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

GOOD MORNING !

Slide 1 - Slide

How are you this morning?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 2 - Poll

Lesson goals today
Red label: learn about question words + practise them
Yellow label: learn about must/mustn't and practise it

Slide 3 - Slide

How? 
First Question Words explanation -> Red label + Yellow label
Then Red label gets to work
Must/mustn't explanation -> Yellow label
Then Yellow label gets to work
Work finished? -> report back to your teacher

Slide 4 - Slide





Question words

Slide 5 - Slide

Any idea what question words are?
A
yes
B
no
C
a little

Slide 6 - Quiz

gebruik notitie onderaan om jouw info to te voegen, alleen info toevoegen, 
geen lege notities of vraagtekens!
question words

Slide 7 - Mind map

Question words
who, whose, what, when, where, which, why, how

Slide 8 - Slide

Do you have to memorise?
Yes, dears!
all of them?
Yes, dears!

Slide 9 - Slide

who/whose
who? = wie? vraagt naar personen
Who was that girl you were talking to?
 whose? = van wie?
vraagt naar personen als het om bezit gaat
Whose car is this?

Slide 10 - Slide

what/when
 what? = wat? vraagt naar dingen (en dieren)
What do you want?
 when? = wanneer vraagt naar een tijdstip
When does the train arrive?

Slide 11 - Slide

where/which
where? = waar? vraagt naar een plaats
Where did you park your car?
 which? = welke vraagt naar personen en dingen als een keuze gemaakt moet worden uit een beperkt aantal
Which one do you like? The blue one or the red one?

Slide 12 - Slide

why/how
 why? = waarom? vraagt naar een reden
Why are you late?
 how? = hoe? vraagt naar een manier
How did you get here? I came by bike.

Slide 13 - Slide

Easy?
Yes
No

Slide 14 - Poll

to work!
Red Label make exercises 15, 16A, 16B, 17 + 18
In je digitale boek.
Magister-leermiddelen-New Interface combipakket-Unit 4-Lesson 2-15, 16A, 16B, 17 + 18

Slide 15 - Slide

Yellow Label:
Do you understand the meaning of must & mustn't?
A
yes
B
no

Slide 16 - Quiz

Must / Have to / Should
Must, have to en should zijn alledrie hulpwerkwoorden en betekenen alle drie moeten. Toch hebben ze niet alle drie dezelfde betekenis van moeten.

Slide 17 - Slide

Must / Have to / Should
Omdat het hulpwerkwoorden zijn, kan je ze nooit als enige werkwoord in de zin gebruiken. Er moet altijd een werkwoord bij. Hiervoor gebruik je altijd het hele werkwoord. 
Bijvoorbeeld: I'm hungry, I must eat something. 
In deze zin staat het hulpwerkwoord must en hebben we hele werkwoord eat er achter gezet.

Slide 18 - Slide

Alle drie de hulpwerkwoorden hebben een andere betekenis. 
Must: moeten (persoonlijke noodzaak, kan niet anders)
I'm hungry, I must eat something.
Mustn't: niet moeten/mogen 
We musn't lie to our parents.

Have to: moeten (verplicht, van buitenaf opglegd)
The students have to do their homework.
Don't / doesn't have to: niet hoeven
You don't have to go to school when you're ill.
Should: (zou) eigenlijk moeten
Instead of watching Netflix, I should clean my room.
Shouldn't: (zou) eigenlijk niet moeten 
You shouldn't eat too much chocolate, it's not healthy.

Slide 19 - Slide

Are you ready to practise must/mustn't?
Yes
No

Slide 20 - Poll

work, work, work
Magister - leermiddelen - New Interface combipakket - Unit 4 - lesson 2 - 12, 13A, 
13B + 14

Done? report back to your teacher.

Slide 21 - Slide

Feedback please
Did we reach our lesson goals?
Red label: learn about question words + practise them
Yellow label: learn about must/mustn't and practise it

Slide 22 - Slide

Did you reach the lesson goal?
Yes
No

Slide 23 - Poll

See you next time!

Slide 24 - Slide