A1A Spelling H3 + H4 les 3

timer
10:00
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

timer
10:00

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Lesdoel
Ik kan:
  • de persoonsvorm tt en vt correct spellen
  • meervouden die eindigen op -s correct spellen
  • meervouden die eindigen op -en correct spellen
  • meervouden van woorden die eindigen op -ee en -ie correct spellen
  • de verleden tijd van sterke werkwoorden correct spellen

Slide 3 - Slide

Wat hadden we deze week ook alweer gedaan?

Slide 4 - Slide

Meervouden op -s
Sommige zelfstandig naamwoorden hebben een meervoud eindigend op -s.
  • je schrijft een -s achter het enkelvoud
café - cafés / passagier - passagiers

  • je schrijft 's achter het enkelvoud
* bij woorden op -a, -i, -o, -u, of -y: lolly - lolly's
* bij afkortingen: pc's, tv's

Slide 5 - Slide

Uitzondering
Woorden die eindigen op 2 of 3 klinkers die samen 1 klank vormen, schrijf je het meervoud -s.
etui - etuis / milieu - milieus

Slide 6 - Slide

Meervouden op -en
Veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud op -en.

voorbeeld: kast - kasten

Slide 7 - Slide

Soms moet je ook:
  • de laatste letter van ev verdubbelen: pot - potten 
  • een a, e, o of u weglaten: beer - beren
  • een -f veranderen in een -v: boef - boeven
  • een -s veranderen in een -z: huis - huizen

Slide 8 - Slide

Sterke werkwoorden
De sterke werkwoorden veranderen van klank als ze van tijd veranderen.

Slide 9 - Slide

PVVT (sterk ww) / d of t
Hoe weet je wanneer je een -d of een -t schrijft aan het einde van het werkwoord?

  • maak het woord langer (verlengproef)
  • voorbeeld: had - hadden

Slide 10 - Slide

PVVT (sterk ww)
  • Schrijf het woord zo kort mogelijk.
  • Gebruik geen dubbele letters (-dd of -tt), behalve als dat nodig is voor de uitspraak.

  • Voorbeeld: beginnen - begonnen

Slide 11 - Slide

Huiswerk
We kijken het huiswerk van deze week na.


H3: blz. 95 opdr. 4 + blz. 97 opdr. 2 en 4
H4: blz. 125 opdr. 4 en 5

Bij welke opdracht had je alles goed? Wat vond je nog lastig?

Slide 12 - Slide

Hoe vind je zelf dat je gewerkt hebt?
A
:)
B
:|
C
:(

Slide 13 - Quiz

Ik kan meervouden die eindigen op
-en correct spellen.
A
Ja, dat lukt erg goed.
B
Ja, maar ik vind het soms nog moeilijk.
C
Ik moet nog meer oefenen.

Slide 14 - Quiz

Ik kan de persoonsvorm tt en vt correct spellen.
A
Ja, dat lukt erg goed.
B
Ja, maar ik vind het soms nog moeilijk.
C
Ik moet nog meer oefenen.

Slide 15 - Quiz

Ik kan meervouden die eindigen op
-s correct spellen.
A
Ja, dat lukt erg goed.
B
Ja, maar ik vind het soms nog moeilijk.
C
Ik moet nog meer oefenen.

Slide 16 - Quiz

Ik kan de verleden tijd van sterke werkwoorden correct spellen.
A
Ja, dat lukt erg goed.
B
Ja, maar ik vind het soms nog moeilijk.
C
Ik moet nog meer oefenen.

Slide 17 - Quiz

Huiswerk
ma 13-09: lezen theorie blz. 126
do 16-09: lezen theorie blz. 156
vrij 17-09: maken 
blz. 127 opdr. 3 + 4
blz. 157 opdr. 2 + 3 + 6

Let op: in de 3e les van week 38 (20-09 t/m 24-09) heb je een SO spelling H1 t/m H5 

Slide 18 - Slide