SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 2 · DEEL 1/3
Tijdgeest: jeugdculturen
Rockers, mods, indorockers, hippies, punks en skinheads, en de muziek die bij hun kleren hoorde (1950-1980).
A
SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 2 · DEEL 1/3
Tijdgeest: jeugdculturen
Rockers, mods, indorockers, hippies, punks en skinheads, en de muziek die bij hun kleren hoorde (1950-1980).
A
This item has no instructions
LINER NOTES · LEERDOEL
Na deze les kun je…
uitleggen hoe na 1945 de eerste jeugdculturen ontstaan, welke muziek bij elke groep hoort, en welke muzikale kenmerken die muziek tot een identiteit maken.
CENTRALE VRAAG
Waarom kiest een generatie een eigen geluid, en wat maakt dat geluid herkenbaar als “van ons”?
This item has no instructions
1842-1870
Het eerste idool: Charles Dickens
Schrijver, maar ook performer: hij trekt met voorleesavonden door Engeland en Amerika
Bij zijn eerste bezoek aan Amerika (1842) proberen fans stukjes uit zijn bontjas te knippen
Tijdens de Amerikaanse tournee van 1867-68 slapen mensen ’s nachts in de rij; kaartjes gaan op de zwarte markt voor het veelvoudige weg
Tournee, manager, fans, hysterie: alles van een popster, honderd jaar vóór Elvis
Opening van de oorspronkelijke les: het idool is geen uitvinding van de rock-’n-roll. Vraag: wat heeft een idool nodig? (Een medium dat hem overal brengt, een publiek met tijd en geld, en een persoon om je mee te identificeren.) Dat lijstje komt terug bij elk idool op de volgende dia.
1960-2022
Tieneridolen door de decennia
Elk decennium heeft zijn idool. Luister kort naar een paar fragmenten: wat is er aan de productie veranderd, en wat is juist hetzelfde gebleven?
Elvis Presley
Are You Lonesome Tonight? (1960)
The Beatles
Please Please Me (1963)
The Partridge Family / David Cassidy
I Think I Love You (1970)
Michael Jackson
Beat It (1983)
Wham!
Wake Me Up Before You Go-Go (1984)
Madonna
Material Girl (1984)
Take That
Back for Good (1995)
Spice Girls
Wannabe (1996)
Backstreet Boys
I Want It That Way (1999)
BTS
Dynamite (2020)
Harry Styles
As It Was (2022)
Gebruik deze dia als opwarmer: laat studenten per fragment het decennium raden vóór je de knop omdraait. De drie constanten: een herkenbaar gezicht, een eenvoudige hook, en een productie die precies bij het medium van dat moment past (radio, tv, MTV, streaming).
Luistertips:
Elvis Presley – Are You Lonesome Tonight? (1960): Een wals uit 1926 met gesproken middenstuk: het idool als crooner.The Beatles – Please Please Me (1963): Tweestemmige zang, mondharmonica, een hoge "come on" als hook.The Partridge Family / David Cassidy – I Think I Love You (1970): Tv-band met studiomuzikanten (de Wrecking Crew): het idool als product.Michael Jackson – Beat It (1983): Pop en hardrock samen: de gitaarsolo is van Eddie Van Halen.Wham! – Wake Me Up Before You Go-Go (1984): Motown-shuffle in een jaren-80-productie.Madonna – Material Girl (1984): Synthbas en drumcomputer; het idool bepaalt zelf haar imago.Take That – Back for Good (1995): De gecaste boyband; een klassieke ballad met strijkers.Spice Girls – Wannabe (1996): Vijf personages, één merk. Let op de rap-achtige couplets.Backstreet Boys – I Want It That Way (1999): Geschreven door de Zweed Max Martin: het Zweedse popmodel (melodie vóór betekenis).BTS – Dynamite (2020): K-pop in het Engels, disco-funk, retro: een globaal idool.Harry Styles – As It Was (2022): Ex-boybandlid als soloartiest: synthpop-gitaarriff, 174 bpm.
Welke jeugdcultuur ken je al? Noem er één (uit elke tijd mag).
Verwacht: punks, hippies, gabbers, emo, skaters, e-girls. Wie een hedendaagse subcultuur noemt: vraag welke muziek erbij hoort. Die vraag is het hart van de les.
SIDE A · TRACK 01 · 1950-1960
De wereld na de oorlog
In de VS is de welvaart hoog: de consumptiemaatschappij
Snelle techniek: auto’s, tv, reclame, transistorradio en de 45-toerensingle
De VS zijn de bevrijder en bondgenoot; hun cultuur wordt het voorbeeld
Babyboom: in de jaren 60 is een groot deel van de bevolking jong
Jongeren blijven langer op school, en krijgen zakgeld en vrije tijd
Het woord "teenager" wordt pas in de jaren 40 gangbaar. Voor het eerst is er een groep met eigen geld maar zonder de verantwoordelijkheid van volwassenen: een markt.
SIDE A · TRACK 02 · 1954-1960
Rolmodellen
Teen magazines en films maken van artiesten idolen, ook buiten de muziek (James Dean, Marlon Brando)
Marketing en reclame verkopen niet alleen platen, maar een levensstijl
DJ’s worden sterren, en laten zich betalen om platen te draaien: payola
De eerste jeugdcultuur loopt gelijk op met de witte rock-’n-roll: Rock Around the Clock (1954) in de film Blackboard Jungle (1955) leidt tot rellen in bioscopen
LUISTERTIP Een 12-maten blues met een dansorkest-sound. Tel de maten van het couplet mee.
Bill Haley & His Comets
Rock Around the Clock (1954)
Payola-schandaal 1959-1960: Alan Freed verloor zijn carrière, Dick Clark kwam er met een schrammetje vanaf. Muziek en omkoping in de radio: het blijft een thema tot aan de playlistdiscussies van nu.
SIDE A · TRACK 03 · 1950-1960 · VERENIGD KONINKRIJK
Een eigen groep
Jongeren onderscheiden zich door kleding, kapsel, muziek en taal: een eigen jeugdcultuur
Een hogere opleiding dan hun ouders brengt ze in contact met nieuwe ideeën
In Engeland: de Teddy Boys, in Edwardiaanse pakken, gek op rock-’n-roll
Britse artiesten beginnen de Amerikanen na te doen, en maken er iets eigens van
LUISTERTIP Brits antwoord op Elvis, maar braver. Hoor je de invloed van country (de akoestische shuffle)?
Cliff Richard & The Shadows
Living Doll (1959)
Foto: Teddy Boys op straat, aangeleverd door de docent. Vervangt dia 8 in de samengevoegde les.
SIDE A · TRACK 04 · 1955-1965
Rockers
Ontstaan uit de Teddy Boys; ook: ton-up boys, café racers, greasers (VS), en in Nederland de nozems en dijkers
Motoren, leren jacks, spijkerbroeken, Brylcreem; arbeidersklasse
Muziek: rock-’n-roll en rockabilly, slapback-echo, contrabas geslagen, twangende gitaar
Idolen: Eddie Cochran, Gene Vincent, Elvis Presley
LUISTERTIP Stop-time-riff: de band valt stil en de stem vult het gat. Cochran speelde zelf gitaar én bas op veel opnames.
Eddie Cochran
C’mon Everybody (1958)
This item has no instructions
SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 2 · DEEL 2/3
Mods, indorock en artistiekelingen
Stijl als statement: scooters, Hawaïgitaar en bebop in rokerige cafés.
A
This item has no instructions
SIDE A · TRACK 05 · 1958-1966
Mods
Van modernist: oorspronkelijk fans van moderne jazz
Scooters met veel spiegels, parka’s, maatpakken: stijlbewust
Muziek: modern jazz, soul, rhythm-and-blues, ska, later beat en psychedelica
Rivalen van de rockers: de gevechten in Brighton (1964) halen de voorpagina’s
Bands: The Who, Small Faces, The Kinks
The Who
LUISTERTIP Luister naar de gestotterde zang, de baspartij als solo-instrument en de modulaties omhoog. Aan het eind: feedback als muziek.
The Who
My Generation (1965)
"Hope I die before I get old": de eerste keer dat de generatiekloof zelf het onderwerp van een hit is. Het nummer moduleert drie keer omhoog, een truc die later een pop-cliché wordt ("truck driver’s gear change").
SIDE A · TRACK 06 · 1957-1965 · NEDERLAND
Indorock
Meer een subcultuur dan een jeugdcultuur: muzikanten met Indische en Indonesische wortels, na de dekolonisatie in Nederland
(Instrumentale) rock-’n-roll met razendsnelle gitaarlicks, Hawaïgitaar en show: spelen met je tanden, achter je hoofd
De eerste Nederlandse popmuziek die Duitsland verovert (Hamburg!)
Gaat langzaam over in indopop: Tielman Brothers (indorock), The Blue Diamonds (indopop)
Nieuw inzicht: de Tielman Brothers speelden al in Hamburg vóór The Beatles, en worden gezien als pioniers van de Europese rock. De stijl combineert rock-’n-roll met kroncong en Hawaïaanse muziek, die in Indië populair waren.
Tielman Brothers – Bossa Nova Baby, live op tv. Let op de gitaartechniek (Andy Tielman) en de showelementen.
SIDE A · TRACK 07 · 1950-1965 · AMSTERDAM, PARIJS
Artistiekelingen
De Pleiners: jongeren rond het Leidseplein in Amsterdam; in Parijs de existentialisten
Kunst, filosofie, nouvelle-vaguefilms, zwarte (tweedehands) kleding en coltruien
Tegen autoriteit en traditie; schrijvers als Harry Mulisch, Simon Carmiggelt, Remco Campert
Muziek: bebop en modern jazz, Franse chanson, Miles Davis, John Coltrane, Juliette Gréco
John Coltrane
LUISTERTIP Hoog tempo, snelle akkoordwisselingen, lange solo’s: muziek om naar te luisteren, niet om op te dansen.
John Coltrane
Be-Bop
In de oude les stond "John Miles" bij de artiesten; bedoeld is waarschijnlijk Miles Davis. Mixtape 5 gaat verder in op bebop.
Welke groep hoort bij scooters, parka’s en soul, ska en modern jazz?
Rockers
Pleiners
Mods
Teddy Boys
Mods. Wie Teddy Boys kiest weet dat mods uit die groep voortkomen; wie Pleiners kiest koppelt jazz aan de artistiekelingen. Beide zijn half goed, vraag door naar de muziek.
Wat hoor je in My Generation dat typisch is voor de mod-sound van The Who?
Een 12-maten blues met akoestische gitaar
Een bas als solo-instrument en modulaties omhoog
Een strijkorkest en een gesproken middenstuk
Een drumcomputer en synthesizerbas
John Entwistle speelt de bassolo’s; het nummer moduleert van G naar A naar B♭ naar C. C is Elvis (Are You Lonesome Tonight), D is Madonna.
SCHOOL OF ROCK · MIXTAPE 2 · DEEL 3/3
Protest en provocatie
Van flower power tot no future: hippies, punks en 2 Tone (1965-1981).
B
This item has no instructions
SIDE B · TRACK 01 · 1965-1972
Hippies
Brede sub- en jeugdcultuur van de babyboomers: flower power, anti-materialisme, pacifisme (Vietnam)
Muziekfestivals (Monterey 1967, Woodstock 1969), de Summer of Love (1967), experimenten met drugs: de counterculture
Muziek: singer-songwriters, folkrock, psychedelische rock, raga rock
Grateful Dead, Jimi Hendrix, CSNY, Joni Mitchell, The Beatles, Pink Floyd
LUISTERTIP Mitchell gebruikt open stemmingen op haar gitaar. Waar gaat de tekst over, en waarom klinkt het zo vrolijk?
Joni Mitchell
Big Yellow Taxi (1970)
"They paved paradise and put up a parking lot": een van de eerste popsongs over milieu. Mitchell schreef ook "Woodstock" (volgende dia), terwijl ze er zelf niet bij was.
Matthews Southern Comfort – Woodstock (1970), een cover van Joni Mitchells lied. Vergelijk het tempo en de sfeer met de versie van Crosby, Stills, Nash & Young.
SIDE B · TRACK 02 · 1975-1980
Punk
Anti-autoriteit, anarchisme, do it yourself: iedereen kan een band beginnen
Leren jacks, hanenkammen, veiligheidsspelden; Vivienne Westwood en Malcolm McLaren (winkel SEX, King’s Road)
Muziek: kort, snel, luid, weinig akkoorden, een reactie op de virtuoze progrock
Sex Pistols, The Damned, The Ramones, The Stranglers, The Clash
Sex Pistols
LUISTERTIP Niet zo simpel als het lijkt: dubbel opgenomen gitaarpartijen van Steve Jones maken de muur van geluid.
Sex Pistols
Anarchy in the UK (1976)
Punk was ook een productiestrategie: goedkoop opnemen, eigen labels (Stiff, Rough Trade), fanzines. Die DIY-infrastructuur is de basis van de latere indie-scene.
SIDE B · TRACK 03 · 1969-1981
Skinheads en 2 Tone
De eerste skinheads (1969) zijn neo-mods uit de arbeiderswijken: kaalgeschoren, jeans, bretels, Dr. Martens
Zij ontmoeten er Jamaicaanse jongeren, de rude boys, en hun ska en reggae
Pas later kaapt extreemrechts het imago; de 2 Tone-beweging (1979) zet zich juist in tegen racisme met gemengde bands
The Specials, Madness, The Selecter, The Beat
The Specials
LUISTERTIP Mineur, verminderde akkoorden en een spookachtig orgel over een ska/reggae-offbeat. Nummer 1 tijdens de rellen van 1981.
The Specials
Ghost Town (1981)
Ghost Town is een uitstekend analysevoorbeeld: harmonisch ongewoon voor een hit (chromatiek, verminderde akkoorden, Midden-Oosterse blazerslijn) en maatschappelijk geladen (werkloosheid, Thatcher).
Zet deze jeugdculturen in de volgorde waarin ze ontstonden.
Teddy Boys (begin jaren 50) – rockers (midden jaren 50) – mods (eind jaren 50) – hippies (midden jaren 60) – punks (midden jaren 70). Rockers en mods overlappen; de volgorde op ontstaan is wel duidelijk.
Welke muzikale keuze maakt punk tot een protest tegen de muziek van de jaren 70?
Een goed antwoord gaat over vorm en techniek, niet alleen over kleding of tekst: korte nummers, weinig akkoorden, geen solo’s, bewust amateuristisch, luid en snel, tegenover de lange, virtuoze progrock en de gladde disco. Misvatting: "punks konden niet spelen" (veel konden dat prima).
Noem drie dingen die je in deze les geleerd hebt.
Exit ticket. Laat een paar studenten voorlezen en kijk of er muzikale kenmerken tussen zitten, niet alleen kleding en jaartallen.
Over welke twee dingen wil je nog meer weten?
Gebruik de antwoorden om de volgende mixtape aan te laten sluiten.
Stel één vraag over iets wat je nog niet goed begrijpt.
Beantwoord de vaakst gestelde vraag aan het begin van de volgende les.
LINER NOTES · BEGRIPPEN
Begrippen
Jeugdcultuur: groep jongeren met een eigen kleding, taal, gedrag en muziek
Subcultuur: kleinere groep binnen een cultuur met afwijkende normen, niet per se jong
Babyboom: geboortegolf na 1945
Payola: betalen aan DJ’s of radiostations om platen te laten draaien
Counterculture: de tegencultuur van de jaren 60, tegen oorlog en materialisme
DIY: do it yourself: zelf opnemen, uitbrengen en organiseren
Rude boys: Jamaicaanse straatcultuur, verbonden met ska en rocksteady
2 Tone: Brits label en beweging voor ska-revival en tegen racisme (1979)
Modulatie: overgang naar een andere toonsoort
This item has no instructions