MC 4: Plannen & organiseren

MC4: Plannen & organiseren
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Leren-lerenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1-3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

MC4: Plannen & organiseren

Slide 1 - Slide

Planning van vandaag
- De check: maak jij een planning?

- Overzicht in 3 stappen

- To-do-lijst + prioriteitenlijst

- Jouw weekplanning

- Huiswerk (check!)


Slide 2 - Slide

“Wat gebeurt er als je huiswerk en leren tot de laatste avond uitstelt?”

Slide 3 - Open question


Maak jij weleens een planning?
Waarom wel of niet?

Slide 4 - Open question

Gevolgen..
stress – weinig slaap – slechte cijfers – geen vrije tijd.

Slide 5 - Slide

De check:
hoe ziet jouw planning eruit?
1. Een verfrommeld papier met losse taken.
2. Een heel netjes, ingevuld bullet-journal/overzicht.
3. Een digitale planning (Google Agenda of andere tool)
4. Een overvolle papieren agenda.
5. Een moeder/vader/vriend/vriendin die me herinnert.
6. Een kamer vol met Post-It-briefjes.
7. Een met stift bekladde linkerhand.
8. Een los A4-tje in je broekzak met de weekplanning erop.
9. Een uit je hoofd geleerd lijstje met afspraken.

Slide 6 - Slide

De check:
hoe ziet jouw planning eruit?
Een verfrommeld papier met losse taken.
Een heel netjes, ingevuld bullet-journal/overzicht.
Een digitale planning (Google Agenda of andere tool)
Een kamer vol met Post-It-briefjes.
Een overvolle papieren agenda.
Een moeder/vader/vriend/vriendin die me herinnert.
Een met stift bekladde linkerhand.
Een los A4-tje in je broekzak met de weekplanning erop.
Een uit je hoofd geleerd lijstje met afspraken.

Slide 7 - Poll

Wat betekenen de woorden
Plannen = je werk op tijd verdelen, zodat je niet alles tegelijk hoeft te doen.

Organiseren = overzicht houden over je spullen, je taken en je tijd.

Slide 8 - Slide

Stel: je hebt vrijdag een toets Engels.
Slecht plan: donderdagavond alles stampen.
Goed plan: maandag woordjes, dinsdag zinnen, woensdag oefeningen, donderdag herhalen.
“Wat is slimmer, en waarom?”

Slide 9 - Open question

Overzicht in drie stappen
Stap 1 & 2
Stap 1:
Bedenk wat je wil/moet doen:
Maak hiervan een overzicht (bijvoorbeeld een to-do-lijst)

Stap 2:
Stel je prioriteiten. Hierin heb je 4 mogelijkheden.
1. Dringend & belangrijk (doen)
2. Belangrijk, maar niet dringend (inplannen)
3. Dringend, maar niet belangrijk (door een ander laten doen)
4. Niet dringend en niet belangrijk (weglaten)

Slide 10 - Slide

Overzicht in drie stappen
Stap 3
Stap 3:
Plan je taken in.

Denk bij het maken van je overzicht dat er altijd dingen kunnen gebeuren die je van tevoren niet zou hebben bedacht.

2 voorbeelden:

- Een vriend belt je op en houd je best lang van het werk.
- Je wifi doet het niet, waardoor je het werkstuk niet kan maken.

Slide 11 - Slide

Opdracht:
maak  een to-do-lijst en kijk wat er belangrijk is.
Je maakt een overzicht (to-do-lijst) voor de komende 7 dagen.

Denk hierbij aan de 4 verschillende groepen.
Probeer alle activiteiten in 1 van de 4 groepen in te delen.

- dringend & belangrijk
- belangrijk, maar niet dringend
- dringend, maar niet belangrijk
- niet dringend & niet belangrijk

Slide 12 - Slide

Opdracht:
welke tijden ben jij beschikbaar?
Je krijgt van je docent een weekoverzicht.

Geef op dit weekoverzicht met een kleurtje aan:
- welke tijden slaap je?
- welke tijden ga je naar school?
- welke tijden kun je niet besteden aan school? Denk aan: sporten, hobbies, verjaardag oma, bellen met een vriendin, de hond uitlaten etc.

Alles wat geen kleur heeft, is tijd waarmee je bezig kunt voor school.
DOEL is inzicht krijgen in je dagplanning!



Slide 13 - Slide

Plannen doe je dus zo!
Stap 1: Schrijf je lesrooster in je agenda.

Stap 2: Achter het vak schrijf je het huiswerk op.
Let op! Dit schrijf je op de dag dat het huiswerk af moet zijn.

Stap 3: Schrijf in de onderste regels per dag jouw planning. Dus: wat wil je voor welk vak gaan doen? Denk ook aan maak- of leerwerk!

Hou je (ingekleurde) tijdentabel ernaast! Zo weet je zeker wanneer je tijd hebt om iets te doen.


Slide 14 - Slide

Wat ga jij volgende week anders doen om beter te plannen of organiseren?”

Slide 15 - Open question