Spelling ei/ij, au/ou, ik-vorm en d/t

Spelling 
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Spelling 

Slide 1 - Slide

Stam
= Hele werkwoord - en

Fiets
Schrijf
Bakk
Verv
Bloz
Reiz
Ik-vorm
= ik .............

Fiets
Schrijf
Bak
Verf
Bloos
Reis

Slide 2 - Slide

Het hele werkwoord is [praten].
Is de stam hetzelfde als de ik-vorm?
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quiz

Het hele werkwoord is [lopen].
Is de stam hetzelfde als de ik-vorm?
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quiz

Het hele werkwoord is [verhuizen].
Is de stam hetzelfde als de ik-vorm?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Het hele werkwoord is [wachten].
Is de stam hetzelfde als de ik-vorm?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quiz

Het hele werkwoord is [trouwen].
Is de stam hetzelfde als de ik-vorm?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

au of ou?
Ik was dol op de boekjes over de kleine kab...ter.
A
au
B
ou

Slide 9 - Quiz

au of ou?
Jij kunt echt goed dingen onth...den.
A
au
B
ou

Slide 10 - Quiz

au of ou?
Je moet je antwoorden n...wkeurig opschrijven.
A
au
B
ou

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

ei of ij?
Wij str..den om de hoofdprijs.
A
ei
B
ij

Slide 13 - Quiz

ei of ij?
Voor dit lastige [karwei|karwij] heb ik een hamer nodig.
A
ei
B
ij

Slide 14 - Quiz

ei of ij?
Voor dit lastige karwei heb ik een [neiptang|nijptang] nodig.
A
ei
B
ij

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

d of t?
Een [maand|maant] geleden heb ik mijn stagecontract ondertekend.
A
d
B
t

Slide 17 - Quiz

d of t?
De voetbalbond heeft de trainer [geschorsd|geschorst]
A
d
B
t

Slide 18 - Quiz

d of t?
Het fietspad is eindelijk [verbreed|verbreet].
A
t
B
d

Slide 19 - Quiz

11 van de 14 goed? 
Ga aan de slag met: 
opdracht 1 t/m 6 van blz. 58 en 59. 
Schrijf bij opdracht 5 de zinnen op. 

Slide 20 - Slide