Koppelteken en trema

KOPPELTEKEN EN TREMA
Hoofdstuk 6 - BLZ. 160
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

KOPPELTEKEN EN TREMA
Hoofdstuk 6 - BLZ. 160

Slide 1 - Slide


Koppelteken

Liggend streepje

Slide 2 - Slide

Functies koppelteken
Hoofdfunctie
Het voorkomen van klinkerbotsing bij het lezen.

Wij kennen in het Nederlands veel klanken: oe, au, oa, ei, ij, ie, eu, ee, aa, enz.
Als deze letters wel naast elkaar staan, maar niet als één klank mogen worden uitgesproken, gebruik je het koppelteken.
--> radiouitzending
--> radio-uitzending

Slide 3 - Slide

Kies de juiste spelling
A
minimuminkomen
B
minimum-inkomen

Slide 4 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
BMIwaarden
B
BMI-waarden

Slide 5 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
politieauto
B
politie-auto
C
politie auto

Slide 6 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
stageuren
B
stage-uren

Slide 7 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
autoonderdelen
B
auto-onderdelen

Slide 8 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
radiouitzending
B
radio-uitzending
C
radio uitzending

Slide 9 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
galaavond
B
gala-avond
C
gala avond

Slide 10 - Quiz

Kies de juiste spelling
A
garageeigenaar
B
garage-eigenaar
C
garage eigenaar

Slide 11 - Quiz

Het trema

Slide 12 - Slide

Het trema
Het trema gebruik je in meerdere gevallen:

  1. meervouden op -ee of -ie
  2. klinkerbotsing

Slide 13 - Slide

Het trema
Het trema gebruik je bij meervouden van woorden op -ee of -ie

  • Als het enkelvoud eindigt op -ee, maak je het meervoud met -ën:
     idee --> ideeën / fee --> feeën / trofee --> trofeeën
  • Als het enkelvoud eindigt op -ie, maak je het meervoud met -ën of met -n. Dit is afhankelijk van de klemtoon:
    - als de klemtoon op -ie valt, dan voeg je -ën toe: theorie --> theorieën
    - als de klemtoon op een andere lettergreep valt, dan krijgt de laatste -e een trema en voeg je       alleen -n  toe: olie --> oliën

Slide 14 - Slide

Het trema
2. Het trema gebruik je bij een klinkerbotsing. 
Hierbij kun je denken aan de klanken au, ou, oe, ei, ie, ui, eu,en ij.

Bijvoorbeeld: 
- reunie --> reünie
- concierge --> conciërge

Zonder trema kun je het woord anders uitspreken.

Slide 15 - Slide

Trema?
financieel
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quiz

Trema?
industriele
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quiz

Trema?
tatoeage
A
Ja
B
Nee

Slide 18 - Quiz

Trema?
financien
A
ja
B
nee

Slide 19 - Quiz

Trema?
Welke vorm is onjuist?
A
gevarieerd
B
geïllustreerd
C
gekopieerd
D
gefinanciërd

Slide 20 - Quiz

Trema?
fotoalbum
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quiz

Trema?
smeuig
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quiz