K1 SS7 chapter 2 I , Reading & writing

Welcome ZK1A
STARTKLAAR?
  • Ga op je plek zitten
  • Doe je jas uit
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Oortjes uit 
  • Boek en etui op tafel
  • Tas op de grond
1 / 30
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welcome ZK1A
STARTKLAAR?
  • Ga op je plek zitten
  • Doe je jas uit
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Oortjes uit 
  • Boek en etui op tafel
  • Tas op de grond

Slide 1 - Slide

PTO 2 - Week 5 - les 1
Today's mission:
  • You know the correct word order of English sentences.
  • Check homework

Slide 2 - Slide

Writing & Grammar 57a+b - page 124

Slide 3 - Slide

Writing & Grammar 57c - page 124

Slide 4 - Slide

Writing & Grammar 57d - page 124

Slide 5 - Slide

woordvolgorde 
wie - doet - wat - waar - wanneer

Slide 6 - Slide

Writing & Grammar 58 - page 125

Slide 7 - Slide

Writing & Grammar 59 - page 125

Slide 8 - Slide

Writing & Grammar 60a - page 125

Slide 9 - Slide

Writing & Grammar 60b - page 126 (=homework)

Slide 10 - Slide

Can you use the correct word order in English?

Slide 11 - Slide

Homework
Study: 
Grammar 4/5, p. 133
Grammar 6, p. 124/133


Do:
Exercise 60b, p. 125/126

Slide 12 - Slide

PTO 2 - Week 5 - les 2
Today's mission:
  • Homework check: vocabulary chapter 2
  • Reading

Slide 13 - Slide

Wat is de woordvolgorde in het Engels?


  • wie
  • doet 
  • wat 
  • waar 
  • wanneer

Slide 14 - Slide

Writing & Grammar 60a - page 125 (=homework)

Slide 15 - Slide

Writing & Grammar 60b - page 126 (=homework)

Slide 16 - Slide

Reading
Drive into Danger

Do the activities on page 30/31/32/33

Use pen & paper!

Slide 17 - Slide

blooket
vocabulary A, B, C & D

Slide 18 - Slide

PTO 2 - Week 5 - les 2
Today's mission:
  • Homework check
  • Writing

Slide 20 - Slide

Present Simple: writing
Je gaat zo in het Engels een gewone zin schrijven. Let goed op de voorwaarden:
1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple.
3. Schrijf een (verzonnen) feit over jezelf.
4. Gebruik hoofdletters en punten.

Slide 22 - Slide

1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple.
3. Schrijf een (verzonnen) feit over jezelf.
4. Gebruik hoofdletters en punten.

Slide 23 - Open question

Present Simple: writing
Je gaat zo in het Engels een vraagzin schrijven. Let goed op de voorwaarden:
1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple.
3. Schrijf een (verzonnen) feit over jezelf.
4. Gebruik hoofdletters en punten.

Slide 24 - Slide

1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple.
3. Schrijf een vraagzin.
4. Gebruik hoofdletters en vraagteken.

Slide 25 - Open question

Present Simple: writing
Je gaat zo in het Engels een ontkennende zin
schrijven. Let goed op de voorwaarden:
1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple in een ontkenning.
3. Schrijf een (verzonnen) feit over jezelf.
4. Gebruik hoofdletters en punten.

Slide 26 - Slide

1. Gebruik minstens 5 woorden.
2. Gebruik de present simple.
3. Schrijf een ontkennende zin.
4. Gebruik hoofdletters en vraagteken.

Slide 27 - Open question

Can you write sentences in the present simple?

Slide 28 - Slide

blooket
vocabulary A, B, C & D

Slide 29 - Slide

Homework
Study:
Grammar chapter 2
Present Simple (vragen/ontkenningen) op blz. 108/110/133
Woordvolgorde op blz. 124/133 



Slide 30 - Slide