6.4 Politieke Partijen en de parlementaire democratie

6.4 Politieke Partijen en de parlementaire democratie
.
Doel: Ik kan voorbeelden noemen van politieke partijen die kiezen voor meer inspraak en partijen die kiezen voor meer daadkracht.
Ik weet wat een referendum is en snap hoe dit van invloed is op de keuzes binnen het machtsdilemma.
Ik ken het verschil tussen een bindend en een raadgevend referendum.
Ik snap de internationale vergelijking uit opdracht 20.
1 / 18
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

6.4 Politieke Partijen en de parlementaire democratie
.
Doel: Ik kan voorbeelden noemen van politieke partijen die kiezen voor meer inspraak en partijen die kiezen voor meer daadkracht.
Ik weet wat een referendum is en snap hoe dit van invloed is op de keuzes binnen het machtsdilemma.
Ik ken het verschil tussen een bindend en een raadgevend referendum.
Ik snap de internationale vergelijking uit opdracht 20.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Machtsdilemma
Inspraak-Kiesrecht-Daadkracht
Kiesrecht is de debatwaarde de middenwaarde van het machtsdilemma.
In verschillende landen zien we dat op verschillende manieren uitgewerkt.
Dat heeft te maken met de twee extreme waarden
Inspraak: iedereen mag meepraten
Daadkracht: een krachtige leider die geen tegenspraak duldt.
Elk land heeft hierin een keuze gemaakt:
Zwitserland 1 keer in 4 jaar verkiezingen (kiesrecht), maar ook referendum (dus kiesrecht met inspraak) In Wit-Rusland kiest men voor kiesrecht met daadkracht.

NL vond het raadgevend referendum veel organisatie waarvoor uiteindelijke weinig mensen kwamen opdagen en de overheid hoefde zich er ook nog eens niets van aan te trekken: daarom raadgevend referendum afgeschaft.
In Zwitserland is het correctief ofwel bindend!

Slide 3 - Slide

1

Slide 4 - Video

01:41
Vind jij dit een referendum waard?
A
ja
B
nee

Slide 5 - Quiz

Het raadgevend referendum is inmiddels afgeschaft in NL.
A
Dat is beter, want de regering hoeft er toch niks mee te doen.
B
Dat is jammer want nu kun je niet weten hoe het volk denkt.
C
Dat is jammer want dan zie je de verschillen tussen regering en volk niet meer.
D
ze moeten maar gauw het bindend referendum invoeren voor als het er echt op aan komt.

Slide 6 - Quiz

Neem voor je:
Lesboek p. 98 en 99
Lees deze blz. en kijk vooral of je de botsing in het AWB schema begrijpt. Geef aan als dit niet zo is.

De volgende vraag zou een wlb opdracht kunnen zijn, dan zou je ook nog moeten uitleggen waarom je dat zo vindt.
timer
1:00
timer
4:00

Slide 7 - Slide

Ik zelf neig meer naar/ben meer voor:

A
inspraak en kiesrecht zoals de PvdD
B
daadkracht met kiesrecht zoals het CDA

Slide 8 - Quiz

Als het gaat om het invoeren van een bindend referendum ben ik daar
A
voorstander van
B
tegenstander van

Slide 9 - Quiz

1

Slide 10 - Video

01:38
Hoeveel bestuurslagen kent Nederland dus feitelijk?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 11 - Quiz

1

Slide 12 - Video

Lezen, samenvatten en maken
Pak je opdrachtenboek:
6.4 maken opdracht 19 en 20
Wil je eerst wat makkelijker opgaven maken, doe dan als simpele toepassing opdracht 19 of nog eenvoudiger 17 en 18 eerst.

Op ST niveau: 20
Simpele toepassing: 19
Tekstvragen: 17, 18
timer
1:00
timer
7:00

Slide 13 - Slide

02:57
En zo is de parlementaire democratie geboren.
A
Gelukkig maar
B
Ik had liever dat de koning gewoon alles besliste.
C
Er is een heel ander systeem nodig.

Slide 14 - Quiz

Schrijf drie dingen op die je geleerd hebt in deze les.
timer
1:00

Slide 15 - Open question

Heb je alles begrepen? Zo niet stel hier je vraag/vragen.
timer
1:00

Slide 16 - Open question

H4D en H4H 10 mei 2023

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide