Wi 1 A2 TC 2.5....


Donderdag
19 mei
2022


Welkom
allemaal!
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson


Donderdag
19 mei
2022


Welkom
allemaal!

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag:
  • Toets inkijken en bespreken
  • 2.3 kort herhalen
  • De spreekopdrachten van 2.4 
  • 2.5: de voltooide tijd 

Slide 2 - Slide

Tips bij het lezen (bijv examen)

Voor het lezen:
Kijk naar de titel, de plaatjes en de kopjes:
  •  Wat is het onderwerp van de tekst? 
  •  Wat weet je al van dit onderwerp?

Slide 3 - Slide

Kijk naar het soort tekst:
- Waar staat de tekst? (krant, folder, info-bord,  of brief, email, verhaal)
- Voor wie is de tekst bedoeld? (iedereen,     cursisten, ouders, buren, (trein)reizigers?

Slide 4 - Slide

Vragen beantwoorden
  • Lees altijd eerst de vragen en de antwoorden. Daarna pas de tekst!
  • Lees de vraag+ antwoorden goed. Let op belangrijke woorden. Zoek ook naar woorden die hetzelfde betekenen.

Slide 5 - Slide

Belangrijke woorden
Ken je een woord niet?
  • Zoek de betekenis op, of missch. kun je die raden.
  • Woorden die vetgedrukt of onderstreept, of schuingedrukt staan, zijn vaak belangrijk!

Slide 6 - Slide

2.4 Uit eten
opdr 30 We luisteren naar de tekst
Maak opdr 31 
we bespreken de blauwe woorden

Slide 7 - Slide

De spreekopdrachten van 2.4
opdr 39
opdr 40

Slide 8 - Slide

2.5 Ik heb gewerkt - wij hebben gewoond

Slide 9 - Slide

Met de tegenwoordige tijd praat je over nu

  • Ik werk tot 17:00 uur.
  • Wij wonen in Rotterdam

Slide 10 - Slide

Praat je over vroeger, dan heeft het werkwoord een andere vorm

De volgende zinnen staan in de voltooide tijd.
Het 1e werkwoord is vaak een vorm van hebben. het 2e werkwoord in deze zinnen heet het voltooid deelwoord. Dit staat aan het einde van de zin.
Het begint met ge- en het heeft een t of een d aan het einde

Slide 11 - Slide


Ik       heb         tot 17:00 gewerkt.
Jij       hebt      tot 17:00 gewerkt.
          Heb jij    tot 17:00 gewerkt?
U        heeft     tot 17:00 gewerkt.
Hij      heeft     tot 17:00 gewerkt.
Zij      heeft      tot 17:00 gewerkt.
Wij     hebben tot 17:00 gewerkt.
Jullie hebben tot 17:00 gewerkt.
Zij      hebben tot 17:00 gewerkt.

Slide 12 - Slide


Ik heb in Rotterdam gewoond.
Jij hebt in Rotterdam gewoond.
Heb jij in Rotterdam gewoond?
U hebt in Rotterdam  gewoond.
Hij heeft in Rotterdam gewoond.
Zij heeft in Rotterdam gewoond.
Wij hebben in Rotterdam  gewoond.
Jullie hebben in Rotterdam gewoond.
Zij hebben in Rotterdam gewoond.

Slide 13 - Slide

Hoe maak je het voltooid deelwoord?
  1. Kijk naar het hele werkwoord.                          werken       wonen  Haal -en weg. Maak de ik-vorm                        werk             woon
  2. Laatste letter s, f, t, k, ch of p?                           werk             woon  JA    -> het voltooid deelwoord krijgt een t                                        NEE -> het voltooid deelwoord krijgt een d
  3. Schrijf ge- voor de ik-vorm en                      gewerkt     gewoond  een t of een d aan het einde

Slide 14 - Slide

Is de laatste letter van de ik-vorm een t of een d? Dan krijgt het voltooid deelwoord geen extra of d.
Bijv.: wachten  ->  wacht  ->  gewacht

Je spreekt een d aan het eind uit als een t! Je kunt dus niet horen of je een voltooid deelwoord met een d of een t schrijft.

Het voltooid deelwoord van leven en reizen krijgt       een d:   geleefd en gereisd

Slide 15 - Slide

Je kunt de letters 
s, f, t, k, ch en p onthouden door het woord softketchup te leren!

Slide 16 - Slide

Maak nu ajb de opdrachten van 2.5

opdr 42 t/m 46

Slide 17 - Slide


Goed gewerkt!


Dank jullie wel
en tot
maandag

Slide 18 - Slide