Oefentoets H4 India

Let op! Dit is een oefentoets H4 India
1) eerst leren blz 59 t/m 65
2) maak vervolgens deze oefentoets 
3) je ziet vanzelf of je antwoord goed of fout is. Zoek het ook terug in je boek bij een fout antwoord!
4) donderdag 28 mei Toets H4, maken tussen 09:00-15:00
1 / 26
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Let op! Dit is een oefentoets H4 India
1) eerst leren blz 59 t/m 65
2) maak vervolgens deze oefentoets 
3) je ziet vanzelf of je antwoord goed of fout is. Zoek het ook terug in je boek bij een fout antwoord!
4) donderdag 28 mei Toets H4, maken tussen 09:00-15:00

Slide 1 - Slide

India: Land van verschilen

Slide 2 - Slide

Welk gebied hoort bij A
Klik op de afbeelding om te vergroten.
A
Hoger dan 1500 m
B
200 tot 1500 m
C
Lager dan 200 m
D
Helemaal vlak

Slide 3 - Quiz

Hoe het gebergte aangegeven met de letter A?
A
Alpen
B
Himalaya
C
Pyreneeën
D
Zwarte Woud

Slide 4 - Quiz

Wat is e bekangrijkste godsdienst in India?
A
Islam
B
Katholiek
C
Hindoeisme
D
Christelijk

Slide 5 - Quiz

Wat hoort bij elkaar?
Moesson
Dichtbevolkt
Sneeuw en ijs
Gangesvlakte
Himalaya
Indische Oceaan

Slide 6 - Drag question

Wat is een moesson?

Slide 7 - Open question

Welke twee uitspraken over het kastenstelsel zijn juist?

A
Het kastenstelsel is officieel afgeschaft.
B
Als je goed je best doet, kun je in een hogere kaste komen.
C
Het kastenstelsel zorgt voor grote ongelijkheid.
D
De Engelsen hebben het kastenstelsel ingevoerd toen zij naar India kwamen.

Slide 8 - Quiz

Wat is een basisbehoefte?

Slide 9 - Open question

Over welke basisbehoefte gaat de volgende uitspraak?

Nu kan 75% van de bevolking van 7 jaar en ouder lezen en schrijven; tien jaar geleden was dat 65%.

Slide 10 - Open question

Welke andere drie basisbehoeften zijn er?

Slide 11 - Open question

Wat betekent BNP?
A
Bruto Nationaal Product
B
Bruto Nationale Plaats
C
Behoorlijk Niks Papier
D
Beroep Nationale Politie

Slide 12 - Quiz

Wat is het bnp per inwoner?
A
Het geld dat alle inwoners van een land in een jaar samen verdienen, gedeeld door het aantal inwoners van een land.
B
Het geld dat alle inwoners van een land in een jaar samen verdienen.
C
Het bnp gedeeld door het aantal mensen in een land dat werkt.
D
Het bnp gedeeld door het aantal mensen boven de 18 jaar in een land.

Slide 13 - Quiz

Op het platteland van India is het inkomen.............
, het analfabetisme is............
. Het aantal inwoners per arts is............
.
A
hoog, hoog, hoog
B
laag, hoog, laag
C
laag, hoog, hoog
D
laag, laag, hoog

Slide 14 - Quiz

Wat zijn drie goede redenen voor Europese computerbedrijven om werk uit te besteden aan Indiërs? Sleep 3 redenen naar juist en 2 naar onjuist.
Juist
Onjuist
Indiërs zijn nauwkeurig en geduldig.
Het kastenstelsel is een belastingvrij systeem.
De Indiërs leren al jong op school met computers te werken.
Veel Indiërs spreken goed Engels, omdat India vroeger een Engelse kolonie was.
India is een lagelonenland.

Slide 15 - Drag question

Welke beroepen uit het rijtje komen voor in de informele sector? 
Er zijn drie antwoorden juist.
Juist
Onjuist
Vuilnisraper
Onderwijzer
Boer
Soldaat
Schoenpoetser
straatmuzikant

Slide 16 - Drag question

Welk land is Nederland?
A of B?
A
Land A
B
Land B

Slide 17 - Quiz

Wat is een kenmerk van een laag ontwikkelingspeil in een land?
A
Veel multinationals.
B
Een hoog percentage analfabeten.
C
Weinig mensen die in de informele sector werken.
D
Een hoog inkomen per inwoner.

Slide 18 - Quiz

Welke drie uitspraken zijn goed? 
Juist
Onjuist
De economie van India was voor 1990 gericht op zelfvoorziening.
India is bij multinationals in trek, omdat het een lagelonenland is.
In India is gemakkelijk aan hoogopgeleid personeel te komen.
Multinationals laten alleen software in India maken.
Indiase bedrijven hebben alleen toegang tot hun eigen afzetmarkt.

Slide 19 - Drag question

Welke drie uitspraken zijn goed? 
Juist
Onjuist
In India wonen veel moslims.
In India worden honderden verschillende talen gesproken.
30% van de inwoners van India is hindoe.
Urdu en Hindi zijn de twee officiële talen in India.
Niet alle Indiërs spreken Hindi.
Rundvlees wordt in India veel gegeten.

Slide 20 - Drag question

Wat is een kenmerk van een laag ontwikkelingspeil in een land?
A
Veel multinationals.
B
Een hoog percentage analfabeten.
C
Weinig mensen die in de informele sector werken.
D
Een hoog inkomen per inwoner.

Slide 21 - Quiz

Wat is globalisering ?
A
Een heleboel bedrijven bij elkaar
B
Goedkope arbeid
C
Een goede infrastructuur
D
Contact tussen mensen wordt makkelijker waar ook ter wereld

Slide 22 - Quiz

Wat betekent SEZ?
A
Super Eigenzinnig Zeuren
B
Speciaal Economische Zones
C
Speciaal Econimische Zaken
D
Speciaal Euro Zone

Slide 23 - Quiz

Wat hoefde veel bedrijven niet te doen als ze zich in de zone gingen vestigen?

Slide 24 - Open question

Waarom zijn er veel Europese bedrijven / fabrieken naar India gegaan?

Slide 25 - Open question

EINDE!

Slide 26 - Slide