This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Items in this lesson
Godsdienst VWO 5
Slide 1 - Slide
Huiswerk 23 januari 2026
- lezen pagina's 13 t/m 18 (H1)
- maken bijbehorende opdrachten
Slide 2 - Slide
Huiswerk 30 januari 2026
- lezen pagina's 19 t/m 26 (H1 & H2)
-
- maken de vragen 22, 27, 29, 32 en 37 (H1) en 1, 2 en 11 (H2)
Slide 3 - Slide
Planning komende lesweken:
Vrijdag 16 januari 2026: les 1 (P2)
Vrijdag 23 januari 2026: les 2 (P2)
Vrijdag 30 januari 2026: les 3 (P2) Open dag RUG
Vrijdag 6 februari 2026: les 4 (P2)
12 t/m 19 februari 2026 toetsweek 2 (Dugga toets gd)
Slide 4 - Slide
Huiswerk 6 februari 2026
- lezen pagina's 27 t/m 37 (H2)
- maken opdrachten 15, 17, 24
Slide 5 - Slide
Zingeving & mensvisie
Deze periode
Slide 6 - Slide
Levensbeschouwing
Slide 7 - Slide
Visies op de mens
Christendom/Jodendom: de mens is geschapen
Pascal: de mens is broos, maar als enige in staat om na te denken.
Plato: mens bestaat uit lichaam (sterfelijk) en ziel (onsterfelijk)
Aristoteles: mens bestaat uit lichaam, ziel en geest (denken)
Moderne tijd: hersenschors is de kern (logisch denken, redeneren, rekenen, taal)
Slide 8 - Slide
Ruach (levensadem)
Betekenis: ‘geest van God’
De ziel bestond al voor de geboorte en leeft na de dood gewoon verder.
De ziel is van God afkomstig en blijft dus eeuwig bestaan.
Slide 9 - Slide
Ziel
De ziel is het wezen van de mens, jouw kern, dat wat jou uniek maakt.
Slide 10 - Slide
Paragraaf 8 pagina 17 boek
Antwoorden op de vragen naar zin
Slide 11 - Slide
Een paar vragen...
Slide 12 - Slide
Gewone vragen
Levens vragen
Wat vind jij het belangrijkste in het leven?
Hoe laat begint de 6e les?
Wat heeft jouw mobiel gekost?
Is er leven na de dood?
Waar liggen mijn sportschoenen?
Wat is de zin van mijn leven?
Is goed zijn voor anderen belangrijker dan gelukkig zijn?
Kun je mensen vertrouwen?
Slide 13 - Drag question
wanneer denk je na over de zin van het leven?
A
Als het leven moeilijk is
B
Als het leven lekker gaat
C
nooit
D
altijd
Slide 14 - Quiz
Levensvragen
1. Gaan over ECHT belangrijke dingen.
- Zal ik ooit echt gelukkig worden - wat is geluk?
- Is geld het belangrijkste in het leven?
- Wat is de zin van het leven?
- Bestaat God?
2. Hebben GEEN vast antwoord.
Slide 15 - Slide
levensbeschouwing van 1 persoon is een
A
levensvraag
B
persoonlijke levensbeschouwing
C
zinvraag
D
gemeenschappelijke levensbeschouwing
Slide 16 - Quiz
Wat bedoelen we met privatisering van levensbeschouwing?
A
Levensbeschouwing trekt zich steeds meer terug uit de maatschappij
B
De maatschappij legt mensen steeds meer regels op
C
Levensbeschouwing wordt meer en meer overgelaten aan bedrijven (private partijen)
D
Levensbeschouwing is steeds meer een privaat bezit
Slide 17 - Quiz
Levensbeschouwing
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Video
Volgende week
Slide 20 - Slide
Generatie Z (p. 23)
Kernmerken van deze generatie:
24 uur per dag online
Digitale communicatie
De Smartphone is onmisbaar
Slide 21 - Slide
Deze week kijken we naar een inleidende video
Jos Ahlers over generatie Z
Slide 22 - Slide
We kijken nu naar een vervolg op de video van vorige week
Jos Ahlers over generatie Z
Slide 23 - Slide
Een paar vragen...
Slide 24 - Slide
Je bent een uniek persoon
Je bent een mens zoals andere mensen
Ik ben een levend wezen
Omgaan met jezelf
Omgaan met alles wat leeft
Omgaan met andere mensen
Wat past bij elkaar? Slepen maar!
Slide 25 - Drag question
Koppel de juiste afbeelding bij de juiste generatie.
Baby boomers
Generatie X
Generatie Z
Slide 26 - Drag question
Een kenmerk van Generatie Z is?
A
Verbinden van mensen.
B
Strijden om vrijheid.
C
Digitale onbegrensde mogelijkheden.
D
Politiek geïnteresseerd.
Slide 27 - Quiz
Mensen die geboren zijn tussen 1961 en 1980 en als kenmerk het verbinden van mensen en culturen hebben noemen we?
A
Baby boomers
B
Generatie X
C
Millenials ofwel Generatie Y
D
Generatie Z
Slide 28 - Quiz
Generatie Z (opdracht)
Stelling: Voor de generatie die nu opgroeit – de ‘generatie Z’ genoemd – heeft de digitale wereld weinig geheimen.
Zoek op internet naar informatie over generatie Y én Z en W
Wat is er anders aan de generatie Z dan aan generatie Y?
Herkennen je jezelf hierin? Hoor je bij de generatie Z?
Laat zien wat jou tot échte generatie Z-mens maakt. Vergelijk jezelf met twee mensen die ongeveer twintig jaar ouder zijn. Wat doen jij anders? (geef 3 voorbeelden)
Lever de opdracht tijdens de les in via de Magister opdracht.
Slide 29 - Slide
In het begin
Het begin van de mens
Slide 30 - Slide
vandaag: de mens is een sociaal wezen
een mens heeft anderen nodig.
Slide 31 - Slide
Christelijk mensbeeld
Biologisch mensbeeld
Psychologisch mensbeeld
De mens is vrij en verantwoordelijk
De mens is een dier
Kijkt naar innerlijk en gedrag
De mens wordt bepaald door zijn opvoeding
Moraal heeft praktische functie
Omkijken naar de zwakkeren
Slide 32 - Drag question
In een samenleving zijn volgens Hobbes ....
A
mensen een vrij wezen.
B
mensen sociale wezens.
C
mensen gericht op het handelen van God.
D
mensen aan zichzelf overgelaten.
Slide 33 - Quiz
Hobbes en Locke
Thomas Hobbes: John Locke:
De mens doet van nature kwaad Mens doet van nature goed
Slide 34 - Slide
Volgens Thomas Hobbes denkt ieder mens recht te hebben op datgene wat goed is voor hemzelf. Omdat af te dwingen mag geweld worden gebruikt.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 35 - Quiz
Corona in Nederland
Nederland op slot - sociaal contract - beschermende muur om onze ouderen......
Utilisten melden zich nu....... is de prijs die we betalen voor mensenlevens niet te hoog?
Slide 36 - Slide
0-10 jaar
10-16 jaar
18+
straffen & belonen
leeftijds
genoten
eigen waarde/
overtuiging
ouders
wat anderen denken
on
afhankelijk
Slide 37 - Drag question
Lezen: 'Zelf doen'
Peuter: wil alles zelf doen
Op school: zelfstandig werken
Belangrijke waarde
keuzevrijheid/onafhankelijheid
Kun je nog herinneren, dat je alles zelf wilde doen?
Lukte dat?
Slide 38 - Slide
Een paar vragen...
Slide 39 - Slide
Goed en kwaad.
De vrije wil van de mens.
Slide 40 - Slide
De mens is een vrij en verantwoordelijk wezen.
A
Christelijk mensbeeld
B
Psychologisch mensbeeld
C
Biologisch mensbeeld
Slide 41 - Quiz
De mens heeft geen vrije keus
Bij wie hoort deze stelling?
A
Augustinus
B
Pelagius
C
Donatus
D
Ambrosius
Slide 42 - Quiz
De mens is een vrij wezen betekent
A
Dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet
B
Ikke ikke ikke en de rest kan stikken
C
Je moet altijd doen wat de overheid zegt
D
Dat een ander niks te zeggen heeft
Slide 43 - Quiz
De vrije wil.
Slide 44 - Slide
Waar of niet waar? De mens is een vrij wezen. Vrij om te kiezen.