Voorraad beheren

Voorraadbeheer
1 / 32
next
Slide 1: Slide
AdministratieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Voorraadbeheer

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kun je antwoord geven op de volgende vragen:

1) Welke werkzaamheden zijn er bij voorraad inventariseren ?
2) Hoe registreer en inventariseer je de voorraad? 
3) Wat is het verschil tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad en waarom moet je deze met elkaar vergelijken ? 
4) Wat moet je doen als je tekorten en onvolkomenheden tegen komt bij het inventariseren?

Slide 2 - Slide

voorraadbeheer

Slide 3 - Mind map

 voorraadbeheer
Beheren van de voorraad in een magazijn
  - aanwezige goederen
  - bestelde goederen

Werkelijke voorraad 
  Voorraad aan producten/grondstoffen die fysiek aanwezig is in het magazijn/opslag

administratieve voorraad
  Voorraad die geregistreerd staat, kan anders zijn dan werkelijke voorraad door: fouten levering,     verwerkt/weggegooid zonder te registreren.


Slide 4 - Slide

Hoe wordt een voorraad bijgehouden.
Via een computersysteem
Handmatig via een lijst

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Hoe heet een computersysteem dat helpt bij efficiënt werken en
voorraadbeheer?
A
WMM
B
RFID
C
WMS
D
Warehouse PC

Slide 7 - Quiz

Bijhouden van de voorraad
We bespreken er twee:
De werkelijke voorraad en de administratieve voorraad
Hoe weet je dat er een verschil is tussen de twee?

Slide 8 - Slide

Administratieve voorraad
De voorraad die in het computersysteem staat

Slide 9 - Slide

Werkelijke voorraad
De goederen die werkelijk/echt in het magazijn en de winkel aanwezig zijn, noem je de werkelijke voorraad
Als de goederen bezorgd worden dan gaat de werkelijke voorraad omhoog.

Stel dat er in het magazijn 7 hondenmanden liggen. In de winkel liggen er 3. Dan is de werkelijke voorraad dus 10. 

De werkelijke voorraad is dus de voorraad die je kunt zien, die er werkelijk/echt is.

Slide 10 - Slide

Derving is het verschil tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad:

= werkelijke voorraad - administratieve voorraad

Slide 11 - Slide

Wat weet je van "inventariseren"? Type alle woorden die in je opkomen!
Inventariseren

Slide 12 - Mind map

Inventariseren is....
A
het tellen van de voorraad
B
het tellen en registreren van de voorraad
C
kijken in het magazijn hoeveel er ligt
D
Voorraad bestellen

Slide 13 - Quiz

Inventariseren gebeurd dit in ieder bedrijf?

Slide 14 - Open question

Voorraad inventariseren en registreren

Voorraad beheer is het bijhouden van de voorraad.
Je moet inventariseren en registreren om te weten wat je voorraad is.

Inventariseren is: de hele voorraad nakijken en tellen.
Registreren is: heel precies bijhouden en opschrijven
Controleren is: nog een keer nakijken of het klopt wat je gedan hebt.

Slide 15 - Slide

Hoe kan er een verschil ontstaan tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad

Slide 16 - Open question

Waarom moeten we de voorraad eigenlijk inventariseren? 
Wettelijke verplichting om jaarlijkse balans op te maken
Weten dat de administratieve voorraad klopt met de werkelijke voorraad. 
Een bedrijf wil weten of de voorraad kleiner is geworden door problemen. Dit kan zijn door breuk, derving, de houdbaarheidsdatum (T.H.T. ) is verstreken.

Slide 17 - Slide

Inventariseringsplan

Slide 18 - Mind map

Inventarisatieplan
Dit is een plan waarin stappen staan voor het tellen van de voorraad.
  • opruimen van het magazijn
  • Wat moet je tellen
  • Met hoeveel collega's ga je inventariseren
  • Hoeveel tijd kost het inventariseren
  • Hoe moet je registreren, lijst of scanner
  • Afwijkingen registreren
  • Afwijkingen en tellingen bespreken

Slide 19 - Slide

Welke van de volgende beweringen over inventarisatieplannen zijn juist? Meerdere antwoorden mogelijk.
A
In een inventarisatieplan staat welke voorraad je inventariseert.
B
In een inventarisatieplan staat met welke collega je de voorraad inventariseert.
C
in een inventarisatieplan staat met welke hulpmiddelen je de voorraad inventariseert.
D
In een inventarisatieplan dat je afwijkingen en tellingen bespreekt.

Slide 20 - Quiz

Afwijkingen signaleren
Een afwijking is als er in de computer andere getallen staan over de voorraad dan je werkelijk in het magazijn hebt liggen.

  • Artikelen die beschadigd zijn
  • Artikelen die er moeten zijn en er minder zijn dan de computer aangeeft
  • Artikelen zijn over datum THT = ten minste houdbaar tot of TGT = te gebruiken tot

Slide 21 - Slide

Registreren van afwijkingen
Via een lijst die noem je manco-breuk-teveellijst:
manco = er ontbreekt iets
breuk = het is stuk of over datum
teveellijst= er zijn meer artikelen dan zou moeten

Slide 22 - Slide

De voorraad is geteld en dan opruimen van artikelen
Bespreek dit met je leidinggevende.
Etenswaren die over datum zijn moeten zorgvuldig worden opgeruimd
Andere in een uitverkoop bak 

Slide 23 - Slide

Welke van de volgende beweringen is/zijn juist?

1) Een WMS helpt je de voorraadkosten te beheersen.

2) Met een WMS kun je makkelijk zien hoeveel stuks je van een bepaald artikel op voorraad hebt.
A
Alleen 1 is juist.
B
Alleen 2 is juist.
C
1 en 2 zijn juist.
D
Beiden onjuist

Slide 24 - Quiz

Noem 3 voordelen van WMS systeem

Slide 25 - Open question

Wat is de werkelijke voorraad?
A
De voorraad die in de computer staat
B
De goederen die werkelijk/echt in het magazijn en de winkel aanwezig zijn
C
De voorraad die nog binnen moet komen

Slide 26 - Quiz

De administratieve voorraad is de voorraad.....
A
die de winkel heeft verkocht.
B
die nog geleverd moet worden.
C
die in het magazijn en winkel aanwezig fysiek moet zijn.
D
die gekoppeld is aan de IWO.

Slide 27 - Quiz

Werkelijke voorraad
Administratieve voorraad

Slide 28 - Drag question

Voorraad inventariseren betekent voorraad tellen. Waarom moet een winkel in ieder geval één keer per jaar de voorraad tellen (inventariseren)?

Slide 29 - Open question

Welke van de volgende beweringen over inventarisatieplannen zijn juist? Meerdere antwoorden mogelijk.
A
In een inventarisatieplan staat welke voorraad je inventariseert.
B
In een inventarisatieplan staat met welke collega je de voorraad inventariseert.
C
in een inventarisatieplan staat met welke hulpmiddelen je de voorraad inventariseert.
D
In een inventarisatieplan dat je afwijkingen en tellingen bespreekt.

Slide 30 - Quiz

Inventarisatielijst wordt ook wel tellijst genoemd
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz

Wat staat er op een inventarisatielijst?
A
artikelnummer
B
omschrijving
C
aantal geteld
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 32 - Quiz