Praktijk varen

Praktijk varen

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorExcelBeroepsopleiding

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Praktijk varen

Minder leren is beter onthouden!



Rechtse schroef


Bakboord meren


Stuurboord rond (kort bestek)

Er staat geen wind of stroom. Een schip met een rechtse schroef die op "vooruit" staat, heeft bij het roer midscheeps de neiging met het voorschip:

A

naar bakboord te gaan

B

naar stuurboord te gaan

C

recht vooruit te gaan

D


Het is windstil. Welke reactie geeft een stilligend schip met een rechtse schroef, als met het roer midscheeps de schroef in z'n achteruit worden gezet?

A

het achterschip trekt naar bakboord

B

het achterschip trekt naar stuurboord

C

het schip vaart recht achteruit

D


Een vaarwater is zo smal, dat uw schip - met rechtse schroef - er niet in één keer kan draaien. Om te keren draait u het beste over:

A

bakboord

B

stuurboord

C

beide boegen, het maakt niet uit

D


Het is windstil, uw schip heeft een rechtse schroef en u wilt recht achteruit varen. Wat moet u doen?

A

bakboordroer geven

B

stuurboordroer geven

C

roer midscheeps houden

D


Wieleffect

Schroefwerking


Bakboordroer / stuurboordroer

Kunstmatige roerdruk


Boegschroef

Hekschroef

Hekdrive




Je komt aan hogerwal aan. Je wilt de boot met vier lijnen (voortros, voorspring, achtertros en achterspring) afmeren. Je begint de aanlegmanoeuvre met het uitbrengen van de volgende lijn:

A

Voortros.

B

Voorspring.

C

Achtertros.

D

Achterspring.

Een motorschip met linkse schroef vaart een sluis in en heeft wind van achteren. Welke tros dient als eerste vastgemaakt te worden?

A

Stuurboordachtertros.

B

Bakboordvoortros.

C

Bakboordachtertros.

D

Stuurboordvoortros.

Je schip ligt met de bakboordzijde aan de kade. Je moet afvaren met de stroom recht van achteren. Je gaat als volgt te werk:

A

Je laat de voortros staan en slaat langzaam vooruit met bakboordmotor. Dan achteruit afvaren en voortros binnenhalen.

B

Je laat de voortros staan, slaat zonodig vooruit met bakboordroer om het achterschip vrij van de kade te krijgen. Dan voortros los en achteruit afvaren.

C

Je laat de voorspring staan en slaat langzaam vooruit met bakboordroer. Dan achteruit afvaren en voorspring binnenhalen.

D

Je maakt alle trossen los en vaart voorzichtig vooruit af.

ONTHOUD: aankomen met wind of stroom van voren, eerst de voortros vast.


ONTHOUD: in moeilijke  gevalen (hogerwal en box) leg je op voorspring aan.

ONTHOUD: vooruit wegvaren doe je op de achterspring.


ONTHOUD: achteruit wegvaren doe je op voorspring.


ONTHOUD: in principe altijd vooruit wegvaren, behalve bij stroom of wind van achteren en lagerwal.