H15.5 condensatiepolymeren

15.5 condensatie
POLYMEREN
1 / 25
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

15.5 condensatie
POLYMEREN

Slide 1 - Slide

deze les
uitleg vorming condensatiepolymeren:
- polyester
-polyamide

Slide 2 - Slide

leerdoelen
  • Condensatiepolymerisatie kunnen uitleggen. 
  • De vorming van een polyester en een polyamide kunnen tekenen in structuurformules. 
  • Het begrip copolymeer kunnen uitleggen en tekenen aan de hand van een voorbeeld. 
  • Vanuit een monomeer/monomeren de structuurformule van een polymeer kunnen geven en vice versa.

Slide 3 - Slide

Opdracht
Leg uit wat een monomeereenheid is.

Slide 4 - Slide

Antwoord:
Een monomeereenheid is het repeterende deel in een polymeer dat voor de polymerisatie.

Had je dit goed?

A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Opdracht
Teken een stukje van het polymeer polyvinylalcohol (PVA) met drie monomeereenheden.
Het monomeer van PVA is ethenol.

Slide 6 - Slide

Het antwoord:




Had je deze goed?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

Opdracht
Teken de ester van propaan-1-ol en ethaanzuur

Slide 8 - Slide

Antwoord:





Had je dit goed?


A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quiz

Condensatiereactie
  • Bij condensatiepolymerisatie ontstaat het polymeer door condensatiereacties. Hierbij komt altijd een klein molecuul vrij (bv water). Vandaar de naam condensatiepolymeren voor deze polymeren. 
  • Het omgekeerde van de condensatiereactie is de hydrolysereactie. Hierbij splitst het molecuul door een reactie met water.

Slide 10 - Slide

0

Slide 11 - Video

Condensatiepolymeren
  • Bij condensatiepolymerisatie ontstaat het polymeer door condensatiereacties. Hierbij komt altijd een klein molecuul vrij (bv water).
  • Het omgekeerde van de condensatiereactie is de hydrolysereactie. Hierbij splitst het molecuul door een reactie met water.
  • Polymeren die ontstaan door condensatiepolymerisatie noemen we ook wel condensatiepolymeren.

Slide 12 - Slide

Hoe teken je een condensatie-polymeer?
  1. schrijf de structuurformule van het monomeer op
  2. zorg dat de karakteristieke groepen
     (-OH & -COOH of -NH2 & -COOH)
     aan de linker-en rechterkant van het molecuul staan
  3. laat per binding een molecuul H2O vertrekken
  4.  teken een stuk van het polymeer door de repeterende eenheden aan elkaar te koppelen

Slide 13 - Slide

Polyester
  • Voor de vorming van een polyester heb je een alcolholgroep en een zuurgroep nodig. Dat kan doordat beide groepen in één stof zitten (bijvoorbeeld 2-hydroxypropaanzuur).
  • Een andere optie is dat je twee stoffen gebruikt. De eerste heeft dan twee alcoholgroepen en de ander heeft twee zuurgroepen. Omdat er meerdere soorten monomeren zijn noemen we dit een copolymeer

Slide 14 - Slide

uit één monomeer:

hydroxy .......zuur

Slide 15 - Slide

uit twee verschillende  monomeren:
...diol + ....dizuur       (copolymeer)

Slide 16 - Slide

Opdracht
Teken een stukje van het condensatiepolymeer dat ontstaat uit ethaan-1,2-diol en propaandizuur.
Teken van beide monomeren twee stuks.

Slide 17 - Slide

Had je deze goed?
A
Ja
B
Nee

Slide 18 - Quiz

Polyamide
  • Voor de vorming van een polyamide heb je een aminegroep en een zuurgroep nodig. Dat kan doordat beide groepen in één stof zitten (bijvoorbeeld 3-aminopropaanzuur).
  • De namen polyester en polyamide kom je vaak tegen bij kleding. Polyamide kennen we ook onder een andere naam: nylon

Slide 19 - Slide

uit één monomeer:

amino .......zuur

Slide 20 - Slide

uit twee verschillende  monomeren:
...diamine + ....dizuur    (copolymeer)

Slide 21 - Slide

Om aan te geven welk nylon het is worden nummers gebruikt. Het
eerste nummer is aantal C-atomen van het diamine en de tweede het aantal C-atomen van het dizuur.

Dus nylon-5,6 wordt gemaakt uit?
A
hexaan-1,6-diamine en hexaandizuur
B
pentaan-1,5-diamine en pentaandizuur
C
hexaan-1,6-diamine en pentaandizuur
D
pentaan-1,5-diamine en hexaandizuur

Slide 22 - Quiz

Opdracht
Teken een stukje polymeer van nylon-5,6 met 
één molecuul pentaan-1,5-diamine en hexaandizuur.

Slide 23 - Slide

Had je deze goed?
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quiz

maken vragen van 15.5
34 t/m 40

Slide 25 - Slide