blok 5 week 3 les 3

blok 5 week 3 les 3
We herhalen het werkwoordelijke gezegde.
1 / 25
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 7

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

blok 5 week 3 les 3
We herhalen het werkwoordelijke gezegde.

Slide 1 - Slide

We gaan de woordsoorten herhalen. 

Slide 2 - Slide

Welke woordsoort ken je?

Slide 3 - Mind map

De voorzitter praat over de Friese Elfstedentocht.
Wat is een voorzetsel?

Slide 4 - Open question

De voorzitter praat over de Friese Elfstedentocht.
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Slide 5 - Open question

De voorzitter praat over de Friese Elfstedentocht.
Welke woordsoort is voorzitter?
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
voegwoord
D
voorzetsel

Slide 6 - Quiz

De vijftiende Elfstedentocht wordt gewonnen door Henk.
Wat is een rangtelwoord?

Slide 7 - Open question

De vijftiende Elfstedentocht wordt gewonnen door Henk.
Welke woordsoort is Elfstedentocht?
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
voegwoord
D
voorzetsel

Slide 8 - Quiz

De vijftiende Elfstedentocht wordt gewonnen door Henk.
Wat is een hulpwerkwoord?

Slide 9 - Open question

De vijftiende Elfstedentocht wordt gewonnen door Henk.
Wat is een voltooid deelwoord?

Slide 10 - Open question

We herhalen de zinsdelen.

Slide 11 - Slide

Mijn opa heeft de Elfstedentocht ook eens gereden.
Wat is de persoonsvorm?

Slide 12 - Open question

Mijn opa heeft de Elfstedentocht ook eens gereden.
Wat is het onderwerp?

Slide 13 - Open question

Mijn opa heeft de Elfstedentocht ook eens gereden.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 14 - Open question

Mijn opa heeft de Elfstedentocht ook eens gereden.
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 15 - Open question

Dan zal ik eerst schaatslessen moeten nemen.
Wat is de persoonsvorm?

Slide 16 - Open question

Dan zal ik eerst schaatslessen moeten nemen.
Wat is het onderwerp?

Slide 17 - Open question

Dan zal ik eerst schaatslessen moeten nemen.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 18 - Open question

Dan zal ik eerst schaatslessen moeten nemen.
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 19 - Open question

dictee

Slide 20 - Slide

1.

Slide 21 - Open question

2.

Slide 22 - Open question

3.

Slide 23 - Open question

4.

Slide 24 - Open question

5.

Slide 25 - Open question