Toestand: andere fase. Denk aan vloeibaar water wordt ijs (vast). Stof blijft het zelfde alleen de vorm wordt anders. De stof kan altijd weer terug naar de eerdere vorm.
(natuurkunde)
Stof verandering: de stof wordt anders. Bijvoorbeeld hout gaan we in het vuur houden, het wordt dan as. Ik kan van as niet weer hout maken de stof is dus voor altijd veranderd. (scheikunde)