Start CE26 Homeros Odyssee

Start CE26

 

Homeros Odyssee

1 / 52
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 52 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Start CE26

 

Homeros Odyssee

Wie is de grote held van de Odyssee?

Wanneer leefde Homeros?

A

12e eeuw v.C.

B

8e eeuw v.C.

C

4e eeuw v.C.

D

rond het jaar nul

Waar kwam Homeros vandaan?

A

Smyrna, net als ἀγιος Νικολαος

B

Athene, net als de tragedieschrijvers

C

Troje, daarom schreef hij er zoveel over

D

Ergens in of in de buurt van Klein-Azië

Wat is een epos?

A

Een heldendicht

B

Een nieuwe actie van TNT: e-pos

C

Een oorlogsbeschrijving

D

Een computerspel

Wat is bijzonder aan Homeros' taalgebruik?

A

Hij zegt vaak hetzelfde

B

Hij gebruikt verschillende dialecten door elkaar

C

Hij gebruikte soms 'oud-Griekse sttraattaal'

D

Hij geeft mensen en soms ook dingen een soort bijnaam

Wat is 'orale traditie'?

A

De oude gewoonten van tandartsen

B

Het mondeling doorgeven van verhalen

C

Het hardop bestuderen van oude teksten

D

Het bespreken van teksten

Wat is kenmerkend voor Griekse poëzie?

A

Het gebruik van rijm

B

Het gebruik van ritme, metrum

C

Het gebruik van stijlmiddelen

D

Het gebruik van moeilijke woorden

Wat is 'de homerische kwestie'?


volgende video: over orale traditie, helemaal interessant maar kijk vooral even vanaf 3.45 en vanaf 10.34 (met muziek!) om mee te maken hoe het is als een echte verteller een epos vertelt! 

Hoe ontstond de Odyssee?

orale traditie (= mondelinge overlevering)

zangers gaven verhalen mondeling door

ἀοιδός: bard/troubadour

professionals: ze kenden (hun versie van) de hele Odyssee (o.i.d) uit hun hoofd

geïnspireerd door de muze (Kalliope)



werk in uitvoering

  • start bij Mykeense beschaving

  • vanaf 11e eeuw vC verspreid naar Klein-Azië

  • eerst via het Aeolische dialect (de eilanden)

  • dan via het Ionische dialect (het vasteland)

  • tekst die goed werkte (formule) bleef


dit in de loop van enkele eeuwen!

kortom:

  • de epische taal was een kunsttaal

  • samengesteld uit verschillende tijden en verschillende dialecten

  • daardoor soms ook anachronismen

  • maakte gebruik van herhalingen en vaste formuleringen (formules)



Wat hoort bij elkaar?

ἀοιδός

Ilion

Klein-Azië

orale traditie

epos

Troje

monde-linge overleve-ring

professionele zanger

Ionisch dialect

helden-dicht

jaarprogramma (G6

(G5 aangepaste versie periode 1,2)

Homeros' Odyssee: Griekse teksten en teksten in vertaling

Cultuur voor de context


600 regels Grieks

658 regels + 4 blz. vertaalde teksten


hard doorwerken: 40 regels per week! (powerpoints)


jaarprogramma

  • 40 regels per week vertalen

  • samenvatting syllabus (facultatief)

  • wekelijkse bonusopdrachten

  • 3x SE: elk 25% van je SE cijfer, elk 120 minuten

  • SE1: syllabus + NL + Griekse teksten t/m hst 3 regel 129 (+/-120)

  • SE2: syllabus + NL + Griekse teksten t/m hst 8 regel 490 (+/- 240)

  • SE3: syllabus + NL + Griekse teksten t/m einde pensum (+/- 240)

  • vrijdag 22-5: CE Grieks

De examenbundel

- alle verplichte teksten (Grieks en Nederlands)

- alle verplichte cultuur: hst. 18 syllabus; uitgewerkt in boek

- hst 14 antwoorden op de vragen bij de aantekeningen (!)

- hst. 15 proefvertalingen om te oefenen

- hst. 16 taaleigen (specifiek Homeros)

- hst. 17 Stijlmiddelen etc. (vooral herh)

- hst. 19 woordenlijst om niet te gebruiken! <3 woordenboek

En dan dus Grieks...

op z'n Homeros!



Wat betekent dit concreet

  • Zie ook hoofdstuk 'taaleigen' in het boek!

  • In de tekst bijvoorbeeld: 

  • verschillende dialectvormen naast elkaar

  • namen hadden vaak een vast bijvoeglijk naamwoord (per naamval een andere): het epitheton ornans

  • vanwege het ritme (metri causa) worden sommige vormen aangepast


verschillende dialectvormen naast elkaar

Voorbeelden:

gen. ev. van woorden op ος:  οιο i.p.v. ου

gen. ev. van woorden op ης: αο of εω i.p.v. ου

gen. mv. van woorden op ης, α, η: αων of εων  i.p.v. ων

dat. mv. van woorden op ης, α, η: ῃσι(ν) i.p.v. αις

dat. mv. van woorden op ος, ον: οισι(ν) i.p.v. οις

dat. mv. van gem. declinatie: εσσι(ν) i.p.v. σι(ν)

epitheton ornans

lett: versierend bijv. nw.  (mv. epitheta ornantia)

vaste combinatie die niet altijd relevant is in de context

formule: bouwsteen voor de dichter

voorbeelden: 

de snelvoetige Achilles

de uilogige Athene

de stralende Odysseus

metri causa

  • om een goed ritme in stand te houden:

  • metrische verlenging: ε wordt ει,  ο wordt ου

  • diectasis: uitrekken van een lange klinker: ἕηκε ἧκε

  • vormen met enkele of dubbele medeklinkers: 

  • Ἀχιλῆος naast Ἀχιλλεύς

  • meestal geen augment


Een vast bijvoeglijk naamwoord heet:

A

diectasis

B

epitheton ornans

C

metri causa

D

verlenging

Het meervoud van epitheton ornans is

A

epitheta ornans

B

epitheton ornantia

C

epitheta ornanta

D

epitheta ornantia

Wat hielp de ἀοιδός bij het vertellen/zingen van zijn verhaal?

A

formules

B

berekeningen

C

het encheiridion

D

experimenten

En hoe ziet die epische kunsttaal eruit:




Voorbeelden uit het prooimion (de inleiding) 

van de Ilias

verschillende dialectvormen naast elkaar

Voorbeelden:

gen. ev. van woorden op ος: ;οιο i.p.v. ου

gen. ev. van woorden op ης: αο of εω i.p.v. ου

gen. mv. van woorden op ης, α, η: αων of εων ;i.p.v. ων

dat. mv. van woorden op ης, α, η: ῃσι(ν) i.p.v. αις

dat. mv. van woorden op ος, ον: οισι(ν) i.p.v. οις

dat. mv. van gem. declinatie: εσσι(ν) i.p.v. σι(ν)

kleine woorden - grote verschillen

αἰ = εἰ

αἱ = aanw.vnw./bezit.vnw./pers.vnw.

ταὶ = betr.vnw. (soms zonder tau)

ἑος = ὁς = bezit.vnw.

ἐνι = ἐν

ἐς = εἰς

ἀταρ/αὐταρ = maar, en

τοι: dat sg (= σοι) óf partikel (= heus, werkelijk)

èta

&co

ἤ = dan (bij comp) / of

ἦ = in een vraag. 1. ...of… 2. werkelijk? Soms/heus?

ἠδε = en

ἤδη = eindelijk, nu, weldra

ἡ δε = en/maar zíj (onderwerpswissel)

ἤν = 1. impf hij/zij was 2. = ἐαν = εἰ ἀν

ἡν = aanw.vnw./bezit.vnw./pers.vnw.

Noteer waar je nog vragen over hebt/ waar je je zorgen om maakt/ waar je naar uitkijkt/wat dan ook bij Grieks!

En nu: 

zelf aan de slag!

Oefenen, oefenen,

oefenen. 

En dan herhalen, herhalen, herhalen!