§ 6 Leenwoorden en § 7 Spellingsalarm

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
Herhaling C 7 Spelling § 5 Verkleinwoorden (10 minuten)
C 7 Spelling § 6 Leenwoorden (35 minuten)
C 7 Spelling § 7 Spellingsalarm (online) (25 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
Herhaling C 7 Spelling § 5 Verkleinwoorden (10 minuten)
C 7 Spelling § 6 Leenwoorden (35 minuten)
C 7 Spelling § 7 Spellingsalarm (online) (25 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)

Slide 1 - Slide

Herhaling 
Lesdoel
Ik kan/weet:
  • verkleinwoorden spellen, ook van woorden die eindigen op een klinker

Slide 2 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 4 en 5  C 7 Spelling Blz. 237  §  5 Verkleinwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  7 minuten
Hulp? Overleg eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 3 - Slide

Wat leren we vandaag? 
Lesdoel
Ik kan/weet:
  • wat leenwoorden zijn;
  • leenwoorden op de juiste manier spellen. 

Slide 4 - Slide

Leenwoorden
Engelse samenstellingen
-  latenightshow, alles aan elkaar vast
- eindigt je samenstelling op een Engels voorzetsel, dan schrijf je ze zo: time-out, all-in

Franse leenwoorden
é, è of ê? Heeft met de uitspraak te maken.
Er zijn ook Franse leenwoorden zonder accentteken (diner)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Deze leenwoorden ken ik...

Slide 7 - Mind map

Welke Engelse leenwoorden gebruik jij vaak?

Slide 8 - Open question

Welke leenwoorden uit andere talen ken je? Noem er minstens vijf

Slide 9 - Open question

Welke woord is GEEN leenwoord?
A
Paraplu
B
Café
C
Pindakaas
D
Email

Slide 10 - Quiz

'Sparerib' is een leenwoord uit het...
A
Spaans
B
Frans
C
Engels

Slide 11 - Quiz

Wat is een leenwoord?
A
Plateau
B
Tomaat
C
Kreeft
D
Kinderkookcafé

Slide 12 - Quiz

Is humeur een leenwoord?
A
Ja, Frans
B
Ja, Duits
C
Ja, Engels
D
Nee

Slide 13 - Quiz

Wat is een Frans leenwoord?
A
sticker
B
badkamer
C
spiegel
D
douche

Slide 14 - Quiz

Als je het woord 'aquarium' moest vervangen in de volgende zin, welk woord zou je dan kiezen?
'Het aquarium loopt bijna over.'

Slide 15 - Open question

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 2 en 3 C 7 Spelling Blz. 238  §  6 Leenwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  5 minuten
Hulp? Overleg (zachtjes) eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 16 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 5 en 6 C 7 Spelling Blz. 238  §  6 Leenwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Klassikaal
Tijd?  5 minuten
Hulp? Overleg (zachtjes) eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 4 en 7 C 7 Spelling Blz. 238  §  6 Leenwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Tweetallen
Tijd?  5 minuten
Hulp? Overleg (zachtjes) eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 18 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak C 7 Spelling  § 7 Spellingsalarm (online)
Waar? Ipad
Hoe? Individueel
Tijd?  25 minuten
Hulp? Overleg (zachtjes) eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
25:00

Slide 19 - Slide

Evaluatie les 
  1. Wat heb je deze les geleerd?
  2. Wat ging deze les goed?

Slide 20 - Slide