Thema 1.1 Chemie in cellen H5

Thema 1.1 Chemie in cellen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema 1.1 Chemie in cellen

Slide 1 - Slide

Voor deze les een demonstratie met een kaars doen.

Misschien ook een pinda?

Slide 2 - Link

This item has no instructions

Wat gaan we doen?
1. Introductie stofwisseling en koppeling met andere lesstof
2. Uitleg stofwisseling. 
3. korte demonstratie stofwisseling
4. opdrachten
5. terugblik

Huiswerk: opd 1,5,6 en 7 t/m 10

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Voorkennisvraag: Welke van deze stoffen is anorganisch?
A
B
C
D

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Organisch anorganisch
Organische stoffen zijn afkomstig van organismen of van producten van organismen. In het molecuul moeten een H-atoom, een C-atoom en een O-atoom zitten om het een organische stof te noemen. Elke stof die niet deze drie elementen bevat is een anorganische stof.

Organische stoffen zijn afkomstig van organismen of van producten van organismen. In het molecuul moeten een H-atoom, een C-atoom en een O-atoom zitten om het een organische stof te noemen. Elke stof die niet deze drie elementen bevat is een anorganische stof.
Organisch en Anorganisch

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Nog wat voorkennis: Wat is ook alweer autotroof en heterotroof?
A
Autotroof: gebruikt CO2 en stoot het niet uit heterotroof: verbruikt geen CO2 en stoot wel uit
B
Autotroof: kan uit organische stoffen energie halen Heterotroof: kan uit anorganische stoffen organische stoffen maken
C
Autotroof: kan uit anorganische stoffen organische stoffen maken Heterotroof: kan uit organische stoffen andere organische stoffen maken.
D
Autotroof: heeft geen zuurstof nodig Heterotroof: heeft wel zuurstof nodig

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kan ik...

1. Je moet in een context kunnen omschrijven wat assimilatie, dissimilatie en stofwisseling is.
2. Je moet in een context de dissimilatie van koolhydraten vetten en eiwitten kunnen beschrijven.


Begrippen
Stofwisseling (metabolisme), metabolisme (stofwisseling), chemische energie, assimilatie, dissimilatie, koolstofassimilatie, fotosynthese, voortgezette assimilatie, ATP, ADP
Tekst
Huiswerk: opd 1,5,6 en 7 t/m 10

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wisselen van stoffen
Kan energie kosten
Of er komt energie vrij!
Stofwisseling = alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen

Stofwisseling

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wisselen van stoffen
Kan energie kosten
Of er komt energie vrij!
Stofwisseling = alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen

Stofwisseling

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Enzymen!

Assimilatie en Dissimilatie

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Nu even testen of alles goed is binnengekomen!
Doe je boek dicht!
maak groepjes van 2. 
neem de figuur van de volgende pagina over en vul de rode vlakken in
Assimilatie en Dissimilatie

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Assimilatie en Dissimilatie

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Assimilatie en Dissimilatie

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Energiedrager in het lichaam (zie het als geld)
ATP = ADP + energie

ATP (adenosine trifosfaat) 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kan ik...

1. Je moet in een context kunnen omschrijven wat assimilatie, dissimilatie en stofwisseling is.
2. Je moet in een context de dissimilatie van koolhydraten vetten en eiwitten kunnen beschrijven.


Begrippen
Stofwisseling (metabolisme), metabolisme (stofwisseling), chemische energie, assimilatie, dissimilatie, koolstofassimilatie, fotosynthese, voortgezette assimilatie, ATP, ADP
Tekst
Huiswerk: opd 1,5,6 en 7 t/m 10

Slide 15 - Slide

This item has no instructions