Bloedsomloop Les 4: Bloeddruk en Transportstoffen

Door SE een abnormaal ECG...?
10.2 Bloeddruk en 10.4 Stoffen transport
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 5

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Door SE een abnormaal ECG...?
10.2 Bloeddruk en 10.4 Stoffen transport

Slide 1 - Slide

Vorige les
BINAS tabel 84D3 - bloeddruk in het hart en slagaders
Bloedverdeling - rust vs inspanning





Slide 2 - Slide

Deze les
§10.2: Bloeddruk
  • Hoe wordt dit gemeten en wat kun je ermee?

§10.4 Transport stoffen
  • Wat zit er in je bloed en waarom?
  • Hoe is bloed zo geschikt om O2 te transporteren?
  • Hoe komt er extra O2 in je spieren terecht?
  • CO2, gaat transport hetzelfde als O2?





Slide 3 - Slide

Bloeddruk
Bloeddruk is de druk die je bloed uitoefent op de wand van de bloedvaten. 

Bloeddruk verschilt dus enorm:
  • per bloedvat (zie Binas 84E)
  • per situatie: rust, stress, eten/drinken.
  • per persoon: sportief, roken, overgewicht

Dikke disclaimer: een bloeddrukmeting op zich levert weinig informatie op. Altijd ter indicatie bij andere symptomen of als controle.



Slide 4 - Slide

Bloeddruk aanpassen
Bloeddruk ontstaat door het hart en bloedvaten. 
Wat kan het hart doen om bloeddruk te veranderen? En je bloedvaten?

Regeling korte termijn: baroreceptoren in de wand van aorta(boog) en halsslagaders. 
  • Regeling via hersenen > hart en bloedvaten
  • bijv: als je opstaat, na het eten, tijdens menstruatie

Slide 5 - Slide

Bloeddruk aanpassen
Bloeddruk ontstaat door het hart en bloedvaten. 

Regeling korte termijn: baroreceptoren in de wand van aorta(boog) en halsslagaders. 

Regeling lange termijn: chemoreceptoren.
  • via hersenen: hormonen, nieren, 
  • Hier is met name levensstijl belangrijk.
Veranderen bloeddruk
Hart: aanpassen hartslagfrequentie of krachtig samenknijpen.
Bloedvaten: aan-/ontspannen spieren in de wand 

Slide 6 - Slide

Wat zegt je bloeddruk over je gezondheid?
Hoge bloeddruk
  • slecht op de lange termijn: beschadiging bloedvaten.

Lage bloeddruk 
  • kan zorgen voor duizeligheid en flauwvallen.

Slide 7 - Slide

Meten bloeddruk

Slide 8 - Slide

Oefenen
Maak van 10.2 vraag 15, 16, 19

Klaar:
10.4 vraag 34, 35, 39 en 41

Slide 9 - Slide

Transport zuurstof
Hoofdrolspelers:
Bloedplasma, rode bloedcellen met hemoglobine en myoglobine in spieren.

Rol:
Bloedplasma bevat water waarin zuurstof kan oplossen. 
Hemoglobine en myoglobine binden zuurstof. 

Hierbij is de zuurstofdruk (pO2) belangrijk. 
Hemoglobine (Hb) kan zuurstof binden en zo vormt er oxihemoglobine (HbO2). 
Hb + O2 <> HbO2.
Let op: dit is een evenwichtsreactie.

Slide 10 - Slide

Transport zuurstof
Het start bij de longen. 
Longen zorgen voor een hoge zuurstofdruk door continu de lucht te verversen. 

Als bloed naar de longen stroomt heeft dit een lage zuurstofdruk.

Diffusie: er zal meer zuurstof naar het bloedplasma gaan dan naar de lucht in de longblaasjes.

Slide 11 - Slide

Transport zuurstof
Het start bij de longen. 

Diffusie: er zal meer zuurstof naar het bloedplasma gaan dan naar de lucht in de longblaasjes.

Nu de zuurstofdruk van het bloedplasma stijgt zal hemoglobine makkelijker zuurstof kunnen binden: meer HbO2.

Hierdoor tot 70x meer zuurstoftransport!!
Hb + O2 > HbO2

Als er veel zuurstof beschikbaar is zal het evenwicht dus verschuiven naar steeds meer HbO2. 

Slide 12 - Slide

Zuurstoftransport
Plekken waar extra zuurstof nodig is: spieren!

Spieren bouwen reserve op door myoglobine (Mb).

Mb bindt zuurstof beter dan Hb.
(vergelijk: sterkere magneet dan hemoglobine)

Dit heeft invloed op de evenwichtsreactie:
Hb + O2 <> HbO2
Evenwicht verschuift naar links.

Slide 13 - Slide

Transport zuurstof
Het gaat verder bij de lichaamscellen.

Als het bloed van de kleine naar de grote bloedsomloop stroomt, komt het in weefsels waar een lage zuurstofdruk is.

Hier geldt dus dat er in het bloedplasma een hoge zuurstofdruk is. 

Diffusie: er zal meer zuurstof uit het bloedplasma gaan dan dat het erin komt.

Slide 14 - Slide

Transport zuurstof
Het gaat verder bij de lichaamscellen.

Diffusie: er zal meer zuurstof uit het bloedplasma gaan dan dat het erin komt.

In het bloedplasma daalt de zuurstofdruk. Hierdoor zal er meer zuurstof loskomen van oxihemoglobine. 

Loskomende zuurstof komt in bloedplasma en zorgt voor meer diffusie van zuurstof.
Hb + O2 > HbO2

Als er weinig zuurstof beschikbaar is zal het evenwicht dus verschuiven naar steeds meer Hb + O2. 

Slide 15 - Slide

Afvoeren CO2
Transport van CO2 loopt iets anders.
5% lost op in bloedplasma.
95% gaat rode bloedcellen in

Van de 95% in het bloedplasma:
  • 25% bindt aan Hb tot HbCO2
  • 70% reageert in bloedcel tot HCO3-
    Let op: CAH voor nodig.
HCO3- gaat naar bloedplasma, afgesplitst H+ verlaagt pH! Daarom: H+ bindt aan Hb tot HHb.

Slide 16 - Slide