TaalCompleet A2 les 2.9

TaalCompleet A2 les 2.9
Pannenkoeken bakken

Je kan een recept lezen en begrijpen. 
Je kan uitleggen hoe je eten maakt.
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

TaalCompleet A2 les 2.9
Pannenkoeken bakken

Je kan een recept lezen en begrijpen. 
Je kan uitleggen hoe je eten maakt.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Praat samen
  1. Kook jij graag? 
  2. Wat kook jij vaak? Waarom?
  3. Wat eten Nederlandse mensen vaak? 
  4. Wat is een bekend 
recept in jouw land?
timer
3:00

Slide 3 - Slide

Wat is een bekend gerecht uit jouw eigen land?

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Video

Nieuwe woorden
De pannenkoeken                                      Gooi (gooien)
Het recept                                                      De lucht
Het meel                                                         Vang (vangen) 
De kom                                                             Zo
Roer, roeren                                                    Beide
Bak, bakken                                                    Leg (leggen)
Draai ... om (omdraaien)                           Ga door (doorgaan)

Slide 6 - Slide

Lees blz 72
Lees het recept om pannenkoeken te maken. 

Slide 7 - Slide

83.1 - Je hebt 250 gram meel nodig.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

83.2 - Je moet de melk in 1 keer bij het meel doen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

83.3 - Je moet de pannenkoek draaien, als het beslag droog wordt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

83.4 - Dit is het recept van Suusje.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

83.5 - René vindt het een goed idee om fruit, ham of kaas bij het beslag te doen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

86.1 - Gijs wil koekjes maken, maar het ... is op.
A
meel
B
recept

Slide 13 - Quiz

86.2 - Jos speelt met zijn hond. Zijn hond moet de bal ...
A
vangen
B
bakken

Slide 14 - Quiz

86.3 - Kun je ... tassen dragen?
A
beide
B
lucht

Slide 15 - Quiz

86.4 - Als je ... snijdt, gaat het makkelijker.
A
kom
B
zo

Slide 16 - Quiz

86.5 - Het is bijna pauze, dus we moeten nog even ...
A
doorgaan
B
omdraaien

Slide 17 - Quiz

86.6 - Ik zie een lekker ... in het boek.
A
meel
B
recept

Slide 18 - Quiz

86.7 - De kinderen ... de bal naar elkaar.
A
roeren
B
gooien

Slide 19 - Quiz

86.8 - Wil je kaas of ... op je boterham?
A
jam
B
meel

Slide 20 - Quiz

87.2 - Hij ... in de pannen. (roeren)

Slide 21 - Open question

87.3 - Ik ... lekkere koekjes. (bakken)

Slide 22 - Open question

87.4 - Jij ... door met dansen. (gaan)

Slide 23 - Open question

87.5 - Siham ... de pannenkoeken om. (draaien)

Slide 24 - Open question

87.6 - Ik ... de lepels op tafel. (leggen)

Slide 25 - Open question

87.7 - Het kind ... de bal. (vangen)

Slide 26 - Open question

87.8 - Nikki ... haar jas in de gang. (gooien)

Slide 27 - Open question

Recept
Zet de stappen in de juiste volgorde:
  • pannenkoeken
  • tomatensoep

Gebruik de woorden:
eerst, dan, daarna, vervolgens, tenslotte

Slide 28 - Slide

Werkblad 2.9
Wat kook jij vaak?
Schrijf het recept op. 
Gebruik: eerst, dan, daarna en ten slotte.

Slide 29 - Slide

Praat samen
Opdracht 91. 
Kijk naar de plaatjes in je boek. 

Leerling 1 vertelt hoe je rijst kookt. 
Leerling 2 vertelt hoe je pannenkoeken bakt. 

Gebruik: eerst, dan, daarna en ten slotte.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video