§3.1 Van stad tot wereldrijk deel 2

§3.1 Van stad tot wereldrijk
Deel 2
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

§3.1 Van stad tot wereldrijk
Deel 2

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
- Hoe burgeroorlogen leiden tot het ontstaan van het Romeinse keizerrijk
- Hoe keizers zorgen voor vrede in het Romeinse Rijk
- Wie Caesar en Augustus zijn

Slide 2 - Slide

Wat is een republiek?

Slide 3 - Open question

Wat was de senaat?

Slide 4 - Open question

Filmpje
Een nieuwe kalender

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Burgeroorlogen
Soldaten zijn jaren met hun legeraanvoerders op pad
Soldaten zijn hun generaal trouw, die generaal krijgt dus macht
Sommige generaals verzetten zich tegen de senaat
Dit leidt tot een oorlog onder de Romeinen, een burgeroorlog

Slide 7 - Slide

Julius Caesar
Eén van deze legeraanvoerders is Julius Caesar
Hij heeft Frankrijk, België en Zuid-Nederland veroverd
Caesar wil dictator (alleenheerser) van Rome worden
Bij de rivier de Rubicon moet hij een keuze maken
Kaart

Slide 8 - Slide

Filmpje
De Rubicon

Slide 9 - Slide

3

Slide 10 - Video

Caesar aan de macht
Caesar wint de burgeroorlog en wordt dictator van Rome
Hij doet belangrijke dingen:
1) Oud soldaten en arme mensen kunnen makkelijker boer worden in het rijk.
2) Mensen uit veroverde gebieden krijgen de kans om Romeins burger te worden.
3) Hij verandert de kalender (maand juli erbij en om de 4 jaar een schrikkeljaar).
4) De senaat en volksvergadering bleven. Caesar wordt alleen "de baas". De senaat zou hem uiteindelijk vermoorden.
Als soldaat kreeg je een stuk land als je met pensioen ging
Je mocht dan bijvoorbeeld trouwen, stemmen of een huis kopen
Hierdoor was er meer duidelijkheid, vooral voor de landbouw
Ze vonden dat Caesar teveel macht kreeg en wilden dat de macht weer bij de senaat kwam

Slide 11 - Slide

01:40
Wat is een burgeroorlog?

Slide 12 - Open question

02:03
Waarom waren de soldaten trouw aan Caesar en niet de senaat?

Slide 13 - Open question

02:23
Waarom wilde Caesar rode schoenen?
A
Dat vond hij mooi
B
Dat was een teken van rijkdom
C
Dan leek hij een koning
D
Dan viel hij meer op

Slide 14 - Quiz

Filmpje
De moord op Caesar

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Keizer Augustus
Na Caesars dood komt er weer een burgeroorlog
Deze wordt gewonnen door Octavianus, Caesars achterneef
Hij krijgt de titel Augustus (de verhevene)
Hij maakt een eind aan de republiek en wordt de eerste keizer
Hij stond al een god boven de mensen, hij was verheven
Rome was nu een keizerrijk. De keizer had alle macht en was een soort van koning.

Slide 17 - Slide

Filmpje
Caesars opvolger

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video


Waarom werd Julius Caesar vermoord?
A
Hij was een slechte keizer
B
Hij werd te machtig
C
Hij had de keizer beledigd
D
Hij had een veldslag verloren

Slide 20 - Quiz

Octavianus als eerste keizer
De naam Octavianus herinnert teveel aan de burgeroorlog
Hij geeft zichzelf een andere naam:
Princeps Imperator Caesar Augustus
Princeps betekent "de eerste burger". Zo leek hij deel van het volk.
Een imperator is iemand die een imperium (rijk) bezit
Caesar werd gebruikt als eretitel. Hiermee eerde hij zijn stiefvader.
Augustus betekent "de verhevene" (boven het volk). Deze titel kreeg hij van de senaat.

Slide 21 - Slide

Geen alleenheerser lijken, het wel zijn
Augustus deed er veel aan om geen alleenheerser te lijken


Maar als de eerste keizer had Augustus wél alle macht
Oude staatsinrichting
Hij liet de senaat, volksvergadering en consuls bestaan
Advies
Hij bleef de senaat om advies vragen
Princeps
Hij gaf zichzelf de naam princeps (eerste burger), zo leek hij geen koning

Slide 22 - Slide

De Pax Romana
Het keizerrijk was een groot succes voor Rome
De keizers zorgden voor rust en vrede binnen het rijk
Tijdens deze Pax Romana nam de welvaart enorm toe
Dit met name door de bouw van wegen, bruggen en steden

Slide 23 - Slide

Resumé
Pak je schrift
Schrijf voor jezelf op (of bedenk 4 vragen over) wat we deze les besproken hebben
Wie, Wat, Waarom, Wanneer
timer
2:00

Slide 24 - Slide

Huiswerk
Schrijf op in je agenda
Maken opdracht 1 t/m 10 van §3.1

Slide 25 - Slide