H2.2. Rivieren van ijs

Rivieren van ijs
- terugbik naar 2.2
(verwering en erosie)

- paragraaf 2.3: Rivieren van ijs
1 / 33
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Rivieren van ijs
- terugbik naar 2.2
(verwering en erosie)

- paragraaf 2.3: Rivieren van ijs

Slide 1 - Slide

Keuze 1:

  • Uitleg van paragraaf 2.2 en 2.3 van de docent in LessonUp. 
  • Afwisseling van filmpjes en quizvragen.
  • Mogelijkheid om tussendoor vragen te stellen.
  • Ter verwerking maak je opdracht 1 t/m 9 van paragraaf 2.3
Keuze 2:

  • Eerst kijk je zelfstandig de opdrachten van paragraaf 2.2 na.
  • Daarna bestudeer je de theorie van paragraaf 2.3
  • Bekijk de instructiefilmpjes die bij paragraaf 2.3 horen. Deze vind je in Teams-> aardrijkskunde-> hoofdstuk 2--> instructiefilmpjes.
  • Maak opdracht 1 t/m 9 van paragraaf 2.3.
  • Je werkt geheel zelfstandig. Geen mogelijkheden om tussendoor vragen te stellen.

Slide 2 - Slide

Verwering
  • Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei.

  • mechanische verwering 
  • chemische verwering
  • biologische verwering 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Wat is GEEN voorbeeld van fysische/ mechanische verwering?
A
verwering door vorst
B
verwering door een chemische reactie
C
verwering door temperatuurverschillen
D
verwering door plantenwortels

Slide 5 - Quiz

Mechanische verwering

Verschil in temperatuur

De steen zet uit bij warmte en krimpt weer bij kou


Slide 6 - Slide

Vorst verwering
Verschil in temperatuur

De steen zet uit bij warmte 
Krimpt weer bij kou

Vorstverwering

Slide 7 - Slide

Biologische verwering

Wortels van planten en bomen 

Slide 8 - Slide

Chemische verwering

  • Als de samenstelling van een gesteente verandert, spreek je van chemische verwering .

  • De mineralen uit het gesteente reageren dan op stoffen als zuurstof en water.

Slide 9 - Slide

Chemische
verwering
Mechanische verwering

Slide 10 - Drag question

Welke vorm van erosie bestaat NIET?
A
erosie door wind
B
erosie door vuur
C
erosie door water
D
erosie door ijs

Slide 11 - Quiz

Erosie
  • Erosie is het afschuren en uitschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind.

  • Beken en rivieren schuren  hun bedding uit. 
  • Ook gletsjerijs en landijs kunnen schuren. 
  • Zelfs de wind kan, geladen met zand, rotsblokken afslijpen. 

Slide 12 - Slide

Sedimentatie
  • Door de natuurlijke processen wordt het aardoppervlak afgebroken, maar ook weer opgebouwd. 

  • Het materiaal dat ze meenemen, wordt ergens anders weer neergelegd. Dat heet afzetting of sedimentatie.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Op- en afbraakprocessen zoals verwering, erosie en sedimentatie zijn:
A
exogene processen
B
endogene processen

Slide 15 - Quiz

Noem een voorbeeld van een endogeen proces

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Video

begin van een gletsjer 
 Duizenden jaren geleden waren de Alpen bedekt met enorme gletsjers , rivieren van ijs die langzaam van de hellingen naar beneden gleden. In die tijd was de gemiddelde zomertemperatuur tien graden lager dan nu. 

Tijdens deze ijstijd of glaciaal staken alleen de bergtoppen van meer dan 2.000 m boven het ijs uit. ter.

Slide 18 - Slide

begin van een gletsjer 
 In een ijstijd valt veel neerslag in de vorm van sneeuw. Het enorme pak sneeuw veranderd door de gigantische druk in firn : korrelige en ijsachtige sneeuw. 

De firn hoopt zich steeds verder op en vormt een firnbekken . Dat is het begin van een gletsjer.

Slide 19 - Slide

Zet het juiste begrip bij de tekst
rivieren van ijs die langzaam van de hellingen naar beneden glijden
Periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde.
korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw.
Een verzameling van overjarige sneeuw hoog in de bergen. Het begin van de gletsjer
Gletsjer
IJstijd / Glaciaal
Firn
Firnbekken

Slide 20 - Drag question

IJstijden
 In de geschiedenis van de aarde zijn er koude perioden geweest. In zo’n periode daalde de temperatuur niet dramatisch (gemiddeld niet meer dan 5 °C), maar er viel in de winter meer sneeuw dan dat er in de zomer smolt.  
Van jaar tot jaar hoopte de sneeuw zich op en werd samengedrukt tot ijs. Dat zorgde voor een aangroei van gletsjer , die zich over grotere oppervlakten land uitbreidden. Een koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen, heet een ijstijd 

Slide 21 - Slide

Hoe wordt een warme periode, tussen twee ijstijden (glacialen), ook wel genoemd? (zoek het op in de theorie van paragraaf 2.2 en 2.3)

Slide 22 - Open question

Verwering en gletsjers
Een gletsjer bestaat niet uit glad ijs. Hij zit vol met stenen en grind. 

Door verwering vallen er rotsen en stenen op de gletsjer.

Slide 23 - Slide

Morene aan de zijkant van de gletsjer noemen we zijmorene
Het puin dat onder de gletsjer wordt meegenomen noemen we grondmorene
Aan het eind van de gletsjer (onder aan de berg) liggen eindmorene

Slide 24 - Slide

De gletsjer beweegt langzaam van de berg af. Door erosie wordt het dal uitgeslepen. Dat zie je goed in de afbeelding hier boven.  Erosie zorgt er voor dat er een diep en rond dal ontstaat in de vorm van een U. Een U-dal noemen we dat.

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Gletsjerpoort
Gletsjertunnel 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Hoe noemen we het puin dat door verwering op en in de gletsjer terecht komt?
A
Gletjserpuin
B
Morene
C
Glaciaal
D
Poarstenen

Slide 29 - Quiz

Hoe kan je in deze afbeelding zien dat het dal door een gletsjer is gevorm?
(klik om te vergroten)

Slide 30 - Open question

Hoe wordt een dal genoemd dat gevormd is door erosie van rivieren?
A
U-dal
B
R-dal
C
V-dal
D
Z-dal

Slide 31 - Quiz

Werkzaamheden
  • Lees de theorie van paragraaf 2.3: rivieren van ijs

  • Maak van deze paragraaf opdracht 1 t/m 9

Slide 32 - Slide

HW: 13-1-2021
Huiswerk voor volgende week woensdag.
H2 paragraaf 2: maak opdracht 1 t/m 5c


Slide 33 - Slide