4.5 Atomen tellen - 3 mavo

4.5 Atomen tellen
1 / 29
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

4.5 Atomen tellen

Slide 1 - Slide

Planning
  • Terugblik 4.4 en toets elementen
  • Theorie 4.5 Atomen tellen
  • Toepassen theorie
  • Terugkoppeling leerdoelen
  • Wat begrijp ik al en waar moet ik nog aan werken?
  • Blik op de toekomst

Slide 2 - Slide

Wat gebeurt er bij ontleden?
A
Uit 1 beginstof ontstaan 2 of meer reactieproducten
B
Je laat een mengsel reageren
C
Je sorteert de stoffen uit het mengsel op stofeigenschap
D
Je splitst de elementen

Slide 3 - Quiz

Wat gebeurt er bij scheiden?
A
Uit een beginstof ontstaan meerdere reactieproducten
B
Je laat een mengsel reageren zodat er meerdere stoffen ontstaan
C
Je sorteert de stoffen uit het mengsel op stofeigenschap
D
Je voert een reactie uit waarbij de elementen weer ontstaan

Slide 4 - Quiz

Uit hoeveel atoomsoorten bestaat een niet-ontleedbare stof?
A
1
B
2
C
3
D
meer dan 3

Slide 5 - Quiz

Waar denk je wordt de ontleding van water correct weergegeven?
A
H2O2H+O
B
H2OH2+O2
C
2H2O2H2+O2
D
2H2+O22H2O

Slide 6 - Quiz

Lesdoelen
Aan het eind van de les:
  • Kun je de drie fasen met toestandsaanduiding benoemen. 
  • Kun je uitleggen wat de formule van een moleculaire stof aangeeft en de aanduidingen mono, di, tri , tetra en penta gebruiken bij de naamgeving en het opstellen van molecuulformules. 
  • Kun je de zeven elementen benoemen die altijd als twee-atomig molecuul voorkomen. 
  • Ken je de molecuulformules bij met bijhorende naam uit je hoofd.
  • Kun je een reactievergelijking opstellen op basis van een reactieschema.
  • Kun je een reactievergelijking kloppend maken.

Slide 7 - Slide

Het lijkt veel, maar we gaan er flink mee oefenen.

Slide 8 - Slide

De fase wordt achter een molecuulformule geschreven tussen haakjes
.

vaste fase (solid)                 = (s)
vloeibare fase (liquid)       = (l)
gas fase (gas)                       = (g)
in water opgelost (aqua) = (aq)

Slide 9 - Slide

Deze molecuulformules moet je uit je hoofd leren! Maak kaartjes. Staan op blz 91

  • Uit je hoofd leren.
  • Maak ook hier kaartjes bij.
  • Mono = 1
  • Di = 2
  • Dus H2O eigenlijk…….

Slide 10 - Slide

7 twee-atomige elementen:

Claire Fietst Naar Haar Oma In Breda




Slide 11 - Slide

Waar komen de namen vandaan?
koolstofdioxide = CO2                        koolstofmono-oxide = CO
di = twee                                                   mono = één
1 koolstof en 2 zuurstof                      1 koolstof en 1 zuurstof
1 C en 2 O                                                   1 C en 1 O
samen maakt dat CO2                         samen maakt dat CO

Slide 12 - Slide

Staan in het periodiek syteem apart, maar komen in de natuur niet los van elkaar voor.
Als ik vraag naar het atoom zuurstof dan zeg je O.
Vraag ik naar het molecuul zuurstof dan zeg je O2

Slide 13 - Slide

Wet van behoud van massa
Wat je erin stopt, komt er ook weer uit.

Slide 14 - Slide

Voordat je zover bent?

  • Oude kaartjes kunnen dromen
  • Tabel blz 91

Slide 15 - Slide

Molecuulformules
  • moleculen bestaan uit atomen
  • molecuulformules schrijf je dus met de formules van de atomen.
Bijv:
  • een watermolecuul bestaat uit 2 atomen water en 1 atoom zuurstof
Dus H2O
  • het getal 2 heet index en geeft dus weer dat er 2 atomen waterstof zijn
  • Achter de O staat eigenlijk een 1 maar die mag je weglaten

Slide 16 - Slide

reactieschema en reactievergelijking


reactieschema = in woorden

reactievergelijking = in molecuulformules

Slide 17 - Slide

wet van behoud van deeltjes

  • er moeten altijd evenveel atomen voor en na de pijl staan:
  • CH4 -->  C  + H2    moet worden:
  •  CH4 -->    C  +  2 H2
  • de 2 voor de Hnoem de coëfficient

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

0

Slide 22 - Video

Huiswerk
- Maak opdrachten 58 tot en met 67 werkboek blz. 22 en 23
- Maak net als de vorige keer kaartjes van de stoffen in tabel 2 en de twee-atomige stoffen (zie film en blz. 91)
- Leer de molecuulformules uit je hoofd.

EN

Je moet de symbolen (blz. 83) uit je hoofd leren. Dit doe je door kaartjes te maken met op de voorkant het symbool en op de achterkant de naam. Je moet dit beide kanten op kennen.


Slide 23 - Slide

Wat is het verschil tussen een reactieschema en een reactievergelijking?

Slide 24 - Open question

Welke 4 toestandsaanduidingen zijn er?

Slide 25 - Open question

Welke getallen mag je aanpassen om een reactievergelijking kloppend te maken?
A
De coefficienten
B
De index
C
De coefficienten en de index
D
De coefficienten en de index van de producten

Slide 26 - Quiz


Wat moet er voor CO2 staan om de reactie kloppend te maken?

C6H12O6(s)+6O2(g)6H2O(g)+....CO2(g)
Geef je antwoord als een getal!

Slide 27 - Open question

Lesdoelen behaald
  • Aan het eind van de les:
  • Kun je de drie fasen met toestandsaanduiding benoemen.
  • Kun je uitleggen wat de formule van een moleculaire stof aangeeft en de aanduidingen mono, di, tri , tetra en penta gebruiken bij de naamgeving en het opstellen van molecuulformules.
  • Kun je de zeven elementen benoemen die altijd als twee-atomig molecuul voorkomen.
  • Ken je de molecuulformules bij met bijhorende naam uit je hoofd.
  • Kun je een reactievergelijking opstellen op basis van een reactieschema.
  • Kun je een reactievergelijking kloppend maken.
Blik op de toekomst
  • Oefenen met reactievergelijkingen

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide