- Je bent in staat om op de juiste manier hoofdletters, punten, komma's, uitroeptekens en vraagtekens gebruiken in een zin.
- Je bent in staat om op de juiste manier een citaat op te schrijven.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
LEESTEKENS
- punten
- vraagtekens
- uitroeptekens
- komma
- etc.
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
PUNTEN
- Aan het einde van een zin
- Na of in sommige afkortingen
Vandaag heb ik een hockeywedstrijd.
d.m.v - dhr. - max. - min.
Slide 6 - Slide
VRAAGTEKENS
- Na een directe vraag
Tot hoe laat ben jij vanmiddag op school?
'Neem jij mijn tas mee?' vroeg Martijn.
Wanneer geen vraagteken?
<p><font color="#ffffff">Bij een indirecte vraag gebruik je géén vraagteken.</font></p><p><strong><font color="#ffffff">Ik zou graag weten, wanneer je op school komt.</font></strong></p>
Slide 7 - Slide
UITROEPTEKENS
- Om aan te geven dat iemand luid roept
- Om een bevel of waarschuwing aan te geven
'Ik ben beneden!' klonk het vanuit de kelder.
Stop! Kom hier!
Slide 8 - Slide
KOMMA
- Als pauzeteken in een zin.
- Tussen twee persoonsvormen
- Tussen delen van een opsomming
Onze hond eet erg veel, toch is hij niet dik.
Als je honger hebt, moet je iets eten.
Ik heb rode, gele, paarse en groene bloemen in de tuin.
Slide 9 - Slide
Citeren
- dubbele punt bij een citaat
- aanhalingstekens bij een citaat
Slide 10 - Slide
CITAAT
- Wanneer iemands woorden letterlijk weergegeven worden, heet dit een citaat
- staat altijd tussen aanhalingstekens
- begint altijd met een hoofdletter
Slide 11 - Slide
AANHALINGSTEKENS bij citaat
- Een citaat staat altijd tussen aanhalingstekens
Selma zei: 'Ik vond die film erg goed!'
Sharon gilde: 'Ik weet niet of ik dat durf!'
Slide 12 - Slide
DUBBELE PUNT bij citaat
- Een dubbele punt wordt voor het citaat gebruikt
Selma zei: 'Ik vond die film erg goed!'
Sharon gilde: 'Ik weet niet of ik dat durf!'
Slide 13 - Slide
Dit ga je nu doen:
Maak opdracht 5+6. blz 263
klaar? > ga naar Teams, Chat, en kijk opdracht 2 en 4 na.
klaar? Hard gewerkt! Vrije tijd (niet op je telefoon)